Forensisch onderzoek

Forensisch onderzoek is één van de kerntaken van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Ongeveer 70% van de capaciteit besteden NFI-onderzoekers aan zaken waarin sprake is van een (vermoeden van een) misdrijf. Dit gebeurt meestal in opdracht van de politie of het Openbaar Ministerie.

De klant of opdrachtgever levert sporen aan of materiaal waar sporen op kunnen zitten. Deze bewijsstukken heten binnen het strafrecht ‘stukken van overtuiging’ (SVO’s). Het NFI onderzoekt de SVO’s zoals drugs, wapens, mobiele telefoons, maar ook DNA-materiaal zoals speeksel en bloed. En in geval van niet-natuurlijk overlijden voert de forensisch patholoog een gerechtelijke sectie uit, waarbij het lichaam van een overledene uitwendig en inwendig wordt onderzocht.

Meer dan 30 onderzoeksgebieden

Omdat het NFI bijna alle natuurwetenschappelijke vakgebieden en meer dan 30 onderzoeksgebieden in huis heeft, is de diversiteit van bewijsstukken die het NFI onderzoekt enorm. Deze gebieden zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën:

Regelmatig komen er meerdere sporen uit eenzelfde zaak binnen. Het team Interdisciplinair Forensisch Onderzoek (IDFO) coördineert binnen het NFI deze zaken en bekijkt met betrokken NFI-deskundigen hoe de resultaten van de verschillende onderzoeksgebieden met elkaar samenhangen.

DNA-databank

Daarnaast beheert het NFI de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken . Hierin worden de DNA-profielen van sporen, verdachten, veroordeelden en overleden slachtoffers opgenomen die voortkomen uit DNA-onderzoek in strafzaken.

Service level agreement

Ieder jaar stellen politie, Openbaar Ministerie en NFI een ‘service level agreement’ op: afspraken over hoe de onderzoekscapaciteit van het NFI afgestemd kan worden op de vraag van de opdrachtgevers naar zaaksonderzoek, research and development (R&D) en onderwijs. Concreet staan hierin de afspraken met betrekking tot de instroom, productie en levertijd van producten en diensten van het NFI.