U bent hier:Home Nieuws Pers Veelgestelde vragen
Antwoorden op veelgestelde vragen van de pers vindt u op deze pagina. Hebt u nog vragen, neem dan contact op met de persvoorlichter van het NFI.
Het NFI levert in opdracht van klanten kwalitatief hoogwaardige forensische diensten met behulp van state-of-the-art technologie en wetenschap. Het NFI is een leverancier van objectieve forensische informatie en werkt aan de hand van concrete onderzoeksvragen. Het NFI is onafhankelijk wat betreft de inhoud en de uitkomst van het forensisch technisch onderzoek en neemt geen standpunten in met betrekking tot schuld of onschuld. In 2006 realiseerde het NFI bijna 168.000 onderzoeken.
De belangrijkste oorzaak is dat politie en OM structureel meer onderzoeken bij het NFI aanvragen dan het NFI aankan. Dit wordt op zijn beurt weer veroorzaakt doordat de producten en diensten van het NFI gratis zijn voor politie en OM. Hierdoor is de vraag naar de diensten van het NFI onbeheersbaar en maken politie en OM onvoldoende kosten/baten analyses. Men mag als het ware vrij winkelen met de credit card van de buurman en zonder te weten wat de bestedingslimiet is. Men handelt min of meer alsof de capaciteit van het NFI onbegrensd is. Maar dat is natuurlijk niet zo.
De capaciteit van het NFI wordt vastgesteld door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het NFI kan in het huidige bestel niet zelf haar capaciteit uitbreiden als de vraag toeneemt.
In principe vormen de concurrenten van het NFI inderdaad een capaciteitsuitbreiding. Politie en OM kunnen ook bij de concurrenten van het NFI terecht. Voor de diensten van deze partijen moeten politie en OM echter wel betalen.
Nee, dat lost niets op, integendeel. Om te beginnen heeft het NFI geen budget om deze 'onderaannemers' in te huren. Ook zou het het NFI in een positie plaatsen die voor de concurrenten uiterst ongunstig is. Ze zouden immers geheel afhankelijk worden van het NFI. Het NFI zou als monopolist gaan bepalen welke concurrent wel en welke geen opdrachten krijgt. Dit levert geen gezonde situatie op. Tot slot zou het NFI een soort overbodige logistieke tussenstap worden tussen opdrachtgevers (politie en OM) en opdrachtnemer. Het zou voor het NFI heel veel werk met zich meebrengen om alle logistieke stromen te beheersen. Het gaat immers op duizenden zaken per jaar.
Het NFI kan niet ingaan op vragen over zaken die nog in onderzoek of ‘onder de rechter’ zijn, of waar een nieuwe rechtsgang op korte termijn tot de mogelijkheden behoort. Vragen over het bewijs in deze zaken kunnen heel relevant zijn, maar dienen te worden besproken op de daarvoor geëigende plaats: tijdens de openbare rechtszitting, in de rechtszaal.
Het uiteindelijke oordeel over de waarde van het bewijs is in alle gevallen aan de rechter. Het NFI geeft graag in de rechtszaal aan alle procespartijen een toelichting op zijn werk en op de resultaten van het laboratoriumonderzoek. De rechter bestudeert al het mogelijke bewijsmateriaal en komt uiteindelijk tot een oordeel. Om ‘trial by media’ te voorkomen, dient de toelichting die het NFI gedurende de procedure geeft, niet via de media te worden geventileerd, maar in de rechtszaal.
Nee, dat is niet het geval. Alleen op verzoek van de medewerkers forensische opsporing van de politie kunnen specialisten van het NFI, zoals sporendeskundigen of een forensisch geneeskundige, naar een PD worden geroepen. Deze medewerkers van het NFI zijn speciaal opgeleid om de politie te adviseren op de plaats delict. Een sporendeskundige assisteert op verzoek van de politie bij het forensisch onderzoek van complexe plaatsen delict en het selecteren van de kansrijkste sporen. Deze kunnen de onderzoekers van het NFI vervolgens analyseren.
Het NFI is voorstander van concurrentie op de ‘markt’ van forensisch onderzoek. Niets weerhoudt een rechter, officier of anderen om forensisch technisch onderzoek te laten verrichten door andere organisaties. Dit is een positieve ontwikkeling. Het houdt het NFI scherp en het zorgt voor meer kwaliteit en efficiency op de markt voor forensisch technische diensten. Als er pieken zijn in de belasting, kan dat elders worden opgevangen. Het aanvragen van een second of third opinion wordt makkelijker en dat is goed voor de waarheidsvinding.
Het NFI werkt met de volgende organisaties samen bij het onderwijs aan politie, justitie en advocatuur:
Vanuit het NFI wordt meegewerkt aan de volgende breed-forensische opleidingen aan universiteiten en hogescholen:
De meest actuele stand van zaken is te vinden via DNAsporen.nl. Daar is ook het aantal hits terug te vinden die via de DNA-databank zijn gevonden.
Binnen het NFI is de forensische archeologie een relatief nieuw specialisme. Ook forensische antropologie en DNA van niet-humane sporen zijn betrekkelijk nieuwe specialismen.
Het verloop van een sectie is beschreven onder Pathologie. Er is ook een brochure met informatie voor nabestaanden. Deze kunt u hieronder downloaden.
Als aanvulling op de bestaande onderzoeksmethoden binnen DNA-onderzoek is het NFI in 2007 het R&D-project 'Maatwerktraject' gestart.
Meer informatie daarover staat onder Overzicht onderzoeksterreinen.
Meer informatie daarover staat onder Kwaliteit.
Meer informatie daarover staat onder Onderzoek en ontwikkeling.
Meer informatie daarover staat onder DNA-onderzoek.
Het NFI hecht hieraan, omdat NFI-medewerkers namens het NFI onderzoek uitvoeren en daarover rapporteren. Het NFI als instituut is volledig aanspreekbaar op het werk van zijn medewerkers. Het noemen van individuele namen dient daarom geen journalistiek doel, zo vindt het NFI.
Het NFI krijgt regelmatig vragen rondom secties op lichamen die in het water zijn aangetroffen. Hieronder staan een aantal veelvoorkomende vragen en antwoorden over dit onderwerp. Binnen de pathologie worden lichamen die uit het water worden geborgen ‘waterlijken’ genoemd.
Het NFI doet geen forensisch psychiatrisch onderzoek en heeft geen forensisch psychologen in dienst. In Nederland is dit soort onderzoek ondergebracht bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie.