U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Verkeersongevallenonderzoek
Verkeersongevallenonderzoek binnen het NFI richt zich op het achterhalen van de toedracht in de ruimste zin van het woord.
Bij de berekening van snelheden gaan de onderzoekers van het NFI voornamelijk uit van door de politie ter plaatse aangetroffen sporen: bandensporen, krassporen en op het wegdek achtergebleven voertuigdelen. Daarbij maken zij o.a.gebruik van computersimulatieprogramma's die voertuigbewegingen en botsingen modelleren op grond van de klassieke mechanica.
In het algemeen kunnen grootheden zoals rijsnelheden niet exact worden berekend. Een snelheidsberekening leidt dan ook niet tot een exact getal, maar tot een aantal mogelijke snelheden. De mogelijke snelheden zullen de werkelijk gereden rijsnelheid dichter benaderen naarmate de aangeleverde informatie vollediger en nauwkeurig is.
Op grond van berekende snelheden kan het NFI vragen met betrekking tot de toedracht van het ongeval beantwoorden. Een voorbeeld is de situatie waarin een automobilist bij het oversteken van een voorrangsweg in de flank wordt aangereden door een te snel rijdende auto. In die situatie kan de vraag zijn of de oversteker voor de naderende auto langs had kunnen oversteken als die laatste niet te snel had gereden. Om een dergelijke vraag in technische zin te beantwoorden, moeten vaak aannamen worden gedaan. Een aanname zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de oversteker door zijn manoeuvre de bestuurder van de naderende auto in het geheel niet tot remmen of uitwijken mocht dwingen.
Bij het onderzoek naar de toedracht van een verkeersongeval kunnen allerlei vragen opkomen:
Dergelijke vragen beantwoordt het NFI op grond van kennis en ervaring, eventueel ondersteund door literatuuronderzoek en experimenten.