U bent hier:Home PDC Wapens, munitie, schotresten Kwalificeren en kwantificeren SRT003 Onderzoek schiethanden en/of schietmouwen
Onderzoek schiethanden en/of schietmouwen
SRT003a
SRT003b
Vraagstelling
Bij dit product zijn de vragen:
- Kan een relatie worden aangetoond tussen de onderzoeksset schiethanden waarmee de handen van de verdachte/het slachtoffer zijn bemonsterd en een schietproces?
- Kan een relatie worden aangetoond tussen de mouwen van de kleding van de verdachte/het slachtoffer en een schietproces?
Intakecriteria
- FT-norm 112.01 dient in acht te zijn genomen. Deze kunt u vinden op PolitieKennisNet.
- Lever een onderzoeksset schiethanden inclusief het ingevulde formulier ‘Gegevens verdachte/slachtoffer’ aan in de bijbehorende sealbag/omzak (zie ook FT-norm 112.01).
- Voor de tijdspanne tussen het moment van schieten en de bemonstering van de handen van een persoon (verdachte/slachtoffer) geldt een maximum van zes uur. Deze maximale tijdspanne geldt niet voor een overleden persoon.
- Kleding moet droog en afzonderlijk verpakt zijn in papieren zakken.
- Vraag bij meer dan vijf stukken van overtuiging (SVO’s) het product Bijzonder schotrestenonderzoek aan.
Opmerkingen
Voor het (vergelijkend) schotrestenonderzoek is het gewenst om de aangetroffen hulzen mee te sturen. Vermeld het in de aanvraag als deze ontbreken. Indien hulzen voor DNA-onderzoek naar het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO) worden gestuurd, stelt het FLDO schotresten veilig en hoeven de hulzen dus niet meegestuurd te worden.
Bemonsteringen van andere soorten SVO’s kunnen ook onderzocht worden. Neem hiervoor contact op met een forensisch adviseur. Daarbij moet het product Bijzonder schotrestenonderzoek aangevraagd worden.
Neem in het geval van complexe zaken met grote aantallen SVO’s, interdisciplinair onderzoek of reconstructies contact op met een forensisch adviseur.