U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Vezel- en textielonderzoek
Textiel is op zeer veel plaatsen aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan kleding, huishoudtextiel en stoffering. Slachtoffers en daders dragen kleding van textiel materiaal, op de plaats delict komen vaak vloerbedekking, gordijnen of beddengoed voor. Een textiel- of vezelonderzoek kan van belang zijn bij het oplossen van een moord, mishandeling, zedenmisdrijf, ontvoering maar ook van een brandstichting of een inbraak.
Textiel bestaat uit losse, microscopisch kleine vezels. De producent van het vezelmateriaal heeft in de vezels bepaalde kenmerken ingebracht:aard van de vezel (kunst- of natuurvezel), kleur, diameter, polariserend of fluorescerend gedrag ten opzichte van diverse lichtsoorten en - bij kunstvezels - bovendien de dwarsdoorsnede en mattering. Deze morfologische en fysische kenmerken worden gebruikt voor het vergelijken van vezelmateriaal op microscopisch niveau. Onderzoek naar de van het textiel losgeraakte en overgedragen vezels kan iets zeggen of er contact is geweest tussen de kleding van twee personen of tussen de kleding van een persoon en een voorwerp, zoals een slag- of steekwapen.
Textiel is doorgaans geweven of gebreid. Een voorbeeld van een macroscopisch onderzoek is een vergelijkend onderzoek tussen textiele materialen ter vaststelling van de herkomst van textiele fragmenten. Een ander voorbeeld is een beschadigingenonderzoek om een mogelijke relatie tussen een steekwapen en een beschadiging in textiel te achterhalen.
Het NFI beschikt over diverse technieken: stereomicroscopie, lichtmicroscopie, UV-VIS -spectrofotometrie en infrarood-spectrometrie zijn de meest gebruikte technieken. De keuze is afhankelijk van de te onderzoeken voorwerpen, de vraagstelling en het type onderzoek.