U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Haaronderzoek
Mensen verliezen doorlopend haren. Deze haren kunnen worden overgedragen op andere personen, op objecten of op plaatsen delict. Om specifieke kenmerken van de donor van een haarspoor te bepalen zijn er twee mogelijkheden: vergelijkend haaronderzoek en DNA-onderzoek van de haren. Haaronderzoek kan een belangrijke bijdrage leveren bij de opsporing en bewijsvoering in strafzaken.
Bij vergelijkend haaronderzoek worden de uiterlijke kenmerken (de morfologie) van haarsporen die zijn aangetroffen op de plaats delict of die zijn veiliggesteld van een stuk van overtuiging met elkaar vergeleken en vergeleken met de referentiemonsters haar van personen, zoals verdachte(n), slachtoffer(s) of andere betrokkene(n).
Er worden verschillende typen haren onderscheiden, zoals hoofdharen, schaamharen, snor- en baardharen en overige lichaamsharen. Het is echter niet mogelijk om door vergelijking van de morfologische kenmerken van twee verschillende typen haren (bijvoorbeeld hoofdharen en schaamharen) te bepalen of beide typen haren van dezelfde persoon afkomstig zijn.
Het vergelijkend haaronderzoek kent vier fasen:
Naast menselijke haren onderzoekt het NFI ook dierharen. De werkwijze is min of meer analoog aan de hierboven omschreven procedure.
Haren hebben nagenoeg alleen in en rondom de haarwortel cellen met een celkern. Hierdoor is het alleen mogelijk om uit het celmateriaal van de haarwortel een zogenoemd ‘autosomaal’ DNA-profiel te verkrijgen, zoals dat ook uit andere lichaamscellen wordt verkregen. Van belang hierbij is dat er voldoende cellen aan de haarwortel aanwezig zijn. Het DNA-profiel kan worden vergeleken met de DNA-profielen van sporen en personen binnen de zaak of met de DNA-profielen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en/of de Nederlandse DNA-databank vermiste Personen.