Verdrag van Prum | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home DNA‑databank DNA‑thema's  Verdrag van Prüm

Verdrag van Prüm / EU-Prümraadsbesluiten

Historie en reikwijdte

Het Verdrag van Prüm werd in 2005 door Nederland, Duitsland, Oostenrijk, België, Luxemburg, Frankrijk en Spanje ondertekend in het Duitse stadje Prüm. In de jaren daarna sloten ook Finland, Portugal, Italië, Slovenië, Zweden, Bulgarije, Slowakije, Griekenland, Roemenië en Hongarije zich bij het verdrag aan dat in 2008 door het Nederlandse Parlement werd geratificeerd. Het verdrag regelt de uitwisseling van bepaalde gegevens en wederzijdse hulpverlening in bepaalde situaties. In 2008 werd het verdrag van Prüm middels een tweetal EU-raadsbesluiten omgezet in EU-wetgeving (2008/615/JBZ en 2008/616/JBZ). Op basis van het verdrag van Prüm en dus nu de EU-Prüm-Raadsbesluiten hebben de 27 EU-lidstaten het recht om DNA-profielen die aanwezig zijn in hun DNA-databank volledig geautomatiseerd te vergelijken met de DNA-data­banken van andere lidstaten. De EU-lidstaten hebben tot 26 augustus 2011 de tijd gekregen om de EU-Prüm raadsbesluiten te implementeren. Ook de niet EU-landen Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein mogen meedoen en Noorwegen en IJsland hebben de EU daar al om verzocht.

Naar boven

Het hit-no-hit-principe

DNA-profielen worden met elkaar vergeleken op basis van het zogenaamde hit-no-hit-principe. Dit betekent dat de vergelijking plaatsvindt zonder dat op dat moment de persoons- en/of zaakgegevens van de DNA-profielen bekend zijn. Als er een match wordt gevonden, dan kunnen landen die bij de match betrokken zijn, de persoons- en/of zaakgegevens die bij het DNA-profiel horen, bij elkaar opvragen; dit gebeurt op basis van een code die bij het DNA-profiel hoort. Hierbij wordt gebruikgemaakt van reeds bestaande kanalen. Omdat DNA-informatie in Nederland aangemerkt wordt als Justitie-informatie, worden in- en uitgaande informatieverzoeken die op de EU-Prüm-raadsbesluiten gebaseerd zijn, verwerkt als internationale rechtshulpverzoeken.

Naar boven

Internationale rechtshulpverzoeken

Alle internationale rechtshulpverzoeken, dus ook die voortvloeien uit de Prüm-EU-raadsbesluiten, worden verwerkt door één van de Internationale Rechtshulpcentra (IRC). De uitgaande rechtshulpverzoeken lopen via de regionale IRC’s, de inkomende rechtshulpverzoeken worden door het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) verwerkt. Alle in- en uitgaande rechtshulpverzoeken worden geregistreerd in het LURIS-systeem [1]. Rechtshulpverzoeken die gebaseerd zijn op de EU-Prüm,-raadsbesluiten zijn in het LURIS-systeem als zodanig herkenbaar. Op deze manier kan aan onderlinge rapportageverplichting tussen de lidstaten worden voldaan. Bij een inkomend rechtshulpverzoek vraagt het LIRC op basis van de code die bij het Nederlandse DNA-profiel hoort, aan de beheerder van de DNA-databank om de match te verifiëren en de persoons- en/of zaakgegevens te verstrekken. Daardoor is het LIRC in staat om het inkomende rechtshulpverzoek te toetsen en worden de gevraagde gegevens verstrekt aan het verzoekende land als de uitkomst van de toets positief is. De hierboven geschetste procedure is vastgelegd in een Engelstalig document. Dit document wordt verstrekt aan elk nieuw land waarmee Nederland in het kader van het Verdrag van Prüm of de EU-Prüm-decision DNA-pro­fielen gaat uitwisselen.

 

Naar boven

Internationale standaardisatie

Om DNA-profielen tussen landen onderling te kunnen vergelijken, moeten landen hun DNA-profielen op dezelfde wijze bepalen. Dit heeft men zich al vroeg gerealiseerd. Daarom nam de Raad van de Europese Unie al in 2001 een resolutie (2001/C 187/01) aan waarin alle lidstaten worden opgeroepen om bij het bepalen van DNA-profielen in ieder geval zeven met name genoemde DNA-merkers (loci) te gebruiken. Dit is de zogenaamde European Standard Set (ESS). De ESS is in 2009 door een nieuwe resolutie (2009/C 296/01) met 5 loci uitgebreid tot 12 loci.

Naar boven

Prüm inclusion rules

Niet alle DNA-profielen die aanwezig zijn in de DNA-databank van een land, worden vergeleken met de DNA-profielen van andere landen. Alleen DNA-profielen die voldoen aan de zogenaamde ‘inclusion rules’ worden vergeleken met de DNA-profielen van andere landen. Ook die DNA-profielen moeten aan de ‘inclusion rules’ voldoen. Het doel van deze ‘inclusion rules’ is om een zinvolle onderlinge vergelijking van de DNA-profielen mogelijk te maken. In de ’inclusion rules’ staat onder andere hoeveel DNA-kenmerken een DNA-profiel moet bevatten en dat DNA-mengprofielen en DNA-profielen van sporen die al aan een persoon gekoppeld zijn, niet meedoen aan de vergelijking. De volledige Prüm ‘inclusion rules’ zijn opgenomen in § 1.1 van hoofdstuk 1 van de bijlage bij besluit 2008/616/JBZ van de Raad van de Europese Unie.

 

Naar boven

Prüm matching rules

De Prüm ‘matching rules’ bepalen welke DNA-profielen als voldoende overeenkomend kunnen worden beschouwd na een onderlinge vergelijking. De Prüm ‘matching rules’ zijn opgenomen in § 1.2 van hoofdstuk 1 van de bijlage bij besluit 2008/616/JBZ van de Raad van de Europese Unie. Er is sprake van een match als er tussen twee DNA-profielen minimaal 6 volledig overeenkomende DNA-merkers zijn. Er zijn vier verschillende soorten matches:

  • Quality 1: Alle DNA-kenmerken (allelen) van alle DNA-merkers (loci) die in beide DNA-profielen voorkomen, komen volledig met elkaar overeen.

  • Quality 2: Een van beide matchende DNA-profielen bevat een zogenaamde wildcard. Van een wildcard kan gebruikgemaakt worden als een bepaald DNA-kenmerk niet of niet met zekerheid kan worden bepaald of niet kan worden opgenomen in de DNA-databank.

  • Quality 3 en 4: De DNA-profielen matchen met uitzondering van één DNA-kenmerk [2]. Ook dit soort matches met één verschil tussen de twee betrokken DNA-profielen worden getoond; dit om vals-negatieve matches te voorkomen. Dit zijn matches die je had moeten vinden maar die je niet vindt omdat een van beide DNA-profielen een foutje bevat. Omdat in het verleden de apparatuur en de ICT infrastructuur nog niet zo geavanceerd waren als tegenwoordig, is het niet helemaal uit te sluiten dat er in DNA-data­banken DNA-profielen voorkomen met een bepalings- of een typefout. Ook als enkelvoudige DNA-profielen uit DNA-mengprofielen afgeleid zijn, kunnen fouten zijn gemaakt.

Wanneer een quality 2, 3 of 4 match wordt gevonden, nemen de nationale contactpunten die belast zijn met de uitvoering van het Verdrag van Prüm, contact met elkaar op. Ze verzoeken elkaar om het originele DNA-profiel op te zoeken en te controleren of de in de DNA-data­bank aanwezige numerieke weergave van het DNA-profiel overeenkomt met het oorspronkelijke DNA-profiel. Tot nu toe is al drie maal op deze wijze een match gevonden die gemist zou zijn als alleen quality 1 matches zouden worden getoond.

Naar boven

Prüm-software

De software die gebruikt tot en met augustus 2011 gebruikt werd om elkaars DNA-databanken te bevragen, is gezamenlijk ontwikkeld door Duitsland, Oostenrijk en Nederland. In onderstaande figuur is te zien hoe deze softwarecomponenten onderling samenhangen en hoe de informatiestromen verlopen.

Prum schema

Naar boven

Dagelijks maakt de Graphical User Interface een kopie van de DNA-databank (1) daarbij de Prüm-inclusion-rules in acht nemend. Vanuit de Prüm-kopie stuurt de Graphical User Interface DNA-profielen ter vergelijking naar andere landen (2). Het verzoek wordt door de Communication Tool omgezet in een bestand waarop encryptie wordt toegepast (3). Dit bestand wordt als e-mailbijlage over het beveiligde Europese TESTA-II-netwerk naar een ander land gestuurd (4). Daar arriveert het op de e-mailserver van het andere land (5). De Communication Tool van het andere land haalt vervolgens het bestand uit de e-mailserver, de encryptie wordt ongedaan gemaakt (6) en het te vergelijken DNA-profiel wordt neergezet in de zogenaamde Request & Response Database (7). De Matching Tool haalt het te vergelijken DNA-profiel op uit de Request & Response Database (8), en vergelijkt het DNA-profiel met de Prüm-kopie van de DNA-data­bank van het andere land (9/10) en zet het resultaat van de vergelijking (hit of no-hit) terug in de Request & Response Database (11). De Communication Tool haalt het resultaat op uit de Request & Response Database (12) en zet het om in een bestand waarop encryptie wordt toegepast (13). Dit bestand wordt als e-mailbijlage over het beveiligde Europese TESTA-II-netwerk teruggestuurd naar het verzoekende land (14). Daar komt het op de e-mailserver aan (15) en wordt door de Communication Tool van het verzoekende land opgepikt (16). Het resultaat wordt na het ongedaan maken van de encryptie in de Request & Response Database gezet (17). Daar kan het door middel van de Graphical User Interface worden bekeken.

In de Request & Response Database komen dus zowel de resultaten van de inkomende als de uitgaande DNA-profielvergelijkingsverzoeken van een land te staan. Beide soorten matches kunnen geraadpleegd worden door het Nationale Contact Punt dat verantwoordelijk is voor de internationale vergelijking van DNA-profielen. Beide soorten matches kunnen voor het OM aanleiding zijn voor de vervolgstap: het opvragen van informatie uit het buitenland via een internationaal rechtshulpverzoek. 

De landen die nu operationeel zijn, communiceren met elkaar zoals aangegeven in bovenstaande figuur. In plaats van naar één ander land, worden de DNA-profielen via het TESTA-II-netwerk echter naar alle andere landen gestuurd.

Veel Europese landen gebruiken net als Nederland het door de FBI ontwikkelde DNA-data­bankprogramma CODIS om DNA-profielen te bewaren en te vergelijken. De FBI heeft in de laatste versie van CODIS de door Nederland, Duitsland en Oostenrijk ontwikkelde software opgenomen. Op deze manier is er slechts één in plaats van vier applicaties nodig om internationaal DNA-profielen te kunnen vergelijken. Ook Nederland heeft deelgenomen aan het ontwikkelen en testen van deze nieuwe CODIS-versie.

Praktische werkwijze

In Nederland is met name het Openbaar Ministerie (OM) eindverantwoordelijk voor forensische DNA-aangelegenheden. Met het OM (Parket Generaal) is een aantal praktische afspraken gemaakt. Deze afspraken betekenen onder meer dat de beheerder van de DNA-databank zelf gemandateerd is om DNA-profielen die aan de ‘inclusion rules’ voldoen, ter vergelijking naar het buitenland te sturen. Daarbij gevonden matches worden aan de betrokken parketten en politieregio’s gerapporteerd tenzij het om matches met Nederlandse veroordeelden [3] gaat. Na ontvangst van een Prüm matchrapportage beslist het OM of het op basis van die rapportage zal overgaan tot het opvragen van de bij het buitenlandse DNA-profiel behorende gegevens via een internationaal rechtshulpverzoek.

Naar boven

Het voorkomen van vals-positieve matches

Naast vals-negatieve matches kan er ook sprake zijn van vals-positieve matches. Dit zijn matches tussen DNA-profielen die van verschillende personen afkomstig zijn maar toch matchen. Dit is natuurlijk een ongewenste situatie. Door een vals-positieve match kan een persoon namelijk een mogelijke verdachte worden in een zaak waar hij of zij niets mee te maken heeft.

De Prüm ‘matching rules’ zeggen dat er in twee DNA-profielen die met elkaar vergeleken worden, minimaal zes onderling vergelijkbare en volledig matchende loci moeten zijn voordat er sprake is van een match. 6-locus matches en ook 7-locus matches hebben echter ook een niet te verwaarlozen kans om bij toeval te ontstaan; dit kan met name gebeuren als met grote aantallen DNA-profielen gezocht wordt in grote DNA-databanken. Door extra DNA-onderzoek te doen na het vinden van een 6- of 7-locus match kan worden vastgesteld of het om een echte of een vals-positieve match gaat.

Vanwege de reële kans op het optreden van vals-positieve 6- en 7-locus matches, heeft de Minister van Justitie de Voorzitter van de Eerste Kamer in december 2008 laten weten dat Nederland in vooralsnog geen informatie zal opvragen of verstrekken op basis van 6- en 7-locus Prüm-matches (Eerste Kamerstuk 30881 G). Bij dit soort matches moet eerst gekeken worden of er mogelijkheden voor extra DNA-onder­zoek zijn. Hierdoor kan er meer zekerheid worden verkregen of het om echte of vals-positieve matches gaat.

Naar boven

Prüm implementatiestatus

Nederland wisselt inmiddels DNA-profielen uit met de volgende landen:

  • Oostenrijk: AT (vanaf 22 juli 2008)

  • Duitsland: DE (vanaf 25 juli 2008 maar vanaf augustus 2011 tijdelijk niet)

  • Slovenië: SI (vanaf 9 september 2008)

  • Luxemburg: LU (vanaf 24 oktober2008)

  • Spanje: ES (vanaf 7 november 2008))

  • Finland: FI (vanaf 11 november 2009)

  • Frankrijk: FR (vanaf 8 december 2009)

  • Bulgarije: BG (vanaf 9 april 2010)

  • Slowakije: SK (vanaf 26 november 2010)

  • Roemenië: RO (vanaf 24 mei 2011)

  • Letland: LV (vanaf 13 april 2012)

 

Naar boven

Prüm resultaten

In onderstaande tabel zijn alle resultaten van de onderlinge vergelijkingen te zien die tot en met 30 april 2012 zijn verkregen.

Tabel: Prüm resultaten op 1 oktober 2010

Naar boven

Extra informatie nodig uit Nederland betekent dat er aan het OM is gevraagd of extra DNA-onderzoek aan een Nederlands DNA-profiel nog steeds zin heeft. Dit betreft meestal oude zaken waarvan de status bij de beheerder van de DNA-databank niet bekend is.

Extra informatie nodig uit het buitenland betekent dat er aan het buitenland gevraagd is of er meer informatie beschikbaar is. Dit kan gaan om de verificatie van quality 2, 3 of 4 matches maar ook om de verificatie van volledige 6- of 7-locus matches.

Extra onderzoek nodig in Nederland betekent dat de beheerder van de DNA-databank extra onderzoek in Nederland laat uitvoeren ter verificatie van volledige 6- of 7-locus matches.

Extra onderzoek nodig in het buitenland betekent dat er aan het buitenland verzocht is om extra onderzoek uit te voeren ter verificatie van volledige 6- of 7-locus matches.

Gerapporteerd betekent dat het OM en de politie op de hoogte gesteld zijn van de match en de buitenlandse DNA-profielcode die erbij hoort. Op basis daarvan kunnen in het buitenland de gegevens die bij het DNA-profiel horen, worden opgevraagd.

Geen verdere actie nodig betekent dat Nederland niets hoeft te doen met een match. Dit is voor bijna 2/3 van het aantal matches het geval en heeft verschillende oorzaken:

  • Dubbele spoor-spoor-matches bij de start met een nieuw land

Als twee landen beginnen om met elkaar DNA-profielen te vergelijken, sturen ze elkaar eerst alle DNA-profielen van sporen die in de eigen DNA-databank nog geen match met een persoon hebben gegeven. Daarbij ontstaan naast spoor-persoon-matches ook spoor-spoor-matches. De spoor-spoor-matches ontstaan in beide landen en hoeven slechts één maal te worden gerapporteerd.

  • Een aantal ongeldige matches

Door een bug in de software is ook een aantal 5-locus matches ontstaan. Deze voldoen echter niet aan de ‘matching rules’ en zijn dus ongeldig. In een volgende uitgave van de matchingssoftware wordt dit verholpen.

  • Quality 4 matches die bestaan uit een 6-locus match plus een verschil op het 7e locus

Quality 3 en 4 zijn bedoeld om vals-negatieve matches op te sporen. Dit zijn matches die gevonden zouden moeten worden maar niet gevonden worden, omdat één van beide DNA-profielen een foutje bevat. Dit soort matches zou dus zeldzaam moeten zijn. Nederland heeft echter heel veel quality 4 matches bestaande uit een 6-locus match plus een verschil op het 7e locus gevonden. Dit soort matches blijken bij nader onderzoek echter vrijwel zonder uitzondering toevalsmatches te zijn. Vooraf was dit niet verwacht. Statistische berekeningen, die naar aanleiding van deze waarnemingen zijn uitgevoerd, laten echter zien dat dit soort aantallen toevalsmatches inderdaad kunnen worden verwacht wanneer grote aantallen DNA-profielen van twee landen slechts op 7 loci met elkaar kunnen worden vergeleken.

  • Matches met Nederlandse veroordeelden

Matches van buitenlandse DNA-profielen met Nederlandse veroordeelden zijn niet (meer) van belang voor Nederlandse strafzaken. Die zijn immers afgedaan. Bij dit soort matches wordt afgewacht of er vanuit het buitenland een inkomend rechtshulpverzoek komt.

  • Matches waarvoor inmiddels een beter profiel ingestuurd is

Als, na een match, een land (bijvoorbeeld na aanvullend DNA-onderzoek) een verbeterd DNA-profiel (met meer loci) instuurt waardoor er een betrouwbaardere match ontstaat, dan hoeft de oorspronkelijke match niet meer te worden gerapporteerd.

  • Al eerder gerapporteerde matches

Soms verstuurt een land een DNA-profiel nogmaals nadat een eerdere match met dat DNA-profiel al door het andere land is gerapporteerd. Indien de nieuwe match de eerdere match bevestigt, is er meestal geen reden om de nieuwe match nogmaals te rapporteren.

Geen match betekent dat een oorspronkelijke match, nadat aanvullende informatie is verkregen, toch geen echte match bleek te zijn. Het kan dan gaan om oorspronkelijke quality 2, 3 of 4 matches maar ook om oorspronkelijke volledige 6- of 7-locus matches.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

[1] LURIS: Landelijk Uniform Registratiesysteem Internationale Rechtshulp

[2] Bij quality 3 is er een verschil van één DNA-bouwsteen (basepaar) tussen de twee matchende allelen. Bij quality 4 is er een groter verschil

[3] Veroordeelden die in de Nederlandse DNA-databank matches hebben gegeven met sporen, zijn daardoor een mogelijke verdachte geworden in de zaken waaruit de sporen afkomstig zijn. In dat geval wordt er wel gerapporteerd