U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden DNA-onderzoek
Biologisch onderzoek bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft tot doel om, ten behoeve van het voorkomen, het opsporen en het vervolgen in strafzaken, de vraag te beantwoorden van welke persoon biologisch sporenmateriaal afkomstig kan zijn. Het NFI maakt hierbij gebruik van de DNA-technologie, die er op is gericht DNA-profielen te verkrijgen van celmateriaal.
Bij het zoeken naar en onderzoeken van biologische sporen en het hierop volgende DNA-onderzoek staan vier vragen centraal.
Het onderzoek naar biologische sporen begint met de criminalistische analyse. Gespecialiseerde sporenonderzoekers onderwerpen de aangeleverde stukken van overtuiging aan een minutieus onderzoek naar de aanwezigheid van biologische sporen, zoals bloed, sperma, speeksel en haren. Het biologische sporenonderzoek vindt plaats in speciaal hiervoor ingerichte laboratoria. Met speciale tests proberen de sporenonderzoekers de aard van het biologische spoor vast te stellen.
De veiliggestelde biologische sporen gaan vervolgens naar het DNA-laboratorium voor de DNA-analyse. DNA-onderzoekers isoleren het DNA uit de cellen. Dit geldt ook voor de referentiemonsters -meestal wangslijmvlies- van verdachten, slachtoffers en overige betrokkenen. Het NFI gebruikt internationaal gehanteerde en gestandaardiseerde technieken om uit het geïsoleerde DNA het DNA-profiel te verkrijgen. Steeds betere DNA-onderzoeksmethoden maken het mogelijk ook uit een zeer geringe hoeveelheid sporenmateriaal een voor vergelijkend DNA-onderzoek geschikt DNA-profiel te verkrijgen. Of het DNA-onderzoek daadwerkelijk een bruikbaar profiel oplevert, hangt af van verschillende factoren, zoals de kwaliteit van het DNA van het spoor en de condities waaronder het spoor is veiliggesteld en bewaard.
De forensisch DNA-deskundige vergelijkt de in de zaak verkregen DNA-profielen van biologische sporen en personen (verdachten, slachtoffers en andere betrokkenen) met elkaar. DNA-profielen van sporen en verdachten en van overleden slachtoffers van onopgeloste zaken kunnen ook worden opgenomen in de Nederlandse DNA-databank en vergeleken met alle hierin reeds aanwezige DNA-profielen. De deskundige rapporteert de resultaten van het onderzoek en formuleert de conclusie op basis van de vraagstelling van de klant. De rapportage bevat in grote lijnen de volgende informatie:
In de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken bevinden zich DNA-profielen van verdachten en veroordeelden, en van sporen die zijn aangetroffen op een plaats delict. Daarnaast zijn ook de DNA-profielen van overleden slachtoffers van niet opgeloste misdrijven erin opgenomen.
Het NFI voert het feitelijk beheer van de Nederlandse DNA-databank. De directeur van het NFI is in formele zin beheerder en de minister van Justitie is eindverantwoordelijk. Er zijn stringente voorwaarden gesteld aan opname van DNA-profielen in de Nederlandse DNA-databank: alleen die zijn verkregen in een zaak waarbij voor het misdrijf voorlopige hechtenis is toegestaan. Dit komt over het algemeen neer op misdrijven waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.
Afhankelijk van de strafmaat van het delict worden de in de zaak verkregen DNA-profielen van sporen en verdachten voor een bepaalde tijd opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Het DNA-profiel van een verdachte blijft alleen in de DNA-databank als de desbetreffende persoon wordt veroordeeld. Bij het vervallen van de verdenking of bij vrijspraak geeft het Openbaar Ministerie het NFI opdracht het DNA-profiel uit de DNA-databank te verwijderen. Sinds 1 februari 2005 geldt de wet ‘DNA-onderzoek bij veroordeelden’ en is het mogelijk van bepaalde groepen veroordeelden hun DNA-profiel op te nemen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken.
Bij een grootschalig DNA-onderzoek wordt een groot aantal mensen gevraagd om op vrijwillige basis mee te werken aan een DNA-onderzoek. Een dergelijk onderzoek wordt gedaan als er bij het onderzoek van een ernstig misdrijf niet voldoende aanwijzingen zijn die leiden naar individuele personen, maar er wel aanwijzingen zijn dat de dader tot een bepaalde groep van personen behoort. Grootschalig DNA-onderzoek wordt ook vaak ingezet bij cold cases.
Deelname aan grootschalig DNA-onderzoek is altijd op vrijwillige basis. Met behulp van een borsteltje wordt slijm aan de binnenkant van de mond van de betrokkenen weggenomen. Dit is pijnloos. Het wangslijm wordt anoniem naar het NFI gestuurd. De DNA-profielen van de deelnemers worden na bemonstering bepaald. Deze DNA-profielen worden niet opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken, aangezien in deze databank alleen profielen worden opgenomen van verdachten van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.
Als de DNA-profielen bepaald zijn, wordt bekeken of er overeenkomst is met het DNA dat is aangetroffen bij het onderzoek van het misdrijf. Er wordt niet vergeleken met andere sporen uit andere onderzoeken. Als er geen match is, zal het DNA-profiel worden vernietigd. Hiervan worden de betrokkenen schriftelijk in kennis gesteld door OM of politie. Is er een overeenkomst, dan beslist het Openbaar Ministerie of er tot vervolging wordt overgegaan en er sprake is van een of meerdere verdachte(n). Dan wordt er nogmaals DNA van de verdachte(n) bemonsterd en een DNA-profiel bepaald. Dit DNA-profiel wordt wel opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken, omdat sprake is van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.