Schotrestenonderzoek | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden  Schotrestenonderzoek

Schotrestenonderzoek

Het schotrestenonderzoek richt zich op de reconstructie van schietincidenten. Het onderzoekt sporen die ontstaan bij het afvuren van een patroon met een vuurwapen. De kracht van dit soort onderzoek ligt vooral in het leggen van relaties tussen personen, objecten en processen.

Ontstaan van schotresten

Een patroon is in het algemeen opgebouwd uit een huls, een slaghoedje en een projectiel. De huls bevat een bepaalde hoeveelheid kruit (voortdrijvende lading); het slaghoedje is gevuld met een hoeveelheid slags-as. Bij het afvuren van een patroon wordt het slags-as met de slagpin van het wapen tot ontbranding gebracht en vervolgens wordt hierdoor de kruitlading ontstoken. De restproducten die bij dit proces ontstaan noemen we schotresten.

Naar boven

Schiethanden

Schotresten komen terecht op de handen van de schutter (schiethand) en/of op de mouwen van de gedragen kleding van de schutter (schietmouw). Schotresten uit de loop van het vuurwapen komen bijvoorbeeld terecht op de kleding of het lichaam van personen, of op objecten waarop is geschoten. Onderzoek aan de schiethand van een mogelijke schutter wordt gedaan door de handen te bemonsteren.

Naar boven

Kleding verdachte

De mouwen van een mogelijke schutter kunnen worden onderzocht. Andere kledingdelen zoals broeksbanden en zakken in verband met het dragen van een vuurwapen behoren ook tot de mogelijkheden.

Naar boven

Schotbeschadiging

Bij het onderzoek naar schotbeschadigingen in kleding of lichaam kan het NFI in het algemeen een uitspraak doen over de schootsrichting. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald of het een in- of een uitschot betreft. Schotbeschadigingen worden gekarakteriseerd door verschillende kenmerken:

  • bloed
  • stand van vezels
  • vuilzoom
  • kruitresten

Naar boven

Schootsafstand

Nadat het projectiel de loop van het wapen heeft verlaten, expandeert de gaswolk en verplaatst zich met afnemende snelheid en dichtheid van de loop weg. Deze wolk heeft een gelimiteerd bereik. Wanneer een vuurwapen binnen het maximale bereik van de wolk met schotresten op het slachtoffer is afgevuurd, kan de onderzoeker uit het spreidingsbeeld van de schotrestdeeltjes rond het inschot een schootsafstand bepalen.

Naar boven

Wapens en munitiedelen

Een kogel pikt sporen op van objecten waarmee hij tijdens zijn vlucht in aanraking komt. Daarnaast kan de kogel vervormd raken. Het onderzoek naar dergelijke microsporen aan munitiedelen kan informatie geven die van belang kan zijn voor het reconstrueren van een schootsbaan. Vervormde kogels en microsporen zoals haren, vezels, glas, hout, steen, bloed en weefsel worden zoveel mogelijk veiliggesteld om eventueel nader te onderzoeken. Dit zogenoemd cytologisch onderzoek aan een kogel wordt doorgaans in combinatie met DNA-onderzoek uitgevoerd.

Naar boven

Vergelijkend onderzoek

In sommige gevallen kunnen de onderzoekers metaalhoudende schotresten en kruitdeeltjes afkomstig van verschillende typen munitie van elkaar onderscheiden. Dit kan een meerwaarde zijn voor het reconstrueren van schietincidenten.

Naar boven

Onderzoeksmethoden

Het NFI gebruikt verschillende technieken voor schotrestenonderzoek. Kleurreagenten en microscopen worden gebruikt om sporen te traceren. Voor de analyse van sporen wordt gebruik gemaakt van een Scanning Elektronen Microscoop (SEM), met een daaraan gekoppeld het Röntgenmicro-Analysesysteem (EDX).

Naar boven

Schotrestenonderzoek