Handschriftonderzoek | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden  Handschriftonderzoek

Handschriftonderzoek

Handschrift is één van de vele sporen die een persoon kan achterlaten en tot op zekere hoogte tot die persoon zijn te herleiden. Brieven, notities, invullingen op formulieren en bestelbonnen, tags van graffitispuiters en handtekeningen op cheques of onder contracten zijn voorbeelden van zulke schriftsporen.

Mogelijke onderzoeksvragen

  • Welke personen uit een bepaalde groep komen in aanmerking als schrijver van een dreigbrief?
  • Is een daarvan beschuldigde persoon inderdaad de schrijver van een afpersingsbrief? 
  • Is een aanvraagformulier voor een levensverzekering wel ingevuld door degene op wiens naam deze aanvraag staat? 
  • Is een handtekening onder een contract of testament wel of niet echt?
  • Zijn de als gestolen opgegeven cheques ingevuld en ondertekend door de aangehouden verdachte? Of misschien door de rekeninghouder zelf? 

Naar boven

Betwist en vergelijkingshandschrift

Met het beantwoorden van dit soort vragen houdt de forensische schriftexpert zich bezig. Het omstreden of in het geding zijnde handschrift of de dito handtekening wordt door schriftexperts gewoonlijk het betwiste handschrift respectievelijk de betwiste handtekening genoemd. 

Om de bovengestelde vragen te beantwoorden, vergelijkt de schriftexpert het betwiste handschrift met het handschrift waarvan de herkomst bekend en niet omstreden is. Het NFI spreekt daarom ook wel van vergelijkend handschriftonderzoek.

Naar boven

Geen grafologie

Voor alle duidelijkheid: vergelijkend handschriftonderzoek is niet hetzelfde als grafologisch onderzoek. Grafologen menen uit iemands handschrift iets af te kunnen leiden over persoonlijke eigenschappen van die persoon. Grafologische uitspraken zijn echter sterk omstreden. Forensische schriftexperts houden zich dan ook niet bezig met de mogelijke karaktereigenschappen en gemoedstoestanden van de schrijver. Wel kan de schriftexpert soms globale indicaties geven van de leeftijd, de nationaliteit en het (schrijf)ontwikkelingsniveau van een schrijver.

Naar boven

Methode

Het 'normale' werk van de schriftexpert bestaat uit het vergelijken van een als betwist beschouwd handschrift of handtekening met vergelijkingshandschrift of vergelijkingshandtekeningen van een bekende persoon met het doel vast te stellen of het betwiste handschrift dan wel de betwiste handtekening door die persoon is geproduceerd. Hiertoe worden diverse kenmerken van het betwiste en het vergelijkingshandschrift systematisch geanalyseerd en onderling vergeleken. Dit gebeurt visueel, zo nodig met behulp van een loep of stereomicroscoop. 

Dit onderzoek onderscheidt drie categorieën van schriftkenmerken:

  • algemene kenmerken, zoals hellingshoek, verbondenheidsgraad en schrijfdruk. 
  • vlakindelingskenmerken, zoals de ruimte tussen tekstregels geschreven op ongelineerd papier en de afstanden tussen de woorden.  
  • microkenmerken, deze laatste kenmerken hebben betrekking op de constructie van de afzonderlijke grafische elementen (hoofdletters, kleine letters, cijfers en andere schrifttekens) en het gedetailleerde verloop van de schrijfbeweging binnen deze elementen.  

Door hun rijkheid aan informatie en beperkte manipuleerbaarheid vormen de microkenmerken de belangrijkste basis voor het onderscheid tussen verschillende handschriften en daarmee ook de basis voor het vergelijkend handschriftonderzoek. Bij het onderzoek naar de authenticiteit van handtekeningen besteedt de onderzoeker daarnaast extra aandacht aan kenmerken die kunnen wijzen op nabootsing dan wel 'vermomming'.

Naar boven

Combinatie met ander onderzoek

Vergelijkend handschriftonderzoek kan worden gecombineerd met bijvoorbeeld onderzoek van machineschrift (van schrijfmachines en printers), inkt- en papieronderzoek, onderzoek van stempels en watermerken, onderzoek van chemische en mechanische radeersporen, bepaling van de volgorde van schrijven e.d. Daarnaast zijn er diverse mogelijkheden voor het onderzoeken dan wel zichtbaar maken van andersoortige sporen op de voor handschriftonderzoek aangeboden documenten: dactyloscopische sporen, DNA-sporen (bijv. in speekselresten onder een postzegel of de likrand van een envelop), haren en vezels.

Naar boven

_DSC4576.jpg