Mannen en vrouwen verslepen hun slachtoffers hetzelfde

Mannen en vrouwen verslepen hun slachtoffers hetzelfde

Mannen en vrouwen die een stoffelijk overschot verplaatsen, gaan daarbij doorgaans hetzelfde te werk. Het enige verschil is dat vrouwen op hun slachtoffer gemiddeld iets meer sporen achterlaten . EHBO-ers verslepen hun slachtoffer anders dan niet-EHBO’ers en ook het gewicht van daders en slachtoffers heeft invloed.

Lowlands

Deze en andere conclusies trekken wetenschappers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) op basis van het grote onderzoek dat zij in 2015 uitvoerden op het festival Lowlands. Het experiment waarbij een slachtoffer over de grond moest worden gesleept, werd 310 keer uitgevoerd door één of twee ‘daders’.

Meer daders, meer sporen

Als twee daders een slachtoffer verslepen, laten zij meer sporen achter dan wanneer maar een persoon een stoffelijk overschot probeert te verplaatsen. “Dat is natuurlijk ook wat je verwacht te zien”, zegt DNA-deskundige Bas Kokshoorn, die samen met wetenschappelijk onderzoeker Matthijs Zuidberg verantwoordelijk was voor de opzet van het experiment. “Of een dader nu alleen of met iemand anders te werk gaat: ze laten voornamelijk sporen achter op armen, benen en enkels."

"Bij twee daders zien we in 81 procent van de gevallen, sporen op de benen. Bij één dader is dat nog geen 50 procent”, concluderen de onderzoeken. “Een dader die alleen is, is eerder geneigd (16 procent) om het slachtoffer bij de romp te pakken, dan wanneer hij hulp krijgt (7,1 procent).”

EHBO-ers gaan anders te werk dan niet-EHBO-ers. “Zij pakken hun slachtoffer duidelijk op andere plaatsen beet. Ook gewicht van het slachtoffer en een dader hebben een effect op waar de dader zijn slachtoffer beetpakt”, aldus Kokshoorn.

Insmeren

“De experimenten hebben een ontzettend grote hoeveelheid data opgeleverd. Met behulp van forensisch statisticus Marjan Sjerps hebben we deze uitgebreid geanalyseerd en gekeken welke conclusies we hieraan kunnen verbinden. De resultaten worden nu verwerkt tot een wetenschappelijke publicatie”, zegt Bas Kokshoorn.

De deelnemers van dit ‘versleepexperiment’ moesten hun handen insmeren met een gel, die oplicht onder een UV-lamp. Zo konden de onderzoekers exact zien waar de sporen zich bevonden en deze werden direct op de foto vastgelegd. Deze locaties zijn het meest kansrijk om DNA aan te treffen. Al deze informatie is in tabellen en grafieken verwerkt en vervolgens geanalyseerd.

Knopenonderzoek

Tijdens Lowlands 2015 konden festivalgangers bij het NFI ook meedoen aan een experiment om knopen te leggen. Hoewel dit onderzoekers interessante inzichten heeft gegeven in het type knopen dat wordt gelegd en waar de personen die daarbij contact maken met het touw mogelijk sporen achterlaten, heeft het experiment te weinig gegevens opgeleverd om verregaande conclusies aan te verbinden.