NFI en politie starten uniek onderzoek naar nieuwe technieken voor zoektocht naar clandestiene graven

Een grondradar, een drone met multi-spectrale camera en een laserscanner (lidar). Stuk voor stuk tools in de zoektocht naar vermiste personen die vermoedelijk ergens onder de grond begraven liggen. De mogelijkheden om dit soort technieken onder realistische omstandigheden te testen waren altijd beperkt. NFI en de Landelijke Eenheid (LE) van de politie starten daarom nu met een uniek onderzoek op een natuurbegraafplaats van Natuurbegraven Nederland. De bedoeling is om met respect voor de grafrust ter plekke (nieuwe) technieken te onderzoeken, valideren en om de nodige data te verzamelen. Onder welke omstandigheden werken de methodes optimaal? Wat nemen die waar en wat juist niet? 

Het team Bijzondere Zoekingen en de specialisten met speurhonden van de Dienst Specialistische Operaties  van de LE en de forensisch archeologen van het NFI werken nauw samen in de zoektocht naar vermiste personen die clandestien begraven zijn in een bos of natuurgebied. In recente vermissingszaken zijn speurhonden verreweg het meest waardevolle middel dat vaak tot succes leidt. Voor het oplossen van oudere zaken willen politie en NFI graag nog meer kennis opdoen over wat er onder de grond precies gebeurt nadat een persoon begraven is. Zij willen beter begrijpen en kunnen onderbouwen welke andere methodes ze kunnen inzetten in hun zoektocht naar oudere clandestiene graven.

Zoekstrategie testen

De politie en het NFI gaan daarom de bestaande zoekstrategie en bijbehorende apparatuur testen op de natuurbegraafplaats. De kleine tweeduizend natuurgraven, die het meest op clandestiene graven lijken, zijn een schat aan informatie voor de zoekspecialisten. Tijdens het onderzoek zullen ze ervoor zorgen dat de rust op de begraafplaats bewaard blijft. “De methodes die wij inzetten, zullen de eeuwige grafrust respecteren. Het verzamelen van gegevens gebeurt enkel vanuit de lucht of vanaf het grondoppervlak en we maken hier dus geen gebruik van speurhonden”, vertelt Mike Groen, forensisch archeoloog bij het NFI.
 

Natuurbegraafplaatsen hebben de laatste jaren een vlucht genomen. Het zijn mooie, bosachtige omgevingen waar mensen duurzaam in de natuur begraven liggen. Grafzerken en afdekplaten zoals bij traditionele begraafplaatsen, vind je er niet. De natuurgraven zijn gemarkeerd met een houten gedenkteken en gaan op in de natuurrijke omgeving. Vaak wordt bij natuurbegraven niet gekozen voor een kist, maar voor een mand of wade. “Juist die graven zijn voor ons onderzoek erg interessant”, laat Groen weten.

Voor Bijzondere Zoekingen en de archeologen van het NFI zijn dit soort begraafplaatsen een uitgelezen kans om hun validatieonderzoek uit te voeren. Niet alleen voor de methodes die ze nu al inzetten, maar de speurders willen ook kijken naar nieuwe technieken die in de literatuur beschreven zijn. “Wij willen graag weten of die daadwerkelijk van toegevoegde waarde zijn in de zoektocht naar vermiste personen die ergens begraven liggen”, aldus Groen.

©Natuurbegraven Nederland

Grondradar en spectrale camera’s

Een voorbeeld daarvan is het gebruik van multi-spectrale camera’s. Die zijn in staat om bodemverzakkingen en vegetatieverschillen te detecteren die eventueel op een graf kunnen duiden. De zoekspecialisten hopen ook beter zicht te krijgen op hoe de hoogteverschillen tussen graven en omgeving er door de jaren heen uitzien. Daarnaast willen ze de grondradar, een belangrijke techniek in de zoektocht naar clandestiene graven, op de natuurbegraafplaats onder de loep nemen. “Wat zien we voor patronen als we de grondradar niet slechts bij enkele graven inzetten, maar bij vele honderden. Het mooie aan de natuurbegraafplaats is dat we een kleine tweeduizend natuurgraven kunnen onderzoeken. Een massa aan unieke data”, vertelt Jitteke Struik van Bijzondere Zoekingen.

De graven zijn bovendien ouder dan de meeste experimentele graven waar zij eerder onderzoek aan hebben gedaan. Dit biedt een mooie kans om de ontwikkeling van een graf door de jaren heen te zien. Met behulp van teledetectie en geofysica kunnen de deskundigen kijken of er patronen te zien zijn die in de loop der jaren zijn ontstaan. Door de vele data die beschikbaar zijn, is het nu mogelijk om te kijken of graven uit 2013 afwijken van die uit bijvoorbeeld 2020.

Met Natuurbegraven Nederland is een onderzoeksperiode van vier tot vijf jaar afgesproken om data voor dit unieke wetenschappelijke onderzoek te verzamelen. “In de geest van haar missie om goed te doen voor de samenleving en om nabestaanden de rust te kunnen geven wanneer een vermiste dierbare door opsporing gevonden wordt en een plek krijgt, ziet Natuurbegraven Nederland haar medewerking aan het onderzoek als een maatschappelijke bijdrage aan zowel mens, natuur als de samenleving”, aldus Jeroen Bruning van Natuurbegraven Nederland.

Bodemverzakkingen

Het zoekteam hoopt op verrassende inzichten. “Onze ervaring is nu vooral gebaseerd op wat we wel vinden. Het gevaar is dat je daar ook naar gaat zoeken, dat ons dat beïnvloedt”, zegt Struik. “We zien vaak verzakkingen bij clandestiene graven, daarom kijken we daar nu vaak naar. Maar als uit dit onderzoek bijvoorbeeld blijkt dat in een bepaalde bodemsoort van de honderd graven er slechts vijf verzakt zijn, is dat voor ons interessante informatie. Dan weten we dat het zoeken naar verzakkingen in die bodemsoort geen betrouwbare methode is.”

Bijzondere Zoekingen krijgt in cold cases regelmatig van nabestaanden de vraag of er nieuwe technische mogelijkheden zijn waardoor hun geliefde nu mogelijk wel gevonden kan worden. “Een begrijpelijke vraag”, aldus Struik. “Bij DNA is dat wel het geval. Ook zien mensen op TV dat bijvoorbeeld met lidar onder een drone of vliegtuig archeologische bodemverstoringen of funderingen goed gevonden kunnen worden. Of bijvoorbeeld vegetatieverschillen met een multi-spectrale camera. Wij willen graag tegemoetkomen aan die vraag van nabestaanden en gefundeerd kunnen antwoorden of een techniek zinvol is om in te zetten of niet.”

A.I.

De zoekspecialisten zullen de natuurbegraafplaats eerst in kaart brengen en data verzamelen. Dit om inzichtelijk te maken wat ze zien en wat dat betekent in relatie tot de graven. Groen, tevens verbonden aan de Leidse Archeologische Faculteit, laat weten dat het ultieme doel is dat ze de aanwezige graven automatisch kunnen classificeren. “Ik zou graag algoritmes willen laten trainen die automatisch kunnen zoeken naar specifieke dingen waar wij ze mee voeden. Zoals de hoogteverschillen, vegetatieverschillen of een combinatie van beiden. Met het gebruik van A.I. kun je een slimme analyse uitvoeren op de graven en zo patronen herkennen.”

Samen beter worden

Het onderzoek op deze schaal en met deze wetenschappelijke basis is niet eerder gedaan voor graven in een natuurgebied. Het NFI wil hier uiteindelijk ook over publiceren en haar bevindingen delen binnen haar Europese netwerk. Naast de kern van het NFI en de Landelijke Eenheid zijn ook het Amsterdam UMC en de Universiteit Leiden betrokken. Struik: “De kracht van dit onderzoek is dat we het gezamenlijk doen. We kijken met elkaar waar onze blinde vlekken zitten. Zitten die in de techniek? Wat kunnen we met zijn allen nog niet? Het doel is gezamenlijk winst behalen en zo beter worden. Misschien worden we blij verrast met nieuwe inzichten die we meteen kunnen inzetten in het zaakonderzoek.”