DNA-databank | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home DNA‑databank  DNA-databank

DNA-databank

De DNA-databank is een belangrijk instrument bij de opsporing en vervolging van misdrijven. Op deze pagina wordt beschreven hoe de DNA-databank werkt en wordt beheerd.

Samenstelling

De Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken bevat DNA-profielen van:

  • verdachten
  • veroordeelden
  • ex-gedetineerden (op vrijwillige basis)
  • overleden slachtoffers
  • op een plaats delict aangetroffen of delict gerelateerde sporen

Alle tot bovengenoemde categorieën behorende DNA-profielen moeten worden opgenomen in de DNA-databank. Indien op een ‘plaats delict’ meerdere malen hetzelfde DNA-profiel wordt aangetroffen, wordt het slechts één maal opgenomen in de DNA-databank. Verdachten blijven alleen in de DNA-databank als zij nadien veroordeeld worden. Bij het vervallen van de verdenking stelt het Openbaar Ministerie het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hiervan op de hoogte waarna het NFI het DNA-profiel uit de DNA-databank verwijdert. DNA-profielen van sporen worden verwijderd nadat het Nederlands Forensisch Instituut van het Openbaar Ministerie een mededeling heeft ontvangen dat de zaak waaruit het spoor afkomstig is, is afgedaan.

Een DNA-profiel wordt in de DNA-databank opgenomen in de vorm van een serie getallen en letters, die de eigenschappen weergeven van de DNA-kenmerken die door een ISO 17025 geaccrediteerd laboratorium zijn bepaald. Ook de code van het identiteitszegel dat bij het DNA-profiel hoort, wordt in de databank opgenomen. Hiermee kan het dossier en celmateriaal van het DNA-profiel worden teruggevonden.

De DNA-databank is samengesteld uit:

  • volledige DNA-profielen (deze bestaan op dit moment uit 16 DNA-kenmerken) 
  • partiële DNA-profielen van sporen als deze voldoende bewijskracht hebben (in de praktijk 6 of meer DNA-kenmerken)
  • mengprofielen van sporen van niet meer dan 2 personen

In de DNA-databank worden geen persoonsgegevens opgenomen. Als op een plaats delict meerdere malen hetzelfde DNA-profiel wordt aangetroffen, wordt het slechts éénmaal opgenomen in de DNA-databank.

Groei DNA-databank

De hieronder weergegeven grafiek laat de jaarlijkse groei van de Nederlandse DNA-databank zien vanaf 1997. De toename van het aantal DNA-profielen is het aantal opgenomen DNA-profielen min het aantal verwijderde DNA-profielen.

Aantal DNA profielen

Vergelijking DNA-profielen

Alle nieuw in de DNA-databank opgenomen DNA-profielen worden vergeleken met al aanwezige DNA-profielen en met de zogenaamde eliminatiedatabank waarin zich de DNA-profielen bevinden van alle personen die met te onderzoeken voorwerpen in aanraking komen en andere personen die in de werkruimtes komen zoals schoonmaak- en onderhoudspersoneeel. Er kunnen dan verschillende dingen gebeuren:

  • Niets. Blijkbaar is het DNA-profiel van de betrokken persoon of van het op een plaats delict aangetroffen spoor nieuw. 

  • Een aan de DNA-databank toegevoegd DNA-profiel van een bekende persoon komt overeen met een DNA-profiel van een spoor dat ooit is aangetroffen op een plaats delict. Aan het ooit op een plaats delict aangetroffen spoor van een onbekende persoon is nu een naam van een mogelijke verdachte gekoppeld. Een tot op dat moment onopgeloste zaak kan hierdoor wellicht alsnog worden opgelost.

  • Een aan de DNA-databank toegevoegd DNA-profiel van een bekende persoon komt overeen met een DNA-profiel van een bekende persoon die reeds in de DNA-databank aanwezig is. Dit betekent dat de betrokken persoon dubbel bemonsterd is of dat er sprake is van een 1-eiige-tweeling. Indien de persoonsgegevens die horen bij de matchende DNA-profielen van elkaar verschillen, kan er sprake zijn van identiteitsfraude.

  • Een aan de DNA-databank toegevoegd DNA-profiel van een spoor dat is aangetroffen op een plaats delict komt overeen met een reeds in de DNA-databank aanwezig DNA-profiel van een bekende persoon. Aan het op de plaats delict aangetroffen spoor is nu een naam van een bekende persoon gekoppeld en voor het delict is een mogelijke verdachte in beeld gekomen.

  • Een aan de DNA-databank toegevoegd DNA-profiel van een spoor dat is aangetroffen op een plaats delict komt overeen met een reeds in de DNA-databank aanwezig DNA-profiel van een spoor dat is aangetroffen op een andere plaats delict. Er zijn nu twee delicten aan elkaar gekoppeld via het op beide plaatsen delict aangetroffen DNA-profiel. Wie de eigenaar is van het profiel (en dus mogelijke verdachte) is echter niet bekend. Bovengenoemd proces kan zich meermaals herhalen. Er ontstaat dan een cluster van meerdere via een DNA-profiel aan elkaar gekoppelde plaatsen delict

  • Een aan de DNA-databank toegevoegd DNA-profiel van een spoor dat is aangetroffen op een plaats delict komt overeen met een DNA-profiel uit de eliminatiedatabank. Dit betekent dat er onbedoelde contaminatie is opgetreden van het te onderzoeken materiaal.

De hieronder weergeven grafiek laat het jaarlijkse aantal via de DNA-databank gevonden matches zien vanaf 2004.

Aantal matches

Software

Het computerprogramma dat in Nederland wordt gebruikt voor de opslag en het vergelijken van DNA-profielen heet Combined DNA Index System (CODIS). Het is in de Verenigde Staten door de FBI ontwikkeld en wordt ook aan bevriende forensische overheidslaboratoria ter beschikking gesteld.

Regelgeving

Het beheer van de DNA-databank is geregeld in de artikelen 14 t/m 18 van het Besluit van 27 augustus 2001, houdende nadere regels over het DNA-onderzoek in strafzaken.

  • Artikel 14 behandelt de taken en bevoegdheden van de beheerder.

  • In artikel 15 staat beschreven wie informatie uit de DNA-databank mogen opvragen. 

  • De artikelen 16 en 17 regelen het verwijderen van DNA-profielen personen die niet langer als verdachte kunnen worden aangemerkt.

  • In artikel 18 worden andere aanleidingen behandeld om DNA-profielen uit de DNA-databank te verwijderen onder andere als gevolg van het verstrijken van de bewaartermijn.

Naar schatting zal van alle in de DNA-databank opgenomen profielen ongeveer 20% op enig moment weer verwijderd moeten worden, omdat de betrokken verdachten niet veroordeeld worden. Het OM zal het NFI hiertoe opdracht geven.

Naast de specifieke regels uit het besluit is ook de Wet Bescherming Persooonsgegevens van toepassing op de DNA-databank. Op verzoek van de Eerste Kamer der Staten Generaal hebben het NFI en het Colllege Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat verantwoordelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet, nader overleg gevoerd over de wijze waarop het NFI het beheer over de DNA-databank voert. Er is afgesproken dat er regelmatig privacyaudits gehouden zullen worden bij het NFI. De minister heeft dit per brief (pdf) aan het parlement laten weten. Het NFI heeft de verwerking van DNA-profielen bij het CBP aangemeld onder het meldingsnummer 1385199.

Raadplegen

Het NFI verstrekt gegevens uit de DNA-databank aan:

  • Leden van de rechterlijke macht, voorzover zij deze nodig hebben voor de toepassing van het strafrecht.

  • Ambtenaren van politie, voorzover zij deze nodig hebben voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De verstrekking van gegevens aan de ambtenaren van politie blijft beperkt tot het doen van de mededeling of het DNA-profiel van een verdachte wel of niet is vastgelegd in de DNA-databank.

  • Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) in het kader van het landelijke sporendatabankproject

  • De Justitiële Informatiedienst (voorheen CJIB) zodat zij via de Strafrechtsketendatabank aan het OM en de politie kunnen laten weten welke personen er in de DNA-databank zijn opgenomen

  • Medewerkers van de Nationale Contactpunten van EU-landen die belast zijn met de uitvoering van het DNA-deel van de EU-Prum raadsbesluiten

Bewaartermijnen

Er gelden verschillende bewaartermijnen voor de verschillende categorieën DNA profielen:

  • Sporen aangetroffen op een ‘plaats delict’: 12, 20 of 80 jaar afhankelijk van de strafbedreiging behorend bij het delict.

  • Ex-gedetineerden: 20 jaar of na een verzoek tot verwijdering

  • Overleden slachtoffers: 12, 20 of 80 jaar afhankelijk van de strafbedreiging behorend bij het delict.

  • Personen die zijn veroordeeld voor misdrijven waar minder dan 6 jaar op staat: 20 jaar of 12 jaar na diens overlijden.

  • Personen die zijn veroordeeld voor misdrijven waar 6 jaar of meer op staat: 30 jaar of 20 jaar na diens overlijden. 

  • Personen die bij hun veroordeling een staf hebben gekregen van meer dan 20 jaar: 50 jaar of 20 jaar na diens overlijden. 

  • Personen die bij hun veroordeling een staf hebben gekregen van levenslang of meer dan 40 jaar: 80 jaar of 20 jaar na diens overlijden.  

  • DNA-profielen van niet-verdachten (slachtoffers, getuigen, e.d) worden niet opgenomen in de DNA-databank.

  • DNA-profielen van hen die vrijwillig meedoen aan een DNA-bevolkingsonderzoek worden ook niet opgenomen in de DNA-databank. Hun DNA-profiel en het voor de vervaardiging daarvan gebruikte celmateriaal worden bovendien meteen vernietigd nadat is gebleken dat het niet overeenkomt met het DNA-profiel waarvan de eigenaar wordt gezocht.

  • DNA-profielen van verdachten die niet veroordeeld worden, worden verwijderd nadat het OM het NFI heeft laten weten dat de betrokken persoon niet langer als verdachte kan worden aangemerkt. 

  • DNA-profielen van sporen worden verwijderd nadat het NFI van het OM een mededeling heeft ontvangen dat de zaak waaruit het spoor afkomstig is, is afgedaan. 

  • Het celmateriaal dat gebruikt is voor het bepalen van een DNA-profiel mag net zolang bewaard worden als het DNA-profiel zelf.

Buitenlandse DNA-databanken

Via de onderstaande links kunt u de internet sites van buitenlandse DNA-databanken bekijken.

Jaarverslagen

Vanaf 2006 publiceert de beheerder van de DNA-databank een jaarverslag. Elk jaarverslag heeft een thema dat wat uitgebreider wordt behandeld:

Ook de beheerders van enkele buitenlandse DNA-databanken publiceren een jaarverslag:

Andere DNA-databankliteratuur vindt u op de DNA-literatuurpagina