Machine- en printerschriftonderzoek | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden  Machine- en printerschriftonderzoek

Machine- en printerschriftonderzoek

Met een schrijfmachine worden schrifttekens op (elektro)mechanische wijze op papier gebracht. Na de mechanische schrijfmachines werden elektrische schrijfmachines ontwikkeld, gevolgd door elektronische schrijfmachines. Met de introductie van schrijfmachines met een geheugen begint de grens tussen elektronische schrijfmachines en computerprinters te vervagen.

Wat schrijfmachines en printers gemeen hebben, is dat zij schrifttekens achterlaten op papier. De schrifttekens vormen sporen die een rol kunnen spelen bij onderzoek aan bijvoorbeeld vervalste facturen, formulieren, akten, dreigbrieven en claimbrieven. Bij het printerschriftonderzoek volgt het NFI dan ook in grote lijnen dezelfde methoden als bij het  schrijfmachineschriftonderzoek. Onder het begrip machineschrift verstaat het NFI daarom zowel schrift dat vervaardigd is met schrijfmachines als met computerprinters geproduceerd schrift.

Schrijfmachineschrift

Enkele veel voorkomende onderzoeken zijn:

  • identificatie van schrijfmachineschrift
  • bepaling van het merk schrijfmachine
  • datering van schrijfmachineschrift
  • naderhand toegevoegde teksten 

Naar boven

Identificatie van schrijfmachineschrift

Bij een vergelijkend machineschriftonderzoek vergelijkt de onderzoeker het als betwist aangemerkt machineschrift met machineschrift op documenten waarvan de herkomst bekend is. Van de beide te vergelijken machineschriften bepaalt hij allereerst de algemene machinekenmerken. Het gaat daarbij om onder andere de schrifttekenafstand (pitch) en de vorm en afmetingen van de letters en cijfers. De schrifttekenafstand wordt met een geautomatiseerd meetsysteem bepaald of visueel met nauwkeurige meetrasters. De vorm en afmetingen worden eveneens visueel beoordeeld; zo nodig wordt gebruik gemaakt van een vergelijkingsmeetmicroscoop. 

Komen de vergeleken machineschriften op deze punten overeen, dan kan het betwiste machineschrift met dezelfde machine (of hetzelfde schrijfelement, bijvoorbeeld een margrietschijf of een schrijfbol) zijn vervaardigd als het vergelijkingsschrift. Andere machines (of schrijfelementen) van hetzelfde merk en type zijn op grond hiervan echter nog niet uit te sluiten. Overeenkomst met betrekking tot de algemene machinekenmerken is daarom niet voldoende om een schrijfmachine te identificeren. Voor identificatie van machineschrift zijn zogenaamde machinespecifieke kenmerken (typica) noodzakelijk, zoals bij afdruk zichtbare beschadigingen of afwijkende standen of afdrukken van schrifttekens. Een conclusie baseert de onderzoeker op het aantal en de soort specifieke kenmerken, hun kwaliteit en zeldzaamheid.

Naar boven

Bepaling van het merk schrijfmachine

In gevallen waarin (nog) geen vergelijkingsmateriaal voorhanden is, kan het NFI onderzoek doen naar het merk van de gebruikte machine. Dit gebeurt vooral in situaties waarin een brief of een ander document (bijvoorbeeld een claimbrief of een dreigbrief) het enige aanknopingspunt is. 

Bij zo’n onderzoek wordt het betwiste machineschrift onderzocht op algemene machinekenmerken. De onderzoeker geeft aan deze kenmerken een code of "sleutel", waarmee hij in de ter beschikking staande classificatiesystemen kan zoeken naar merken schrijfmachines die aan deze "sleutel" voldoen.

Naar boven

Datering van schrijfmachineschrift

Met behulp van een classificatiesysteem kan de onderzoeker ook nagaan wanneer een bepaald lettertype op de markt is gekomen. Dergelijke onderzoeken worden verricht indien getwijfeld wordt aan de juistheid van de datum die op het document is vermeld.

Naar boven

Naderhand toegevoegde teksten

Indien aan een in machineschrift opgesteld document op een later tijdstip enkele woorden, bedragen of méér regels zijn toegevoegd, is de tekst op dat document niet in één zitting getypt. Over het algemeen wordt door één van de partijen aangegeven welke tekst er oorspronkelijk niet heeft gestaan. Deze tekst wordt dan als "betwist" beschouwd. Het overige machineschrift op het document vormt het ‘referentieschrift’. 

Allereerst kijkt de onderzoeker of het betwiste en referentiemachineschrift overeenkomen. Treft hij geen verschillen aan, dan onderzoekt hij met een geautomatiseerd meetsysteem of een nauwkeurig lijnenraster of de betwiste tekst verschuivingen vertoont ten opzichte van het referentieschrift.

Naar boven

Printerschrift

Het onderzoek van printerschrift komt methodisch in grote lijnen overeen met het onderzoek van schrijfmachineschrift. Er zijn echter ook verschillen, met name bij het vergelijkend onderzoek.

Naar boven

Verschillen met onderzoek van schrijfmachineschrift

Bij een vergelijkend onderzoek van printerschrift onderzoekt het NFI eerst of de ‘inktafzetting’ van de tekst op een betwist document van dezelfde aard is als die van de afdruk op het vergelijkingsmateriaal. Een afdruk van een inkjet-printer ziet er onder een stereomicroscoop anders uit dan een afdruk van een laserprinter. Zo heeft ieder type printer zijn eigen te onderscheiden afdruksysteem. 

Verschilt het printerschrift op twee documenten qua lettertype, dan hoeft dit niet te betekenen dat er sprake is van twee verschillende printers. De computer die de printer aanstuurt, bezit meestal de mogelijkheid om een groot aantal verschillende lettertypen te produceren. Ook de afmetingen van de schrifttekens kunnen meestal naar believen worden aangepast. Printers kunnen meestal in kleur af te drukken. In combinatie met een scanner en speciale programmatuur kan zo een compleet document - al dan niet met logo's en foto's - worden gereproduceerd.

Naar boven

Specifieke kenmerken

Voor identificatie zijn in de afdruk zichtbare afwijkingen of andere, voor de desbetreffende printer specifieke kenmerken noodzakelijk. Zijn dergelijke specifieke kenmerken te vinden in betwist printerschrift, dan kan het NFI onderzoeken of deze kenmerken ook aanwezig zijn in een printproef van een voor onderzoek aangeboden printer, of in het printerschrift op andere documenten waarvan vaststaat dat die met de betrokken printer zijn vervaardigd. 

Specifieke kenmerken zijn bijvoorbeeld het gevolg van verstopte spuitmondjes bij een inkjet-printer. Maar ook het papiertransportmechanisme van een printer kan kenmerkende sporen achterlaten. Bij bijvoorbeeld een laserprinter kunnen beschadigingen in de fotogevoelige laag van de printertrommel bovendien een specifiek smettenpatroon op de afdruk veroorzaken. Kenmerken die kunnen leiden tot identificatie van de gebruikte printer.

Naar boven