Stond de verdachte bij de koelkast of bij het gootsteenkastje toen hij schoot? Waar laadde hij het wapen door? En hoe precies? Vragen die van doorslaggevend belang zijn in een strafzaak, bijvoorbeeld bij het opstellen van een rapport door een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Maar soms spreken verklaringen elkaar tegen of komt het verhaal niet overeen met het sporenbeeld. In zulke gevallen kan de videoreconstructie voor meer duidelijkheid zorgen. Wat is er precies gebeurd op de plaats delict?

Benno Jacobs (links) en Jan van Manen (rechts) in de wapenkluis van het NFI

Benno Jacobs, NFI-deskundige Wapens en Munitie, en Jan van Manen, teamleider van het landelijk Video Reconstructie Team en gepensioneerd politiemedewerker, werkten in de loop van de jaren meerdere keren samen bij videoreconstructies van schietincidenten. Tijdens zo’n reconstructie filmen Van Manen en zijn team de toedracht van een misdrijf op de plaats delict, zoals die volgens een verdachte, slachtoffer of getuige heeft plaatsgevonden. Ook als dat betekent dat omwonenden tijdelijk hun huis moeten verlaten of de plaats delict moet worden afgeschermd met schotten. Soms zijn er zelfs sluipschutters ter plaatse omdat de verdachte vluchtgevaarlijk is, of mogelijk doelwit van een aanslag. Van Manen: “Een videoreconstructie is een zwaar middel om in te zetten. Maar het gaat dan ook bijna altijd om ernstige misdrijven zoals moord of doodslag.”

Een verklaring is geen script

Van Manen voert zo’n tien tot vijftien reconstructies per jaar uit. Bijna de helft van de aanvragen komt, via de rechter, van de advocatuur. Vaak  gaat het om de vraag of er sprake was van noodweer. Maar ook een NFI-deskundige, politie, of het Openbaar Ministerie (OM) kan een videoreconstructie voorstellen. Jacobs: ”Een rechter-commissaris wil vaak weten of het verhaal dat de sporen vertellen overeenkomt met de verklaring van een verdachte, slachtoffer of getuige. Maar zo’n verklaring is geen net script. Er staat niet altijd alles in wat ik moet weten om een helder rapport te schrijven. Dan moet je oppassen dat je de ontbrekende informatie niet invult op basis van je eigen beeld van zo’n situatie. Je moet nooit denken dat je wel weet hoe het zit. Daarom is het zo belangrijk dat we samen met de politie en het OM de meest aannemelijke versie van de gebeurtenissen reconstrueren als daar twijfel over bestaat.”

Terug naar de plaats delict

Bij een videoreconstructie worden gebeurtenissen bij voorkeur op de echte plaats delict nagespeeld, op aanwijzingen van de verdachte en eventuele getuigen. Hetzelfde licht, hetzelfde jaargetijde en hetzelfde moment van de dag: Van Manen zorgt er samen met de aanvrager en de lokale politie voor dat zoveel mogelijk omstandigheden overeenkomen met de oorspronkelijke situatie. Van Manen: “Een huis, een parkeergarage, een voetbalkantine: alles kan een plaats delict zijn. Ik heb de afgelopen veertig jaar op de meest uiteenlopende plekken gestaan.” In de weken voorafgaand aan de reconstructie bouwen zijn collega’s de plaats delict zo gedetailleerd mogelijk na. Ze speuren Marktplaats af op zoek naar die ene beige bank, of halen dezelfde afhaalmaaltijd die de politie destijds onaangeroerd op de eettafel aantrof. Van Manen: “Alle details doen ertoe. We doen overigens niet alleen schietincidenten. Ook verkeersongelukken, steekpartijen of verdachte overlijdens van baby’s: allerlei situaties waarbij er onduidelijkheid bestaat over de toedracht, kunnen aanleiding zijn voor een reconstructie.”

Straatafzetting

Van plaats delict naar opnamelocatie

Op de dag van de reconstructie verandert de nagebouwde plaats delict in een filmset. Vaste camera’s registreren alles wat gebeurt, maar er zijn ook cameramensen aanwezig die de handelingen van de betrokkenen van dichtbij filmen. Van Manen heeft niet alleen de leiding over de voorbereidingen en opnames, maar ondervraagt ook de verdachte of getuige. Tijdens de opnamedag zijn er tijdelijke ruimtes ingericht waarin aanwezigen de reconstructie live volgen. Jacobs: “Ondersteunend personeel van politie, stands-inns, de officier van justitie of rechter-commissaris, advocaten, deskundigen: wij zitten in aparte ruimte(s) en staan in verbinding met Jan. We kunnen vragen stellen als er onduidelijkheden bestaan. Pakte de verdachte het wapen met zijn linker- of rechterhand op? Bij welke beweging in de worsteling ging het af? Kan de verdachte of getuige de handeling nog een keer nadoen, maar dan langzamer? Zo krijg ik een veel gedetailleerder beeld van de toedracht.”

Triggers

Een deel van de kracht van een reconstructie is de kans op herbeleving. Het is heel anders of iemand wordt verhoord in de setting van een politiebureau, of op de plaats delict van toen. Van Manen: “Geuren, geluiden, beelden: die kunnen van alles triggeren. Zo’n verdachte is soms maanden niet thuis geweest en komt dan uit bewaring ineens terug op de plek waar alles gebeurde. Dat doet iets met een mens. Een geharde draaideurcrimineel zal doorgaans minder ontvankelijk zijn voor die triggers dan iemand die voor het eerst een misdrijf heeft gepleegd.” Ook Jacobs benadrukt dat die originele elementen vaak iets in gang zetten bij verdachten: “Het wapen in handen krijgen, dat is echt een grote trigger. Dat zie ik iedere keer weer gebeuren. We werken met echte wapens, vaak uit onze eigen wapencollectie. Zo’n wapen is vaak net zo zwaar en koud. Op het moment dat een verdachte het originele, of daarop lijkende, wapen vastpakt, gebeurt er altijd iets bijzonders: trillen, zweten of soms huilen. Dat is heel bijzonder om mee te maken.”

Waar herbeleving toe kan leiden

Toch is een emotionele reactie geen schuldbekentenis. Hoe wordt dat gewogen? Van Manen: “Die weging maakt de rechter. Wij leggen het alleen maar vast, maar ook niet te lang. Ik besef heel goed dat het best spannend kan zijn voor verdachten om zo’n reconstructie te doen. Als iemand echt in huilen uitbarst, dan pauzeren we even.” In sommige gevallen leidt het herhalen van de gebeurtenissen van toen wel degelijk tot een ontkrachting van de afgelegde verklaring. Jacobs: “Zo’n herbeleving gaat heel onbewust. Ik heb meegemaakt dat een verdachte verklaarde nog nooit een wapen te hebben aangeraakt. Maar toen hij het wapen in handen kreeg, volgden er een paar automatische handelingen die een bepaalde routine verraadden. Een officier van justitie of rechter-commissaris ziet dat natuurlijk ook. En die kan daar dan weer op doorvragen. Dat is de grote kracht van een reconstructie: dat alle betrokken procespartijen aanwezig zijn. Uiteindelijk gaat het om die video waarvan iedereen zegt: dit is het scenario, hier gaan we mee werken.”

Regiekamer op locatie

Bekentenis

Soms leidt een herbeleving tot een spontane bekentenis. Dat is geen doel op zich, maar Van Manen maakte meer dan eens mee dat een verdachte tijdens de handeling stopte en bekende. Eén zaak staat hem nog goed bij. Van Manen: “Het ging om een schietincident in het drugscircuit. Een verdachte was de woning van een drugsdealer binnengedrongen, door het intikken van een keukenraam. Daarna vond er een schietpartij plaats. Beiden ontkenden geschoten te hebben. Een reconstructie moest duidelijkheid brengen. Die verdachte vroeg bij aanvang aan mij of hij de ruit ook echt mocht inslaan. Ik zei dat dat juist de bedoeling was, in de hoop dat het een trigger zou zijn. Hij trok zijn handschoenen aan, pakte zijn zaklamp en sloeg het ruitje in. Dat gerinkel van glas deed iets met hem, ik zag het gebeuren. Hij stond daar en zei: ‘Ik zal het maar zeggen, ik heb geschoten.’ Dat was een van  mijn kortste reconstructie ooit.”

Ontlastend bewijs

Andersom gebeurt het ook weleens dat een reconstructie ontlastend werkt. Er zijn zelfs verdachten vrijgesproken op basis van een reconstructie. Jacobs: “We hebben weleens een videoreconstructie gedaan waarbij een huls zó ver weg lag van de plek waar geschoten zou zijn, dat ik in eerste instantie dacht: dat kan niet. Ik heb 37 jaar ervaring met het uitwerpen van hulzen, maar dit had ik nog nooit gezien. Toen ben ik een aantal proefschoten gaan lossen en bleek die huls gewoon heel ver uit het wapen te schieten. En niemand, ook mijn collega’s niet, had dat ooit gezien. Maar er was aan dat wapen gesleuteld, waardoor die huls inderdaad vijftien meter verderop belandde. Zo zie je maar: ik word nog steeds verrast in dit vak.”

Geen geraniums

Van Manen is officieel met pensioen, maar aangezien er nog geen opvolger is voor zijn functie, voert hij nog steeds reconstructies uit. Hij kan het niet helemaal loslaten: ”Het aantal videoreconstructies loopt terug. Mijn grootste angst is dat het helemaal verdwijnt. Ik had mijn kennis en ervaring graag overgedragen , maar zo is het niet gelopen.” Jacobs valt zijn collega bij: “Het zou jammer zijn als de videoreconstructie helemaal verdwijnt. Ik weet zeker dat als ik met pensioen ga, mijn ervaring doorvloeit naar de jongere lichting. Maar voor Jan is dat anders.” De grootste oorzaak van de terugloop is volgens van Manen niet de opkomst van de digitale reconstructie of de reconstructie op basis van virtual reality. Hij vermoedt dat de terugloop verband houdt met de daling van het aantal moorden in Nederland. Dit aantal is in de afgelopen twintig jaar gehalveerd. Hoe nu verder? Van Manen: “Het zou zonde zijn als deze waardevolle methode langzaam uitsterft. Ik houd hoop zolang ik dit werk nog kan doen. Want ook al ben ik al een paar jaar met pensioen: voor mij nog geen geraniums.”