U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Beeldonderzoek en biometrie
Digitale Technologie maakt veel gebruik van toepassingen van beeldbewerking en beeldverwerking.
Videobeelden en foto’s kunnen van belang zijn in het forensisch onderzoek, bijvoorbeeld videomateriaal van rellen tussen voetbalsupporters of van de vuurwerkramp in Enschede. Het technisch onderzoek begint met het maken van een digitale kopie van de band of foto’s, om te voorkomen dat de kwaliteit van een band vermindert of gegevens verloren gaan of veranderen tijdens het onderzoek. Het verdere onderzoek wordt met deze kopie gedaan, zoals beeldverbetering en stabilisatie, beeldinterpretatie, het beantwoorden van de vraag of een bepaalde foto of video (al dan niet in digitale vorm) gemanipuleerd is, of de vraag of een bepaalde foto gemaakt is met een bepaalde camera.
Bewakingscamera’s hebben over het algemeen een slechte beeldkwaliteit. Opnamen met een handycam zijn doorgaans beter, maar ook hier is vaak verbetering van de beelden nodig, bijvoorbeeld door contrastverbetering of het ‘middelen’ van meerdere opnames. Hierdoor kan een slecht leesbaar autokenteken herkenbaar worden, of kunnen bewogen beelden worden gestabiliseerd.
Voor forensisch onderzoek naar de vraag of bepaalde digitale beelden zijn gemaakt met een bepaalde digitale camera, of dat twee series beelden afkomstig zijn uit dezelfde camera, kan gebruik worden gemaakt van onderzoek aan de digitale beelden. Camera identificatie is mogelijk doordat iedere camera een soort eigen digitale ‘vingerafdruk’ heeft, in de vorm van een patroon van kleine verschillen in lichtgevoeligheid van de pixels (lichtgevoelige elementen) van de beeldsensor.
Er zijn steeds meer bewakingscamera’s. Steeds waker komt de vraag of een bepaalde persoon staat afgebeeld op een bepaalde foto. Daarvoor is gezichtsvergelijking nodig. In eerste instantie gaat het NFI na of er bruikbare bewakingsbeelden en referentiefoto's zijn waarvan vaststaat dat die persoon daarop staat afgebeeld. Zo niet, dan worden er vergelijkingsopnamen gemaakt van deze persoon. De gebruikte onderzoeksmethode voor gezichtsvergelijking is gebaseerd op het vergelijken van morfologisch-antropologische kenmerken (vormen en maten van het menselijk lichaam).
Lengtemeting wordt vaak gebruikt om iets te kunnen zeggen over de vraag of een verdachte op een video staat. Aan de hand van een reconstructie met de verdachte en figuranten of aan de hand van de (bekende) lengtes van objecten die ook op het beeldmateriaal staan, worden aanwijzingen verkregen voor identificatie of uitsluiting van de verdachte. Het NFI rapporteert de resultaten in de vorm van een betrouwbaarheidsinterval voor de werkelijke verplaatsing of lengte, meestal het 95% betrouwbaarheidsinterval.
Biometrie is de automatische identificatie of herkenning van personen, gebaseerd op gedrags- of fysiologische kenmerken. Het NFI onderzoekt de betrouwbaarheid van de verschillende biometrische apparatuur en -technieken. Een biometrische techniek die al lang gebruikt wordt, is de vergelijking van vingerafdrukken. Andere technieken zijn automatische gezichtsherkenning op basis van (tweedimensionale) foto’s, en op basis van (driedimensionale) gezichtsscans, onderzoek op basis van irisscans en oorafdrukvergelijking.
Steeds vaker worden met behulp van computers driedimensionale computermodellen gemaakt van personen, objecten of ruimtes. Zo’n model kan vanuit hetzelfde gezichtspunt bekeken worden als de opgenomen foto of video, maar ook vanuit ieder ander standpunt. Zo kan het NFI posities en afmetingen van objecten in de foto of video bepalen, of bijvoorbeeld de snelheid van een voorbijrijdende auto benaderen.
Regelmatig wil men op basis van foto’s of beelden van bewakingscamera’s weten wat de snelheid van auto’s was, de lengte van personen of het tijdsinterval tussen beelden. Voor deze onderzoeken wordt ondermeer gebruik gemaakt van driedimensionale computermodellen. Om snelheid, lengte of tijdsintervallen te kunnen bepalen, moet de onderzoeker vaak meerdere punten aanwijzen in het beeldmateriaal. Dit is in principe een subjectief proces. Het NFI hanteert een specifieke methode om de betrouwbaarheidsmarges hiervoor te bepalen.