Nieuw onderzoek digitale sporen iPhone helpt misdrijf te reconstrueren

Digitale sporen in mobiele telefoons zijn een schat aan informatie voor de opsporing. Ze kunnen helpen bij het reconstrueren van een misdrijf: welk van de twee strijdige scenario’s, dat van OM of verdachte, is het meest waarschijnlijk? Het NFI heeft een nieuw onderzoek uitgevoerd aan iPhones om te kijken of in apps sporen zitten die gekoppeld kunnen worden aan de beweging van de telefoon. En welk tijdstip daarbij hoort. Het blijkt mogelijk om te onderscheiden of iemand in een specifieke periode wandelde, of juist in een auto reed. Dit helpt de politie om verklaringen van verdachten te toetsen.

Eerder deed het NFI al onderzoek naar de betrouwbaarheid van de stappenteller, die blijkt forensisch gezien een goudmijn. Omdat de koppeling tussen de digitale wereld en de fysieke wereld steeds sterker wordt, is het NFI nu een vervolgonderzoek gestart naar andere interessante digitale sporen op iPhones die kunnen helpen om een misdrijf of ongeval zo goed mogelijk te reconstrueren.

Onafhankelijke informatie

De behoefte voor dit onderzoek komt van de politie. Vaak is bijvoorbeeld onduidelijk wanneer een aanrijding precies heeft plaatsgevonden. Het moment dat 112 wordt gebeld of wat blijkt uit getuigenverklaringen, geven wel een indicatie. Maar tot nu toe was er geen onafhankelijke informatie om de tijd exact vast te stellen. Dit onderzoek draagt daaraan bij.

“De eerste resultaten van het onderzoek zijn positief”, meldt forensisch wetenschapper Jan Peter van Zandwijk. “We zien in iPhones sporen die er anders uitzien wanneer iemand in de auto rijdt dan wanneer iemand loopt. Dat is interessant: op basis van sporen kan je dan iets zeggen over wat er op een bepaald moment gebeurd kan zijn. Zo kun je verklaringen van verdachten verifiëren, bijvoorbeeld als deze verklaart dat hij toen thuis zat of juist aan het wandelen was.”

Beeld: Tracy Le Blanc via Pexels

Daarnaast zien de digitale sporen in een iPhone er ook anders uit als iemand heeft hardgelopen dan als iemand wandelt, blijkt uit het onderzoek. “De resultaten zijn dus vrij gedetailleerd”, laat deskundige Digitale Technologie Abdul Boztas weten. “De dataset is nog wel redelijk beperkt, maar de eerste resultaten zijn absoluut hoopgevend. Digitale sporen kunnen een bijdrage leveren aan het toetsen van scenario’s rond een misdrijf.”

Digitale sporen in populaire apps
Hoe werkt het? Het NFI heeft met door het instituut ontwikkelde software verschillende populaire apps en logbestanden onderzocht om te zien of daar sporen in zitten die gekoppeld kunnen worden aan de beweging van de telefoon. De software kan namelijk detecteren dat bestanden worden aangemaakt of gewijzigd door een handeling, zoals het bewegen van de telefoon. Zo kunnen de onderzoekers dus snel bepalen in welke apps/logbestanden interessante informatie opgeslagen zit. “Als je de telefoon hard beweegt, bevatten bestanden die dan gewijzigd zijn waarschijnlijk informatie over de beweging. Later bekijken we die bestanden nog nauwkeuriger om te zien wat de informatie precies inhoudt” , licht Van Zandwijk toe.

De onderzoekers waren vooral geïnteresseerd in sporen die gekoppeld zijn aan bepaalde tijdsstempels. Op welke momenten gebeurde iets? Juist die informatie is relevant voor de opsporing. Ook daar blijkt onder meer de stappenteller van iPhone weer een belangrijke bron. Die registreert beweging, maar in het onderzoek zijn nu ook andere technische bestanden op de iPhone gevonden, die ook informatie over bewegingen bevatten. De gewone gebruiker ziet deze bestanden niet, daar zijn speciale forensische tools voor nodig.

Proefpersonen wandelen en in de auto
Nadat helder was welke bestanden bruikbare informatie over bewegingen bevatten, hebben de onderzoekers gekeken hoe betrouwbaar die registraties zijn en welk type beweging die registraties kan veroorzaken. Daarnaast is onderzocht of het voor de nauwkeurigheid van de sporen uitmaakt of de telefoon vergrendeld is of niet. Voor dit experiment heeft het onderzoekersduo proefpersonen bepaalde routes laten wandelen en hardlopen. Daarnaast hebben de onderzoekers verschillende routes in een auto gereden met de iPhones om te kijken of ze dan specifieke sporen terugzien. Dat is dus zo gebleken.

Om een korte explosieve impact te simuleren, zoals bij een botsing, zijn ook valproeven gedaan. Zo lieten ze een rugzak met telefoons vanaf 5 meter hoogte in het NFI-pand naar beneden vallen. “Ook deze specifieke sporen zagen we onder bepaalde omstandigheden steeds terug. De tijd van de impact die is geregistreerd in telefoon, kwam in nagenoeg alle gevallen overeen met de val.”

Hoopvol, maar nog niet alles onderzocht

De bevindingen gelden voorlopig nog alleen voor een beperkt aantal onderzochte bewegingen. De onderzoekers hebben nog niet onderzocht wat er bijvoorbeeld gebeurt als je in een bus of tram gaat zitten. Wat voor sporen die omstandigheden opleveren. “Hoewel de dataset nog beperkt is, kunnen we nu wel iets zeggen over meest waarschijnlijke scenario: hardlopen of autorijden”, zegt Boztas. Het gedetailleerde onderscheid tussen rijden in een auto en lopen of hardlopen heeft de onderzoekers positief verrast. “We komen steeds dichter bij ons doel: op basis van digitale sporen iets kunnen zeggen over de fysieke wereld en wat daar gebeurd is”, aldus Van Zandwijk.

Nieuw onderzoek

Regelmatig  ontvangt het NFI nieuwe vragen van de politie uit echte zaken die voortborduren op het eerste onderzoek naar de stappenteller. Zo houdt de stappenteller bijvoorbeeld ook het aantal afgelegde verdiepingen bij. De onderzoekers willen onder meer bekijken hoe nauwkeurig dat is. En wat registreert de app bijvoorbeeld als je de lift neemt? Of als je naar boven rent? Zo zijn er legio onderzoeksmogelijkheden die de moeite waard zijn om in de toekomst uit te voeren.

Lees hier de wetenschappelijke publicatie van het onderzoek: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2666281721000780