Drugsanalyse | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden  Drugsanalyse

Drugsanalyse

Verdovende middelenonderzoek richt zich niet alleen op de verdovende middelen zelf, maar ook op alle andere stoffen die in en rond de drugsscene voorkomen of daar een relatie mee kunnen hebben: versnijdingsmiddelen, vervalsingen, veel gebruikte medicamenten, ‘smart products’ en de grondstoffen, waaruit verdovende middelen gemaakt worden.

Basisidentificatie

Een belangrijk onderdeel is het onderzoek aan materialen, meestal poeders, waarvan wordt vermoed dat het een verdovend middel betreft. De belangrijkste voorbeelden uit deze groep zijn cocaïne, heroïne, amfetamine en ‘ XTC’ -tabletten. Met een screening met behulp van kleurtesten krijgt de onderzoeker een eerste indicatie of het verdovende middel wel of niet aanwezig kan zijn. Daarna kan hij met geavanceerde analytisch-chemische apparatuur de aanwezigheid van zo'n verdovend middel met volstrekte zekerheid aantonen.

Naar boven

Complexe identificatie

Hieronder vallen verschillende soorten onderzoek:

  • Breed chemisch en/of fysisch onderzoek naar de vraagstelling: welke stof is dit? Waar de basisidentificatie uitgaat van een vrij gericht onderzoek (bevat deze stof cocaïne?), is de complexe identificatie breed en in feite onbegrensd. Er kunnen miljoenen stoffen of mengsels daarvan bestaan. Illustratief is de vraag: bevat dit verdovende middel nog een andere, mogelijk gevaarlijkere stof? 
  • Onderzoek naar ‘nieuwe’ stoffen, zoals nieuwe verdovende middelen die op de zwarte markt verschijnen en waarvan als regel nog geen beschrijvingen in de vakliteratuur bestaan.
  • Sporenanalyse, de vraag of een bepaald materiaal, of kleding, soms sporen van verdovende middelen bevat.
  • Analyse uit complexe matrices, anders gezegd: de stof bevindt zich in een vreemde substantie, waardoor hij niet meer als zodanig te herkennen is. Voorbeelden: cocaïne opgelost in was of met cocaïne geïmpregneerde kunststof.  

Naar boven

Gehaltebepalingen

Bij gehaltebepaling is de vraag hoeveel van een bepaalde stof nu feitelijk in het materiaal zit, ofwel een vraag naar de sterkte,of dosis van het bewuste materiaal. Deze vraag kan om meerdere redenen interessant zijn:

  • in zaken die met toxicologie te maken hebben, waarbij overdosering wordt vermoed, of waarbij verhalen over te sterke of te zwakke drugs, of extreem dure of goedkope drugs een rol spelen
  • bij vergelijkend onderzoek tussen partijen drugs
  • als inventarisatie om een marktbeeld te krijgen (bijvoorbeeld, hoe sterk is nu Nederlandse hennep?)  

Naar boven

Vergelijkend onderzoek

Het NFI doet dit onderzoek om een veronderstelling over relaties tussen partijen drugs, of tussen dealer en klant, te ondersteunen. Zo'n vergelijkend onderzoek behelst een uitgebreide en nauwkeurige analyse van een groot aantal eigenschappen. Naast de aard en concentratie van de hoofdcomponent kijkt de onderzoeker naar:

  • versnijdingsmiddelen en bij tabletten naar vul- en hulpstoffen, 
  • natuurlijke verontreinigingen die in het materiaal zoals heroïne en cocaïne aanwezig zijn, zowel op hoog als op laag concentratieniveau en naar syntheseverontreinigingen bij synthetische drugs als amfetamine en ‘XTC’. Het onderzoek naar verontreinigingen op laag concentratieniveau wordt ook wel ‘profiling’ genoemd,
  • de vormen, afmetingen en diepdruk van tabletten.  

Naar boven

apparaat Verdovende Middelen 2 effect-detail  2008.jpg