De milieu-onderzoeker van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) helpt de politie met het beschrijven en veiligstellen van sporen en milieumonsters op de plaats van een misdrijf (plaats delict, PD). Ook kan de forensische opsporing zijn hulp inroepen bij gevaarlijke situaties zoals een industrieel incident of ongeval.

iRMA

Het advies van de milieu-onderzoeker over het nemen en analyseren van monsters bij milieudelicten is altijd gebaseerd op de wettelijke richtlijnen van het informatiepunt Richtlijn Monsterneming en Analyse (iRMA). Het gaat dan om gevallen waarin de onderzoeker bijvoorbeeld moet vaststellen of bepaalde grens- en concentratiewaardes zijn overschreden, dat wil zeggen waardes die bijvoorbeeld in een vergunning of ontheffing zijn voorgeschreven het om stoffen gaat die niet geloosd mogen worden.

De iRMA-telefoonlijn is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor advies (iRMA-advies).
 

Ook kan de forensische opsporing hulp inroepen bij gevaarlijke situaties zoals een industrieel incident of ongeval.

Een voorbeeld: verontreinigde grond bij woonwijk

Vlak naast een woonwijk heeft een bedrijf illegaal een aantal partijen grond opgeslagen. Het bedrijf wil de grond gebruiken voor de ophoging van zijn perceel. Vier partijen grond zijn mogelijk verontreinigd met zware metalen, een andere partij met twee soorten asbest, terwijl op de locatie alleen grond met bodemkwaliteitsklasse ‘wonen’ mag worden gebruikt. De politie heeft het NFI opdracht gegeven voor het nemen van monsters van de verontreinigde grond om de milieuhygiënische kwaliteit vast te stellen. Bij het onderzoek naar de grond met asbest zijn de aard en herkomst van belang.

Welke vragen kan de onderzoeker beantwoorden?

  • Kan met een geografisch informatiesysteem (GIS) het terrein en de opslagen partijen in kaart worden gebracht?
  • Kunnen er betrouwbare monsters (dus die voldoen aan juridische eisen) genomen worden uit de partij grond die met metalen verontreinigd is?
  • Kunnen er betrouwbare monsters (dus die voldoen aan juridische eisen) genomen worden uit de partij grond die met asbest verontreinigd is?

Welke methoden gebruikt de onderzoeker?

  • Een mobiele GIS-meter om de plaats delict in kaart te brengen en gegevens te beheren.
  • Monsters nemen van partijen grond volgens geldende normen.
  • Het NFI beschikt over een voertuig dat is uitgerust met apparatuur en mobiele meettechnieken om op de plaats delict monsters te nemen en dat onderzoekers beschermt tegen inademing van gevaarlijke stoffen.
  • Met een mobiel analyseapparaat (XRF) meet de onderzoeker de metaalconcentraties in de verdachte partijen grond. Dit is een snelle methode om vast te stellen welke partijen verontreinigd zijn om er vervolgens monsters van te nemen.
  • Adembescherming en een decontaminatie unit bij het nemen van monsters van asbestverdachte grond.

Wat zijn mogelijke uitkomsten van het onderzoek?

  • Het terrein en de partijen grond zijn met de mobiele GIS ingemeten en de monsterpunten zijn vastgelegd. Dit geeft een kaart van de situatie.
  • Er is vastgesteld dat de grond van partij drie globaal een verhoogde concentratie zink bevat, boven de bodemnorm voor de bestemming ‘wonen’. Op basis van deze voorlopige uitslag geeft de deskundige een advies over mogelijk verder onderzoek.
  • Aan de hand van monsters van de partij met asbest zijn zowel de concentraties asbest bepaald als de herkomst van de partij.