Jaarverslag DNA-databank: 5.612 sporen gekoppeld aan verdachten

Jaarverslag DNA-databank: 5.612 sporen gekoppeld aan verdachten

In de DNA-databank voor strafzaken hebben vorig jaar 5.612 matches plaatsgevonden tussen een DNA-profiel van een spoor en een DNA-profiel van een persoon. Dat betekent dat gemiddeld iedere dag 15 keer een persoon kon worden gekoppeld aan een spoor dat op een plaats delict werd gevonden.

Dit blijkt uit het jaarverslag van de DNA-databank 2016 dat vandaag is verschenen. Het percentage sporen dat uiteindelijk een match gaf met een persoon steeg van 55 procent in 2015 naar 57 procent in 2016.

Groei en internationale matches

Ook in 2016 nam het aantal DNA-profielen in de DNA-databank verder toe. Zo groeide het aantal profielen van personen met 27.844 van 224.669 tot 252.513. Het aantal DNA-profielen van sporen in de databank groeide in 2016 met 3.780 van 66.592 tot 70.372. Vorig jaar zijn 1.481 internationale matches gerapporteerd aan het OM en de politie. Hiermee komt het totaal aantal gerapporteerde internationale matches sinds de start van de internationale uitwisseling in 2008, uit op 10.286. Hiervan betrof het in 3.876 gevallen matches tussen Nederlandse sporen en personen in buitenlandse DNA-databanken.

Mitochondriaal DNA

Het themahoofdstuk van het jaarverslag staat dit jaar in het teken van mitochondriaal DNA (mtDNA). Het DNA dat wordt gebruikt voor het maken van een standaard DNA-profiel bevindt zich in de kern van de cel en heet autosomaal DNA. Mitochondriaal DNA bevindt zich niet in de celkern maar in de mitochondriƫn. Het mtDNA erft onveranderd over in de moederlijke lijn. Hoewel de bewijskracht van mtDNA-match minder groot is dan dat van een autosomale DNA-match, kan mtDNA wel personen uitsluiten. Binnen een DNA-verwantschapsonderzoek kunnen bijvoorbeeld vrouwen die op basis van autosomaal DNA-onderzoek zijn geselecteerd als mogelijke verwant van degene van wie het spoor afkomstig is, worden uitgesloten wanneer hun mtDNA niet overeenkomt met dat van dit spoor.