Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gebruikt forensische data om patronen en verbanden tussen zaken te ontdekken, zoals met DNA-onderzoek. Of door onderzoek te doen aan chemicaliën om verbanden zichtbaar te maken tussen een dumping van drugsafval, een aangetroffen partij xtc-pillen en onderschepte grondstoffen. Chiara Betz speelt als data lead een belangrijke rol bij de digitale transformatie van het NFI. Ze zorgt voor beleid, de infrastructuur en tools die ervoor zorgen dat data eenduidig worden ontsloten, geïntegreerd en optimaal beschikbaar zijn. Betz vindt dat leuk: “Er werken hier zoveel mensen met een passie. Het geeft mij een kick om gegevens op de juiste manier beschikbaar te stellen zodat het NFI op een veilige manier inzichten en trends kan ontdekken.” 

Betz studeerde hotel- en eventmanagement. Na haar opleiding startte ze bij de Jaarbeurs Utrecht. Ze dacht dat het een tijdelijke baan zou zijn, maar ze bleef er uiteindelijk negen jaar werken. Daarna werd ze consultant bij het NFI. Ze werkte als product owner van het dataplatform. Nu is ze data lead in vaste dienst en verantwoordelijk voor het gegevensmanagement van het NFI. Het instituut wil datagedreven werken stimuleren. “Om dit op de juiste manier te kunnen doen is er goed gegevensmanagement nodig,” vertelt Betz: “Organisaties zeggen vaak data ons nieuwe goud is, maar dat goud moet wel goed gemanaged en beveiligd worden. Bij het NFI ben ik samen met mijn team verantwoordelijk voor alles wat met gegevensmanagement te maken heeft. Dit betekent meer inzicht in gegevens ten behoeve van de bedrijfsvoering en een versnelling van forensische intelligence en innovatie.”

Snelweg voor data

Toen ze begon, was er op het gebied van data nog weinig geregeld bij het NFI. “Er was wel veel data, maar het werd onvoldoende gemanaged,” vertelt Betz: “De afgelopen twee jaar hebben we gewerkt aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van het NFI op dat gebied. We helpen processen te automatiseren en optimaliseren. Inmiddels ligt er een state-of-the-art infrastructuur, zeg maar een soort snelweg voor data. Er is beleid geschreven over wat kan en mag met data, privacy en grote taalmodellen. Maar collega’s hebben niet genoeg aan enkel beleid; ze hebben ook een infrastructuur en tools nodig die hen helpen om zich eraan te houden. Randvoorwaarden kun je stellen met de juiste infrastructuur en tools, dat vergemakkelijkt de naleving.”

Op het gebied van gegevensmanagement staat het NFI nu op een omslagpunt: “95 procent van de infrastructuur en de tools is klaar voor gebruik. We zitten nu in de fase waarin het laatste laagje asfalt wordt gelegd. Daarna kunnen de slagbomen weg en kunnen de auto’s eroverheen. Dan kunnen de collega’s gaan profiteren.” Het streven is dat het instituut straks volledig is aangepast aan de mogelijkheden die digitale technologieën bieden: klaar voor datagedreven werken en de digitale transitie.

Liefde voor data

De liefde voor data begon bij Betz bij de Jaarbeurs. Ze hielp klanten met data over het gedrag van bezoekers. Zo kreeg Betz inzicht in hoe de Jaarbeurs data verzamelde en gebruikte. “Bedrijven kochten zichtbaarheid op de website, in een nieuwsbrief of met een stand op de beurs. En dat niet alleen: tijdens de klantreis konden we zorgen voor extra contactmomenten, bijvoorbeeld via een app. Wanneer je dan langs een stand liep, ontving je een pushbericht met een uitnodiging om een gratis kop soep te komen eten.” Uiteindelijk werd Betz bij de Jaarbeurs chief product owner en was ze verantwoordelijk voor alle digitale systemen. ​“Ik leerde met veel gegevens omgaan. Dat vind ik leuk. Hoe bewegen gegevens door je bedrijf? Hoe kan je die gegevens volgens de geldende wet- en regelgeving inzetten? Bij de Jaarbeurs was dat commercieel, bij het NFI doe ik dat voor een veiliger samenleving.”

Van Excel naar slimme datatools

Betz vindt het inspirerend dat ze zo veel verschillende vraagstukken tegenkomt bij het NFI. “Neem bijvoorbeeld de afspraken die het NFI jaarlijks maakt met politie en het Openbaar Ministerie over de producten en diensten die we leveren. Je wilt dan weten: loopt dit goed?” vertelt Betz. Ze vervolgt: “We hebben bijvoorbeeld een innovatiedashboard ontworpen. Welke innovaties zijn er en wie zijn ermee bezig? Daarnaast heb je data nodig voor het forensische werk en voor wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld: hoe kun je data gebruiken om zaak overstijgende trends te ontdekken? En je hebt data nodig voor referentiedatabases, zoals een verzameling met verschillende soorten munitie of stukjes glas. Ik maak die databases zelf niet, maar ik bouw en beheer de benodigde infrastructuur.” In het verleden werkten onderzoekers bij het NFI veel met Excel, met alle nadelen van dien. “Excel werkt niet automatisch AVG-proof. Je ziet niet wie wat doet en er ontstaan veel kopieën die iedereen op zijn eigen schijven opslaat. Je hebt daardoor geen zicht meer op waar alle gegevens staan. Wij zorgen nu voor de juiste tools. Daardoor krijgen we als instituut veel beter inzicht in wat er met gegevens gebeurt in de loop van de tijd.” 

Data uitgelegd met wortels

Om uit te leggen wat haar rol is, gebruikt Betz graag een voorbeeld uit de voedselketen. “Stel, je hebt een boer en die kweekt wortels op zijn akker. Daarvoor moet hij zorgen voor de juiste kwaliteit grond en dat hij zaait en oogst. De goede wortels verkoopt hij aan een groothandel. Die sorteert de wortels: sommige gaan in een zak naar de supermarkt, de lelijke gaan in een ‘buitenbeentjes-zak’ en de overige wortels raspen ze voor stamppot. Degene die uiteindelijk de stamppot maakt of de wortels eet, is de medewerker. Stel dat een wortel een gegeven is. De boer is dan de gegevensmanager. De mensen die in het distributiecentrum werken en de gegevens sorteren, zijn in de gegevensfabriek. Dat is waar ik werk. Ik bepaal niet wat goede of slechte wortels zijn, dat doet de eindgebruiker. Als de eindgebruiker rechte wortels van zeven centimeter wil, dan geeft het distributiecentrum dat door aan de boer. Die moet dan zorgen voor de kwaliteit zaaisel en  grond waarmee hij zoveel mogelijk rechte wortels van zeven centimeter krijgt.”

Het distributiecentrum moet ook nadenken over hoe de softwaresystemen ingericht worden en hoe je de verschillende data noemt. “Wanneer twee boeren wortels produceren en de één noemt het een wortel en de ander een winterpeen, dan is dat verwarrend. Vergelijk dat met onderzoekers die gegevens verzamelen:  in het ene systeem staat ‘wortel’ en in het andere ‘winterpeen’. Dan definiëren wij als NFI wat wij onder wortels verstaan. We sluiten daarbij zo veel mogelijk aan bij de begrippen die de keten gebruikt, maar dat is niet altijd mogelijk. Dan leggen we alsnog vast wat wij ermee bedoelen, zodat je altijd kunt vergelijken. In de oude systemen deden we dat nog niet en legden we veel dingen op verschillende manieren vast.”

Nieuwe collega’s gezocht

Het NFI is op zoek naar nieuwe collega’s voor Betz. “Wij zoeken bij het NFI mensen die het leuk vinden om te werken met data. We zijn vooruitstrevend: we gebruiken zoveel mogelijk open-source-tooling en zoeken constant naar nieuwe ontwikkelingen. We zoeken mensen die snappen hoe gegevens zich door organisaties bewegen en die weten hoe je tooling bouwt om dat te ondersteunen en gegevens op een verantwoorde manier beschikbaar te stellen voor gebruik,” aldus Chiara. Ze vult aan dat het belangrijk is dat het gaan om mensen die het leuk vinden om steeds nieuwe manieren te ontdekken en die niet vastgeroest zitten in bestaande systemen. “We hebben de infrastructuur opgeknipt in kleine legoblokjes die je kunt vervangen. We zoeken nieuwsgierige mensen die geïnteresseerd zijn in problemen en creatief zijn in het vinden van oplossingen.” 

Onderzoekers met passie

Wat maakt werken bij het NFI voor Betz aantrekkelijk? “Ik vind de mensen die hier werken heel inspirerend. Er zijn veel collega’s die hier met heel hun hart en veel passie werken. Ik vind het leuk om hen in hun kracht te zetten en hun de versnelling te geven waar ze al zo lang naar op zoek zijn. Dat werkt aanstekelijk. Die passie heb ik zelf ook, maar dan voor gegevens. Dat gevoel kom je niet overal tegen. Het zijn eigenwijze mensen; je moet van goede huize komen om hen te overtuigen. Maar als ze het gaan gebruiken dan weet je, ik heb het goed gedaan. Dat geeft mij voldoening: bijdragen aan een veilige samenleving.”