U bent hier:Home PDC DNA, haar, vingersporen en bloed Kwalificeren en kwantificeren HBS001 DNA-onderzoek aan het referentiemateriaal van een verdachte
DNA-onderzoek aan het referentiemateriaal van een verdachte
HBS001
Vraagstelling
Bij dit product is de opdracht: “Maak een DNA-profiel, neem het DNA-profiel op in de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken en vergelijk het met alle daarin aanwezige DNA-profielen”.
Intakecriteria
- FT-normen 250.07, 250.08, 250.09, 252.01 en 902.01 dienen in acht te zijn genomen. Deze kunt u vinden op PolitieKennisNet.
- Voor DNA-onderzoek moeten sporen en referentiemateriaal van de verdachte apart worden aangeleverd en elk voorzien zijn van een eigen aanvraag. Er mogen wel meerdere verdachten op dezelfde aanvraag en benoeming worden gezet, mits elke verdachte een eigen parketnummer heeft en duidelijk is welke verdachte bij welk parketnummer hoort.
- Een DNA-opdracht van de officier van justitie of rechter-commissaris is vereist.
- Alleen de volgende typen celmateriaal: speeksel, bloed, haren.
- Alleen de volgende typen stukken van overtuiging (SVO’s): wangslijmset referentiemateriaal, bemonstering bloed, getrokken haren.
Opmerkingen
- Vooraf kan via de Verwijs Index Personen (VIP) worden gecontroleerd of de betrokken persoon reeds in de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken is opgenomen.
- Voor de procedure rondom het verwijderen van DNA-profielen uit de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken en het vernietigen van celmateriaal zie het Besluit DNA-Onderzoek in strafzaken.