U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Documentonderzoek
Documentonderzoek richt zich o.a. op dreig- en losgeldbrieven, valse of vervalste documenten (bijv. contracten, facturen en bankdocumenten) en beschadigde documenten zoals verbrande, gescheurde en nat geworden documenten. Documenten worden onderzocht en met elkaar vergeleken, om de echtheid of (gezamenlijke) herkomst vast te stellen.
Het documentonderzoek is zowel fysisch als chemisch van aard.
Documenten worden o.a. onderzocht op:
Bij het documentonderzoek past het NFI de volgende onderzoeksmethoden toe:
Optische methoden worden vooral gebruikt voor een technische analyse van een document. Daaronder wordt verstaan het vaststellen van print-, druk- en schrijfmethoden, bestuderen van oppervlaktebeschadigingen, detailvergelijkingen, het zichtbaar maken van latente (onzichtbare) sporen van eerdere invullingen en het verbeteren van de leesbaarheid van vervaagd of gemaskeerd schrift. Het NFI gebruikt daarvoor macro- en microscopie, digitale beeldbewerking (contrastverbetering, ondergrond onderdrukking of kleurscheiding), en absorptie-, reflectie- en fluorescentiemetingen in het ultraviolet, zichtbaar en nabij-infrarood deel van het elektromagnetisch spectrum.
Materialen zoals inkten, papier en toners kunnen gekarakteriseerd en onderling vergeleken worden met spectrometrische methoden, bijvoorbeeld met microspectrofotometrie, ramenspectroscopie en Fourier Transform Infrarood Spectrometrie (FTIR).
Chromatografie past het NFI toe om materialen in hun afzonderlijke componenten te scheiden waarna de componenten met elkaar kunnen worden vergeleken. Bij documentonderzoek wordt chromatografie voornamelijk toegepast voor de vergelijking van inkten en papier. Zo worden inkten gescheiden in de afzonderlijke kleurstoffen die zijn gebruikt om een inkt een specifieke kleur te geven. Chromatografische methoden die gebruikt worden zijn dunnelaagchromatografie (TLC), hoge druk vloeistofchromatografie (HPLC) en gas chromatografie (GC/MS). De eerste twee worden gebruikt voor de niet-vluchtige componenten terwijl gaschromatografie gebruikt wordt om de oplosmiddelen in inkten te analyseren.
Bij een elementanalyse kijkt de onderzoeker naar de elementaire bouwstenen van materialen. Dit soort analyses dienen met name om een zeer nauwkeurige vergelijking van materialen – in het geval van het NFI inkt, toner en papier – mogelijk te maken. Vormen van elementanalyse die kunnen worden toegepast binnen het documentonderzoek zijn röntgenfluorescentie-onderzoek (XRF), laser ablatie inductief gekoppeld plasma met massaspectrometrische detectie (LA-ICP/MS) en isotoopratio massaspectrometrie (IR-MS).
Naast bovengenoemde methoden maakt het NFI veelvuldig gebruik van elektrostatische detectie voor het zichtbaar maken van doorgedrukt schrift en oppervlaktebeschadigingen van papier.
Sommige van bovenstaande methoden zijn (semi-)destructief: ze beschadigen het document in beperkte mate. Deze onderzoeken worden dan ook alleen uitgevoerd als beschadiging van het document is toegestaan.
Het NFI legt verzamelingen aan op het gebied van schrijf- en printerinkten, papier, toners en logo's van enveloppen, zodat documenten met deze verzamelingen kunnen worden vergeleken.