Gebouwen | Nederlands Forensisch Instituut

U bent hier:Home Het NFI Geschiedenis  Gebouwen

Gebouwen

Van rooms-katholiek internaat tot state-of-the art nieuwbouw

De huisvesting van het NFI en de beide instituten die later het NFI zouden vormen, illustreert bij uitstek de ontwikkelingen van het instituut. De basis voor het NFI werd gelegd in een voormalige eetzaal. Tegenwoordig is het instituut gehuisvest in een hypermodern en perfect geoutilleerd gebouw. Vele buitenlandse instituten bezoeken het NFI-gebouw om te bepalen waaraan hun eigen nieuwbouw moet gaan voldoen.

Naar boven

Eetzaal en kapel

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw besefte de Nederlandse regering dat een laboratorium voor gerechtelijk onderzoek noodzakelijk zou worden. Tijdens de crisisjaren kon men daar geen geld voor vrijmaken, maar kort na de bevrijding, in juli 1945, richtte prof. dr. W. Froentjes het Gerechtelijk Laboratorium op. 

Het instituut vond onderdak in een voormalig rooms-katholiek internaat aan de Haagse Raamweg, dat in de oorlog door de bezetter gevorderd was en na de bevrijding aan de Rijkspolitie werd toegewezen. Het laboratorium bestond uit de eetzaal van het instituut, door een muurtje in tweeën gedeeld. Een deel was voor scheikundig onderzoek, het andere deel voor 'algemeen' onderzoek. Bewijsstukken werden in een lang bergrek in de gang opgeslagen en schietproeven deed men op de zolder, in een kist met watten.

In 1951 werd de voormalige kapel boven de eetzaal verbouwd, waardoor het laboratorium meer ruimte kreeg en het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van dr. Zeldenrust er ook onderdak vond. In de jaren erna werden telkens nieuwe kamertjes in gebruik genomen en tijdelijke laboratoria ingericht om de groei van de instituten op te vangen.

Gebouw Den Haag - Raamweg

Gebouw Raamweg, Den Haag, in de jaren vijftig

Naar boven

Modern labyrinth

Eind zestiger jaren voldeed deze behuizing niet meer. In de Rijswijkse Plaspoelpolder werd daarom een modern kantoorpand van zes verdiepingen ingericht als laboratorium, met trillingsvrije vloeren en speciale voorzieningen als afzuiging en luchtverversing. In 1973 betrokken de instituten dit pand aan de Volmerlaan. 

De instituten bleven groeien. Op de parkeerplaats verschenen noodgebouwen en tien jaar na het betrekken van de Volmerlaan werd er een buurpand bij het gebouw getrokken. Acht jaar daarna volgde het pand erachter, kwamen er portacabins en ten slotte huurde men ook ruimte in een naburig gebouw. Sommige gebouwen waren door loopbruggen met elkaar verbonden, andere waren alleen buitenom bereikbaar. Het personeelsblad heette in die tijd niet voor niets "Labyrinth".

Gebouw Rijswijk - Plaspoelpolder

Gebouw Volmerlaan, Rijswijk-Plaspoelpolder

Naar boven

State-of-the-art nieuwbouw

Het gebouw aan de Volmerlaan was niet alleen een labyrinth geworden, ook voldeed het technisch niet meer aan de eisen die een modern laboratorium stelt. In 2002 werd daarom de eerste steen gelegd voor een nieuw gebouw in Ypenburg. Direct naast de A4 verrees een carrévorming gebouw met veel glas, functioneel en doelmatig van opzet. Vanaf de ontwerpfase is rekening gehouden met de specifieke eisen die worden gesteld aan forensisch laboratoriumonderzoek. In 2004 betrok het NFI het gebouw aan de Laan van Ypenburg in Den Haag.

Het gebouw voldoet aan alle kwaliteitseisen die een forensisch laboratorium stelt: eisen ten aanzien van beveiliging, opslag, interne logistiek en arbeidsomstandigheden. Alle laboratoria zijn aan de buitenkant van het gebouw gesitueerd, de kantoorruimtes bevinden zich rondom zes patio's. Het gebouw is sober en licht.

In het gebouw bevinden zich, naast hypermoderne laboratoria en kantoorruimtes, ook een schietbaan voor schietproeven, een auditorium voor bijeenkomsten, vergaderzalen, een uitgebreide mediatheek, een groot aantal logistieke- en opslagruimtes en een bedrijfsrestaurant.

Gebouw Den Haag - Ypenburg

Het huidige gebouw Laan van Ypenburg, Den Haag

Naar boven

Interieur

Het interieur van het gebouw, ontworpen door Claus en Kaan Architecten, won in 2005 de ‘Lensvelt de Architect Interieurprijs’. Het juryrapport roemt de “prachtige ontmoetingsruimtes” en het “samenspel tussen interieur en architectuur”.

Hoewel de behuizing van het NFI zeer modern is, vergeet het instituut zijn wortels niet. De vergaderzalen in het nieuwe gebouw zijn genoemd naar grondleggers van de forensische wetenschap:

  • Hans Gross (Oostenrijk, 1847-1915): hoogleraar strafrecht en onderzoeksrechter in Graz, grondlegger criminalistiek.
  • C.J. van Ledden Hulsebosch (Nederland, 1877-1952): Amsterdamse apotheker die Europees in hoog aanzien stond. Medeoprichter en eerste voorzitter van de Académie Internationale de Criminalistique (Wenen, 1929).
  • Sir Alec Jeffreys (Engeland, geboren 1950): paste als eerste DNA-typering toe voor juridische doeleinden.
  • Alphonse Bertillon (Frankrijk, 1853-1914): bedenker van het portrait parlé, de signalementsomschrijving van verdachten door de politie. Introduceerde het begrip ‘meer- of veelpleger’.
  • J. Zeldenrust (Nederland, 1907-1990): eerste directeur Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium (1951).
  • W. Froentjes (Nederland, 1909 - 2006): eerste directeur van het Gerechtelijk Laboratorium (1945).
  • Edmond Locard (Frankrijk, 1877-1966): formuleerde het principe van sporenoverdracht, grondlegger van onderzoek van materiële sporen en wetenschappelijke criminalistiek.  

Meer informatie

Naar boven

DTB - Uitlezen mobiele telefoons