U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Brandtechnisch, technisch en materiaalkundig onderzoek
Binnen het NFI is brandtechnisch, technisch en materiaalkundig onderzoek onderverdeeld in drie categorieën, oorzaak van branden en explosies, installaties en apparatuur en materiaalkundig onderzoek. Alle drie kenmerken zich door een hoge mate van complexiteit en interpretatie. Deze onderzoeken zijn vaak uniek. Het NFI voert ze daarom uit in projectvorm. De drie onderzoeksgebieden zijn sterk aan elkaar gerelateerd. Over het algemeen is de aanpak van het onderzoek hetzelfde en bestaan in de praktijk veel raakvlakken tussen het brandtechnisch, technisch en materiaalkundig onderzoek.
Bij het brandtechnisch onderzoek verricht het NFI onderzoek naar de oorzaken van branden en explosies. Als explosieven of vuurwerk de oorzaak zijn, dan gebeurt het onderzoek door ander afdelingen binnen het NFI.
Het onderzoek vindt meestal plaats aan installaties en materialen die door de technische recherche na een ongeval, brand of explosie zijn veiliggesteld. De apparatuur kan van zeer uiteenlopende aard zijn:
Het NFI onderzoekt of er condities aanwezig waren waardoor de apparatuur in brand kon raken. Voortdurend moeten de onderzoekers bedacht zijn op manipulaties met apparaten zoals het onklaar maken van thermostaten, met als doel het veroorzaken van brand. Soms worden vergaande reconstructies gehouden om het verloop van een verdachte brand na te bootsen. Hierbij kunnen tijdlijnen, verklaringen van getuigen en alibi's van verdachten worden getoetst.
Ook doet het NFI onderzoek op de brand- of explosielocatie, in samenwerking met de technische recherche. Het omvat de volgende facetten:
Met inachtneming van het totale schadebeeld op de plaats delict probeert de onderzoeker het brandpatroon te interpreteren. En er wordt gezocht naar locaties die kenmerken vertonen van een brandhaard. Indicatoren voor het herkennen van brandhaarden zijn:
Wanneer meerdere brandhaarden zijn vastgesteld, moet in het algemeen de vraag worden gesteld of deze brandhaarden onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan. Als dit het geval is, spreekt men van meerdere primaire brandhaarden.
Er is sprake van een secundaire brandhaard als deze het gevolg is van een primaire brand doordat bijvoorbeeld brandend materiaal afkomstig van de primaire brand elders terechtkomt. In het geval er onomstotelijk meerdere onafhankelijke primaire brandhaarden kunnen worden vastgesteld, moet ernstig rekening worden gehouden met brandstichting.
Dit onderzoek voert het NFI uit ten aanzien van vraagstukken met een fysische, biomechanische en/of elektrotechnische achtergrond. Er kunnen twijfels bestaan over het functioneren van apparatuur waarbij gevraagd wordt of het incident een achterhaalbare technische oorzaak heeft en/of sprake is van opzet, onwetendheid of onvoorzichtigheid. Voorbeelden zijn fraudeonderzoek aan gas- en elektriciteitsmeters, onderzoek aan duikapparatuur en onderzoek aan medische apparatuur.
Over het algemeen verricht het NFI dit soort onderzoek naar aanleiding van een incident, vaak een ongeval waarbij het materiaal plotseling - en zonder een op het eerste gezicht aanwijsbare oorzaak - bezweek. Meestal rijst de vraag: "Waarom trad die breuk onder die omstandigheden op?" Voorbeelden zijn metaalbreuken die aangetroffen worden bij verkeersongevallen. Was de stuurstang al vóór het ongeval gebroken of is de breuk ontstaan door het ongeval?
De volgende oorzaken voor een materiaalbreuk kunnen globaal worden aangegeven: