Regels op hoofdlijnen | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home DNA‑databank DNA‑wet‑ en regelgeving  De regels op hoofdlijnen

De regels op hoofdlijnen

Wet- en regelgeving rondom DNA-onderzoek beschreven op hoofdlijnen. Voor details wordt verwezen naar de inhoud van de documenten met de huidige wetgeving.

Reikwijdte DNA-onderzoek

Reikwijdte DNA-onderzoek Forensisch DNA-onderzoek omvat het vergelijken van DNA-profielen van personen met DNA-profielen van sporen. Ook het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van onbekende personen die sporen hebben achtergelaten valt onder DNA-onderzoek.

DNA-onderzoek is in de volgende gevallen mogelijk:

  • DNA-onderzoek aan sporen (afkomstig van onbekende personen). 

  • Vrijwillig DNA-onderzoek bij verdachten of andere personen die daarvoor schriftelijke toestemming hebben verleend.

  • Verplicht DNA-onderzoek in opdracht van een officier van justitie of een rechter-commissaris bij verdachten van delicten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan en waarbij DNA-onderzoek kan bijdragen aan de oplossing van het delict.

  • Verplicht DNA-onderzoek in opdracht van een officier van justitie bij veroordeelden van delicten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan.

De DNA-profielen die voortkomen uit DNA-onderzoek aan sporen, verdachten en veroordeelden worden in de DNA-databank opgenomen en worden vervolgens vergeleken met de DNA-profielen die al in de DNA-databank aanwezig zijn.

DNA-onderzoek van personen gebeurt in principe altijd aan celmateriaal dat bij die personen is afgenomen. In uitzonderlijke door de officer van justitie te bepalen zwaarwegende gevallen, kan bij verdachten en veroordeelden DNA-onderzoek plaatsvinen aan ander dan afgenomen celmateriaal.

De uiterlijk waarneembare persoonskenmerken die bij wet zijn aangewezen, zijn geslacht en ras. Andere kenmerken worden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.

Naar boven

Afname celmateriaal

  • Afname van celmateriaal bij personen gebeurt bij voorkeur in de vorm van wangslijm, maar als dit niet mogelijk is, kunnen ook bloed (vingerprik) of haren afgenomen worden. 
  • Personen die vrijwillig meewerken, mogen zelf kiezen welk celmateriaal zij willen afstaan. 
  • Bij personen die vrijwillig meewerken, mogen gecertificeerde opsporingsambtenaren of penitentiair medewerkers wangslijm en uitgetrokken haren afnemen. In alle andere gevallen doet een arts of verpleegkundige de afname. 
  • Afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek bij verdachten en veroordeelden blijft achterwege als het DNA-profiel van betrokkene al is opgenomen in de DNA-databank.

Naar boven

Rechten betrokkenen

  • Voor vrijwillige afname moet de betrokkene schriftelijk toestemming geven. 
  • Afname op bevel van een officier van justitie of rechter-commissaris bij verdachten is pas mogelijk nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld om gehoord te worden waarbij hij zich door een raadsman kan laten bijstaan.
  • Verdachten hebben recht op een contra-onderzoek. 
  • Indien er te weinig sporenmateriaal aanwezig is voor een contra-onderzoek, mag de verdachte zelf het laboratorium kiezen waar het DNA-onderzoek wordt uitgevoerd.
  • De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van de uitslag van het DNA-onderzoek, tenzij het DNA-onderzoek plaatsvond aan niet-afgenomen celmateriaal. Dan gebeurt dit als het onderzoeksbelang dat toestaat. 
  • Een veroordeelde kan bezwaar aantekenen tegen de bepaling van zijn DNA-profiel, maar niet tegen de afname van celmateriaal. 
  • Het celmateriaal en het DNA-profiel van een niet-verdachte of niet-veroordeelde worden vernietigd zodra vastgesteld is dat hun DNA-profiel niet overeenkomt met het DNA-profiel van het daderspoor.

Naar boven

Uitvoering DNA-onderzoek

  • De politie voorziet de voorwerpen die onderzocht moeten worden op DNA van een identiteitszegel. Deze worden samen met een proces verbaal opgestuurd naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voor registratie. 
  • Het DNA-onderzoek moet worden uitgevoerd bij het NFI of een ander ISO-17025 geaccrediteerd laboratorium.
  • Voor een DNA-onderzoek is een opdracht van een officier van justitie of een rechter-commissaris vereist.
  • DNA-profielen van sporen, verdachten en veroordeelden worden opgenomen in de DNA-databank en worden vergeleken met andere in de databank aanwezige DNA-profielen. 
  • Het NFI rapporteert de resultaten aan de opdrachtgever en stuurt een kopie van het onderzoeksrapport naar de politie.

Naar boven