Scratch

De afgelopen jaren werden door het team Wapens en Werktuigen algoritmes ontwikkeld, om krasvormige sporen op kogels en hulzen afkomstig van vuurwapens automatisch te vergelijken. Daarmee wordt de mate van overeenkomst (score) tussen twee sporen berekend. Deze kan vervolgens met behulp van referentie scores van ‘known matching’ en ‘known non-matching’ sporen worden vertaald naar een bewijskracht.

Door de grote hoeveelheid merken van vuurwapens en munitie is het noodzakelijk om grote en diverse databases op te bouwen. Op dit moment bestaat daarvoor echter de infrastructuur nog niet.

Naast krasvormige sporen zijn ook indruksporen van groot belang voor het vergelijkend onderzoek, maar tot voor kort waren er geen methodes om dat automatisch te doen.

Deskundig maar subjectief

Tijdens het schieten laat een vuurwapen vaak een reeks verschillende sporen achter op hulzen en kogels. Deze kunnen vervolgens worden gebruikt voor vergelijkend onderzoek. Hierbij worden twee sporendragers (kogels of hulzen) naast elkaar gelegd en zoekt de deskundige met behulp van een vergelijkingsmicroscoop naar overeenkomsten en verschillen tussen sporen.

Op basis van de resultaten van het vergelijkend onderzoek bepaalt de deskundige een bewijskracht. Die laatste stap is daarbij gebaseerd op de ervaring van de deskundige en heeft daardoor nu nog een subjectief karakter.

Samenwerking met NIST en FBI

Naast krasvormige sporen zijn ook indruksporen van groot belang voor het vergelijkend onderzoek, maar tot voor kort waren er geen methodes om dat automatisch te doen. Daarom is het NFI in 2018 een samenwerking aangegaan met het National Institute of Standards and Technology (NIST) in de VS en de FBI.

Bij het NIST is een algoritme voor indruksporen ontwikkeld en de FBI heeft een grote verzameling vuurwapens en munitie ter beschikking. Het NFI is in samenwerking met het team Forensische Software Engineering (FSE) van het NFI software aan het ontwikkelen (Scratch 3) waarmee krasvormige sporen én indruksporen op kogels en hulzen straks automatisch kunnen worden vergeleken. Met de software wil het NFI ook grote en diverse referentie-databases opzetten en een bewijskracht kunnen berekenen.

Over twee jaar in de praktijk

Met een onderzoeksbeurs van het NIST die het NFI in 2018 ontving is een proof-of-concept ontwikkelen. En met behulp van een tweede, grotere beurs (ook van het NIST), die dit jaar toegekend is, kan dit nu verder uitgewerkt worden. Zodra de software is doorontwikkeld kunnen het NFI en de FBI beginnen om referentie-databases op te bouwen. Na een uitgebreide evaluatie van de software in de praktijk, kan deze naar verwachting binnen twee jaar bij zaken worden ingezet.