U bent hier:Home Werkveld Overzicht onderzoeksgebieden Wapens en munitie
Wapens en munitieonderzoek richt zich op onderzoek van schietincidenten en is sterk gerelateerd aan het schotrestenonderzoek.
Bij het vergelijkend kogel- en hulsonderzoek onderzoekt het NFI microscopisch kleine, mechanische beschadigingen (wapensporen) op de munitiedelen. Dergelijke sporen ontstaan in de munitiedelen bij het schieten of doorladen met een vuurwapen. Aard en aantallen sporen (sporenbeeld) zijn afhankelijk van het soort en merk vuurwapen en munitie. Doel van het onderzoek is het aantonen van een verband tussen elk van die munitiedelen onderling en/of tussen die munitiedelen en een wapen. Hierdoor is het mogelijk om afgevuurde kogels en hulzen te identificeren als zijnde afkomstig uit een bepaald wapen met uitsluiting van alle andere. Ook kan het NFI onderzoeken of een vuurwapen eerder bij schietincidenten in Nederland is gebruikt. Hiervoor beschikt het NFI over een databank met een geautomatiseerd zoeksysteem.
In een aantal gevallen is het noodzakelijk een wapen te onderzoeken op deugdelijkheid, gebreken en storingen. Dit technisch onderzoek is om verschillende redenen van belang: voor de reconstructie van de toedracht van een schietincident, het achterhalen van (grove) nalatigheid in de omgang met en het onderhoud van wapens in geval van schietincidenten, en de controle van verklaringen over de werking en deugdelijkheid van een wapen in het kader van de schuldvraag.
Bij het ballistisch onderzoek worden alle vier fasen van de ballistiek onderzocht:
Deze zijn te onderscheiden in deel- en algehele reconstructies. De deelreconstructies hebben doorgaans betrekking op bijvoorbeeld het functioneren van het wapen, al dan niet in combinatie met het menselijk handelen, of het vastleggen van kogelbanen. Bij een algehele reconstructie worden de deelreconstructies en de verklaringen van getuige(n) en/of verdachte(n) met elkaar geconfronteerd.