DNA-grootheid Ate Kloosterman ontvangt koninklijke onderscheiding

Of hij na het uitspreken van zijn afscheidsrede nog even wilde blijven staan, was de vraag van Peter van den Elzen, algemeen directeur van het NFI, aan prof. dr. Ate Kloosterman. Van den Elzen gaf het woord aan burgemeester Lenferink van Leiden, Kloostermans woonplaats. Namens minister Grapperhaus werd Kloosterman tijdens zijn afscheidssymposium op 17 mei jl. door burgemeester Lenferink geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Kloosterman was beduusd en ontroerd en roemde zijn collega’s van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) om hun in zijn ogen beste eigenschap, geheimhouding.

Lintje 2

PIONIER IN BEWIJSVOERING MET DNA-SPOREN

Het symposium was een ode aan de continue ontwikkeling van het forensisch DNA-onderzoek én Kloosterman als personificatie daarvan. Samen met zijn collega’s zorgde hij ervoor dat het NFI wereldwijd uitgroeide tot één van de belangrijkste spelers op het gebied van complex forensisch DNA-onderzoek.

Binnen het NFI is het forensisch DNA-onderzoek één van de grootste deskundigheidsgebieden van het NFI, omdat de bewijswaarde van DNA-sporen zo groot is. Het NFI voert gemiddeld op jaarbasis tienduizenden DNA-onderzoeken uit.
Daarnaast zijn er vanzelfsprekend talloze andere typen sporen die een rol kunnen spelen in een zaak. De kracht van het NFI is dat het vrijwel alle forensisch-technische deskundigheidsgebieden onder één dak heeft. Dit maakt het mogelijk om al die verschillende typen sporen in samenhang te onderzoeken.

Eerste DNA-onderzoek Nederlandse zaak

Het was prof. dr. Ate Kloosterman die in 1989 met sporen afkomstig van de WTC-verkrachter naar Engeland reisde om de ‘DNA-fingerprint’ te laten vergelijken met die van de verdachte. Er was geen match en de verdachte werd vrijgesproken. Dit eerste DNA-onderzoek in een Nederlandse zaak werd aangevraagd door mr. Cees Korvinus, die donderdag de taak van dagvoorzitter vervulde tijdens Kloostermans afscheidssymposium.

Van bloedgroepen naar DNA-profielen

Tijdens zijn bijna 40 werkzame jaren bij het NFI zag de nestor van het forensisch DNA-onderzoek het vakgebied ontstaan en stuwde hij het voort.

Toen hij in 1979 op de afdeling serologie begon bij het Gerechtelijk Laboratorium, de voorloper van het NFI, bestond het forensisch DNA-onderzoek nog niet. Kloosterman vergeleek toen bloedgroepen en –eiwitten. Als een bepaalde bloedgroep maar bij één op de twintig personen voorkwam en de bloedgroep van het aangetroffen spoor overeenkwam met de bloedgroep van de verdachte, dan hadden de onderzoekers een belangrijke aanwijzing in handen.

In tegenstelling tot bloedgroepen zijn DNA-profielen nagenoeg uniek en hebben daardoor een veel hogere bewijskracht. Zo is de kans dat een willekeurig gekozen persoon matcht met een enkelvoudig DNA-profiel van een spoor altijd vele malen kleiner dan 1 op 1 miljard.

Afscheidssymposium ode aan prof. dr. Kloosterman en forensisch DNA-onderzoek

Ontwikkeling van techniek en wetgeving

Er werden de afgelopen decennia grote successen geboekt met DNA-onderzoek en bij veel van die successen was Kloosterman betrokken. Enerzijds ontwikkelde de techniek zich in rap tempo en verkrijgen DNA-onderzoekers uit steeds kleinere sporen steeds meer informatie. Anderzijds speelt wetgeving een belangrijke rol.

Zo werden verdachten van zware misdrijven halverwege de jaren negentig verplicht hun DNA af te staan en werd de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken in 1997 operationeel.

Succes DNA-databank

Deze DNA-databank bracht verdachten in beeld bij onder meer de moorden op Sybine Jansons, Andrea Luten, de Puttense moordzaak en de zaak van de Utrechtse serieverkrachter.

De DNA-databank voor strafzaken bevat de DNA-profielen van ruim 285.000 personen. Een DNA-profiel van een spoor dat in de DNA-databank voor strafzaken wordt opgenomen, heeft meer dan 59% kans om vroeg of laat een ‘match’ te geven met een persoon. Soms is dat meteen bij opname in de databank, soms pas na vele jaren.

DNA-verwantschapsonderzoek steeds belangrijker

In 2012 werd het wettelijk mogelijk om DNA-verwantschapsonderzoek te gebruiken voor opsporing en vervolging in strafzaken. Vrijwel direct nadat de wet van kracht ging, werd een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd om de moordenaar van Marianne Vaatstra te vinden. Met succes! Jasper S. werd veroordeeld.

Opvallend was dat S. zélf gehoor gaf aan de oproep om vrijwillig DNA af te staan. Hierdoor was er sprake van een 100% match, maar ook als hij dit niet had gedaan was hij in beeld gekomen via zijn verwanten.

Ook voor de moord op Milica van Doorn bracht het grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek een verdachte in beeld. 25 jaar na haar dood werd de verdachte aangehouden, die in beeld kwam doordat een familielid vrijwillig DNA afstond voor het onderzoek.

Zowel bij het Openbaar Ministerie, de politie en het NFI bestaat de hoop dat het grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek ook tot een doorbraak leidt ten aanzien van de dood van Nicky Verstappen. Dit is de ultieme poging om deze zaak opgelost te krijgen.

Veel van de hierboven uitgelichte zaken liepen decennia lang. Daders leken jaren onvindbaar en toch bracht hun DNA of dat van een familielid ze uiteindelijk in beeld. Kloosterman is bij al deze zaken vanaf het begin betrokken geweest. Alleen aan de zaak Nicky Verstappen zal hij niet tot aan het einde werken, maar Kloosterman geeft aan dat dit onderzoek bij zijn collega’s in de best mogelijke handen is. 

DNA-verwantschapsonderzoek

EEN BELANGRIJK WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEKER

In 2008 werd Ate aangesteld als bijzonder hoogleraar Forensische Biologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).  

Als wetenschapper anticipeerde hij altijd op nieuwe technische ontwikkelingen én de mogelijkheden die de verruiming van de DNA-wetgeving bood. Hij was nauw betrokken bij de accreditatie van het DNA-laboratorium en de standaardisatie van het DNA-onderzoek. Het belang van internationaal op dezelfde manier verkrijgen en opstellen van een DNA-profiel was het onderwerp van zijn proefschrift.

Ook stond hij samen met zijn collega's aan de wieg van de toepassing van de PCR-technologie. Deze vermeerderingstechniek maakte het forensisch DNA-onderzoek op grote schaal toepasbaar. Kleinere sporen werden bruikbaar doordat ze met behulp van PCR te kopiëren zijn.

Ook leverde de PCR-techniek de DNA-profielen op zoals we ze nu kennen. Digitale cijfercodes die ook geautomatiseerd te vergelijken zijn. Dat was voor bij de voorloper van het DNA-profiel, ‘de DNA fingerprint’ niet mogelijk. 

Deze digitalisering is het fundament van de DNA-databank voor strafzaken, die de afgelopen decennia uitgroeide tot één van de krachtigste opsporingsmiddelen binnen het strafrecht. Sinds de oprichting in 1997 bracht de databank in Nederland in totaal bijna 65.000 potentiële daders in beeld.

Kloosterman en zijn collega's stonden aan de wieg van het toepassen van  DNA-verwantschapsonderzoek in strafzaken. Dit type onderzoek geeft de opsporing vooral in cold cases vaak een krachtige nieuwe impuls, zoals ook uit de hierboven beschreven successen blijkt.

Het steeds gevoeliger worden van de DNA-analysemethode, de LCN-methode, werden door de DNA-deskundigen van het NFI omarmd. Kloosterman was één van de eerste forensisch deskundigen in Nederland die het in zaaksonderzoek gebruikte.

Tegenwoordig hebben DNA-onderzoekers al aan enkele huidcellen genoeg om een bruikbaar DNA-profiel te verkrijgen. Dit zijn sporen die je niet met het blote oog kunt zien. Hierdoor blijven de mogelijkheden van het forensisch DNA-onderzoek groeien. Er zijn immers steeds meer sporen geschikt om door het NFI te laten onderzoeken. Tegelijkertijd wordt het onderzoek daarmee steeds complexer en tijdrovender.

KENNISOVERDRACHT AAN DE STRAFRECHTKETEN EN STUDENTEN

Eén van de kerntaken van het NFI is de kennisoverdracht aan de hele strafrechtketen. Gedurende zijn hele carrière gaf Kloosterman talloze cursussen en lezingen aan politie, OM, advocatuur en rechterlijke macht om hen te leren hoe DNA als bewijsmateriaal geïnterpreteerd dient te worden.

Deze kennisoverdracht door NFI-deskundigen zorgt er ook voor dat de medewerkers van de forensische opsporing bij de politie steeds meer kennis opbouwen over het forensisch onderzoek en hierdoor steeds meer onderzoeken zelf kunnen uitvoeren. Dat voegt snelheid en waarde toe aan het forensisch werk en ontlast de beperkt beschikbare specialistische capaciteit van het NFI.

Daarnaast leidde Kloosterman een nieuwe generatie forensisch deskundigen op en leverde vijf promovendi af. Hij stond aan de basis van de eerste forensische opleidingen in Nederland aan de UvA en de Hogeschool van Amsterdam.

Zowel vanuit zijn positie als bijzonder hoogleraar en als die van DNA-deskundige bij het NFI was hij, zowel binnen als buiten de wetenschappelijke wereld, lange tijd hét gezicht van forensisch DNA-onderzoek in Nederland. Zo gaf Kloosterman door de jaren heen ook talloze interviews over het vakgebied aan vrijwel alle landelijke media.

Afscheidsrede Kloosterman

In zijn afscheidsrede prees Kloosterman zijn collega’s en de nieuwe generatie DNA-onderzoekers, die klaar staat om het deskundigheidsgebied naar een nóg hoger niveau te tillen. Hij vertelde dat hij eigenlijk nooit iets alleen heeft gedaan. Hij werkte altijd nauw samen met collega’s uit binnen- en buitenland en heeft hier veel plezier aan beleefd.

Hij benadrukte het belang van innovatie, maar ook het optimaal benutten van de digitale communicatiemogelijkheden, zowel op het gebied van rapportage als op het gebied van kennisuitwisseling.

Tevens stond hij stil bij de ramp met vlucht MH17. Hij besteedde aandacht aan hoe DNA-onderzoek bijdroeg aan de identificatie van de slachtoffers, maar hij benoemde ook de gedrevenheid van de NFI-ers om die enorme klus goed en snel te klaren.   

Oproep: neem DNA af bij overleden vluchtelingen
Kloosterman sloot af met een oproep. “Neem DNA af bij vluchtelingen die Europa proberen te bereiken en deze reis niet overleven. Door hun DNA-profielen op te nemen in een centrale databank hoeven nabestaanden niet in het ongewis te blijven over het lot dat hun dierbaren trof en krijgen de onbekende slachtoffers hun naam terug. Dit is goed te realiseren als we als forensische kennisinstituten op internationaal niveau nauw samenwerken. Ik ga me hiervoor inzetten. Het is het minste dat we voor deze slachtoffers kunnen doen.”

Verbondenheid aan NFI
Hoewel Kloosterman met pensioen gaat, blijft hij voorlopig twee dagen per week werkzaam bij het NFI. Daarnaast zal hij als gastonderzoeker nog actief blijven in het wetenschappelijke onderzoek en onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam.

interview voorafgaand aan symposium