Dierenmishandeling is niet eenvoudig te herkennen. Het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling (LED) wil daarom het bewustzijn onder diergeneeskundige professionals vergroten. Voor het onderzoeken van letsel roepen gespecialiseerde dierenartsen vaak de hulp in van forensisch-medisch deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). “Het forensisch denken van de experts van het NFI bij het onderzoeken van letsels is onmisbaar,” stelt Nienke Endenburg van het LED: “Een dierenarts is opgeleid om een ziek dier te behandelen en te genezen. Met die blik stelt hij een diagnose en vervolgens een behandelplan. Bij de meldingen die bij het LED terechtkomen, moet je anders redeneren dan dat je op de Faculteit Diergeneeskunde geleerd hebt.”
Beeld: iStock
Stel, iemand brengt een hond bij de dierenarts. Terwijl de dierenarts de viervoeter op de behandeltafel onderzoekt, ontdekt hij meerdere verwondingen aan de poten. De dierenarts heeft deze hond al vaker gezien, met steeds hetzelfde letsel. Iedere keer vertelt de eigenaar een onduidelijk verhaal over wat de toedracht is. Wat te doen? Pech bestaat, maar steeds hetzelfde terugkerende letsel zonder een duidelijke verklaring vraagt om nader onderzoek. Dierenartsen kunnen bij verdenking een melding maken bij het LED en de casus op de website uploaden. Vervolgens kijkt het expertpanel of er wel of niet sprake is van dierenmishandeling. Als het dierenmishandeling is, dan kan de dierenarts een melding bij 144 ‘Red een dier’ maken.
Gelijkenis tussen kind en dier
“Er zijn gelijkenissen tussen een jong kind en een dier, bijvoorbeeld dat beide niet kunnen vertellen wat er aan de hand is. Dierenartsen ervaren dezelfde problemen en knelpunten bij het herkennen van mishandeling als kinderartsen,” legt Nienke Endenburg uit. Zij is coördinator van het LED en universitair hoofddocent aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. In 2017 richtte Endenburg samen met Huub Nijs, forensisch arts bij het NFI, het LED op. Dit in navolging van het Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling (LECK) dat sinds 2014 bestaat. Het LECK is een samenwerkingsverband tussen gespecialiseerde kinderartsen en het NFI en beoordeelt mogelijke gevallen van kindermishandeling.
Uitdaging om dierenmishandeling te herkennen
Dieren hebben vaak een vacht die het letsel kan verbergen. Soms is er aan de buitenkant van een dier niets te zien, maar toont een röntgenapparaat of CT-scan aan dat er wel degelijk botbreuken of inwendige bloedingen zijn. Een ander signaal kan zijn dat een eigenaar met zijn huisdier niet één, maar wel vijf dierenartsen bezoekt. Ook gevallen waarbij een dier acuut gestorven is, of een eigenaar die binnen een jaar al een vierde pup heeft, kunnen verdacht zijn. De noodzaak om dierenmishandeling te herkennen is groot. Internationale literatuur toont aan dat in circa 70 procent van de gevallen van dierenmishandeling ook sprake is van huiselijk geweld.
Argwaan
Hoe ingewikkeld het is om dierenmishandeling te herkennen, blijkt uit het voorbeeld van een melding over een Staffordshire Bullterriër met een gebroken poot. Het verhaal van de eigenaar wekte argwaan bij de dierenarts op. De eigenaar veranderde namelijk steeds de toedracht van het letsel. Maar toen het expertpanel van het LED de röntgenfoto’s van de gebroken hondenpoot had geanalyseerd, bleek dat tumoren de oorzaak van de breuk waren. Endenburg voegt toe: “Je verdenkt misschien een man met een gouden ketting om zijn nek, maar dan is het de geslaagde en gevierde zakenman met een Porsche voor de deur die zijn konijnen mishandelt. Dierenmishandeling komt in alle lagen van de samenleving voor.”
Kijken door een forensische bril
“Iedereen wordt onbewust in zijn beeldvorming gestuurd,” zegt Kristine Beumer. Naast haar werk als forensisch arts bij het NFI, is zij lid van het expertpanel van het LED en geeft zij les in het keuzevak Forensische Diergeneeskunde aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. In de presentatie die zij gaf tijdens de nascholingsdag voor dierenartsen en paraveterinairen, wil zij niet alleen de bewustwording van de signalen van dierenmishandeling vergroten, maar ook benadrukken dat dierenartsen zich niet te veel laten leiden door contextinformatie: “Door systematisch te denken, gestructureerd te werken en met collega’s te overleggen, kun je tunnelvisie beperken.”
Fotografisch vastleggen van letsel aan het oog van een hond
Melding bij het LED
Wat gebeurt er als een dierenarts bij vermoeden van mishandeling anoniem een melding op de website van het LED maakt? Een expertpanel neemt de casus dan in behandeling en beoordeelt het letsel en eventuele andere medische bevindingen. In dit expertpanel zitten gespecialiseerde dierenartsen die aan de faculteit Dierengeneeskunde van de Universiteit Utrecht verbonden zijn, en forensisch-medisch experts van het NFI. Afhankelijk van de diersoort en het type letsel wordt het expertpanel samengesteld. Als het nodig is, wordt er een specialist van de faculteit Dierengeneeskunde van de Universiteit Utrecht ingeschakeld, bijvoorbeeld een veterinair tandheelkundige, oogheelkundige of internist voor gezelschapsdieren. Katten en honden komen het meest voor in de meldingen, gevolgd door paarden, konijnen en cavia’s. Meestal bestaat het letsel uit botbreuken en huidletsel.
Van kop tot staart
Hoe gaat forensisch denken in zijn werk? Beumer licht toe: “Je kijkt ‘van kop tot staart’, net zoals je bij een mens ‘van top tot teen’ kijkt.” Het onderzoek begint met het bekijken en objectief vastleggen van de bevindingen, zonder de contextinformatie mee te nemen. Daarna worden de details van het letsel nauwkeurig geanalyseerd. De centrale vraag is dan wat er te zien is. Is het letsel? En zo ja, welk type letsel? Als de huid bijvoorbeeld verkleurd is, past dit dan bij een bloeduitstorting of is het misschien verf? Wat is de locatie van de bloeduitstorting en hoe kan deze daar zijn ontstaan?
Beumer: “Systematisch loop je verschillende opties af: kan het letsel zijn veroorzaakt door ziekte, een ongeval, speelgedrag of mishandeling?” Afhankelijk van de diersoort komen sommige letsels vaker voor bij mishandelde dieren. Indien de dierenarts die de melding heeft gemaakt een mogelijke toedracht heeft aangereikt, toetsen de onderzoekers of het letsel hierbij past. De bevindingen worden zo veel mogelijk onderbouwd met wetenschappelijke literatuur.
Meldpunt 144 ‘Red een dier’
Als het expertpanel mogelijke tekenen van dierenmishandeling ziet, moet de dierenarts zelf een melding doen via het telefonische meldpunt 144 ‘Red een dier’. Hieronder vallen de Dierenpolitie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA). De melding komt bij één van deze organisaties terecht. Zij kunnen een huis binnentreden en achter de voordeur kijken. Zijn er nog meer mishandelde of verwaarloosde dieren? Hoe zien de kinderen eruit? Is het huis heel erg vervuild? Daarna kan de aangewezen organisatie bewijzen verzamelen om een officier van justitie te overtuigen en een zaak op te bouwen. Uiteindelijk kan een persoon veroordeeld worden, een verbod krijgen om dieren te houden en een dier uit huis geplaatst worden.
Bewustwording
Het is belangrijk om bij dierenartsen het bewustzijn te vergroten dat dierenmishandeling in hun praktijk kan voorkomen en hen alert te maken op signalen die daarop kunnen wijzen. “In een gemiddelde dierenartsenpraktijk die vijf dagen per week open is en waar twintig dieren per dag behandeld worden, zijn er in totaal vijf dieren per maand die mogelijk mishandeld worden. We hopen dat dierenartsen, als zij zich meer bewust zijn van de signalen van dierenmishandeling, vaker een melding bij het LED maken.”
Fotografisch vastleggen van letsel aan het oor van een kat