Brandtechnisch, technisch en materiaalkundig onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) wordt gedaan na een brand, gasexplosie of een falende constructie. Dit onderzoek gebeurt op de plaats van het incident, maar ook bij het NFI, bijvoorbeeld voor verder onderzoek van een apparaat.

Een voorbeeld: contra-expertise na een brand

In een kantoorpand heeft een brand gewoed. De politie voert tactisch en technisch onderzoek uit waaruit blijkt dat de brand mogelijk het gevolg is van een kapotte airconditioning. Ook de verzekeringsmaatschappij doet onderzoek in het pand en treft drie andere brandhaarden aan. Er is geen braakschade en zij constateer bovendien dat er weinig tijd zit tussen het inschakelen van de brandmeldinstallatie en de uitslaande brand. De verzekeringsmaatschappij concludeert daarop dat de eigenaar de brand zelf heeft aangestoken en doet aangifte van brandstichting en oplichting.

Welke vragen krijgt de NFI-deskundige?

  • Wat is de oorzaak van de brand?
  • Is de brand op meerdere plaatsen ontstaan en kan er dus sprake zijn van brandstichting?
  • Was de snelheid waarmee de brand zich verspreidde ongewoon hoog en is er dus mogelijk een brandversnellend middel gebruikt?
  • Voldoet het pand aan de brandveiligheidseisen?
  • Was er risico op branduitbreiding geweest naar de naburige panden?

Brandtechnisch, technisch en materiaalkundig onderzoek vindt plaats na een brand, gasexplosie of een falende constructie.

Brandproeven

De onderzoeker doet op de plek zelf uitgebreid onderzoek naar het ontstaan en het verloop van de brand. Daarbij kijkt hij onder andere op de rookafzetting, inbrandingen, schade, smeltverschijnselen, het chemische en fysische 'gedrag' van de brand en eventuele verklaringen van getuigen.

Ook neemt hij monsters en kan hij een apparaat in beslag nemen die hij in het laboratorium van het NFI onderzoekt op werking en deugdelijkheid. Daarnaast bestudeert hij vaak processen-verbaal en doet hij literatuuronderzoek. Eventueel voert hij in een speciale onderzoeksruimte aanvullende (brand)proeven uit of toetst hij het brandverloop aan de hand van computermodellering.

Elektrische aansluiting

De oorzaak van de brand is het gevolg van een overgangsweerstand in een elektrische aansluiting in de airconditioning. De brand is vanuit de airco verder verspreid door de woning. De drie andere brandhaarden zijn gevolgschade.

Literatuuronderzoek wijst uit dat de snelheid van de branduitbreiding binnen ‘normale grenzen’ valt. Uit chemisch brandonderzoek door NFI-collega’s blijkt dat het brandmonster geen ontbrandbare vloeistof bevat.

Het onderzoek in het kantoorpand en het bestuderen van de bouwtekeningen wijst uit dat het pand voldeed aan de geldende brandveiligheidseisen. Wanneer de brandweer de brand niet had geblust, zouden de naburige panden een grote kans hebben gehad om in brand te raken.