Welk mes is het moordwapen? NFI levert doorslaggevend bewijs in Zweedse zaak

Een dode vrouw ligt in een plas bloed in een trappenhuis van een Zweedse flat. Ze is vijf keer aangevallen met een mes in haar borst, rug en arm. De verdachte is haar echtgenoot, een Irakese vluchteling. De Zweedse politie vindt vooral indirect bewijs tegen deze verdachte. Totdat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in opdracht van de Zweden specialistisch onderzoek doet naar het mogelijke moordwapen dat is gebruikt. Peter Zoon, deskundige Microsporen en Materialen, bekijkt verschillende soorten messen die door de Zweden zijn ingestuurd. Hij onderzoekt de samenstelling van het metaal en de coating op het lemmet. Uiteindelijk is het een rood keukenmes uit de lade van de verdachte dat de moordzaak in een stroomversnelling brengt. 

Vergroot afbeelding
Beeld: NFI
Rood mes dat wordt onderzocht (mes ter illustratie, niet het mes uit de zaak).

Het verzoek van het Zweedse forensisch instituut kwam in februari 2019 bij het NFI binnen en belandde op Peter Zoon zijn bordje. De Zweden stuurden twee ribben van het slachtoffer op en twee blauwe messen. “Aan ons de vraag of we de ribben wilden onderzoeken op (micro)sporen die afkomstig zouden kunnen zijn van de twee messen. Meer wist ik niet van de zaak”, blikt Zoon terug. De Zweden klopten bij het NFI aan vanwege het specialistische MIT-onderzoek (Microanalyse van Invasieve Trauma’s) dat het NFI aanbiedt. Hoe en waardoor is het letsel bij een slachtoffer ontstaan? Die vraag staat centraal in MIT-zaken. Het team, bestaande uit een forensisch antropoloog, een deskundige kras- indruk- en vormsporen en een deskundige microsporen, onderzoekt zaken van dodelijk steekgeweld in multidisciplinair verband. 

Beschadiging in bot

“We maakten de ribben die naar ons zijn gestuurd eerst voorzichtig schoon zodat al het zachte materiaal eraf is en alleen de botten over blijven”, vertelt de deskundige. “We zagen al snel duidelijke beschadigingen in de botten zitten. Rondom die beschadiging zagen we met het blote oog rood/roze deeltjes zitten. Inmiddels weet ik door mijn ervaring dat dergelijke deeltjes van de coating van een rood mes afkomstig kunnen zijn.” De messen die de Zweden bij de botten opgestuurd hadden waren alleen niet roze of rood, maar blauw. Dat was dus eenvoudig: die messen zijn niet het moordwapen. 
 

Vergroot afbeelding
Bot dat wordt onderzocht (niet uit echte zaak).

Een maand na het eerste rapport kwam er een vervolgvraag uit Zweden. Opnieuw kreeg Zoon twee messen opgestuurd: ditmaal twee roze messen, dus deze hadden potentie. Maar het ene rode of roze mes is het ander niet, weet Zoon. “De samenstelling van de verf kan meer over het mes vertellen. Met  behulp van die samenstelling kunnen wij zoeken in onze verfdatabase die gevuld is met allerlei soorten verf: van messen, maar ook van breekijzers, deuren en auto’s.” Alle NFI-deskundigen stoppen daar hun verfmonsters uit zaken in en die wisselen ze ook uit met andere Europese forensische laboratoria. 

Samenstelling verf

Zoon legt uit hoe hij te werk is gegaan in de Zweedse zaak. “Ik legde het botje eerst onder de microscoop en stelde met een speciale naald een minuscuul verfdeeltje veilig dat ik kon meten. Met infraroodspectroscopie kijk ik naar de samenstelling van de verf. De ingrediënten waar de verf uit bestaat kunnen namelijk onderscheidend zijn. Verf bestaat grofweg uit bindmiddel, kleurstoffen en vulmiddelen. Die kun je vergelijken." Helaas leverden de ingestuurde roze messen geen overeenkomst op met de microsporen uit de rib.

Een jaar na de moord, in februari 2020, kreeg de deskundige opnieuw een mes opgestuurd. Ditmaal een rode, uit de keukenla van de verdachte echtgenoot van het slachtoffer. “Nu was het wél raak”, memoreert Zoon. “Uit onze analyse bleek de verf van het ingezonden rode mes overeen te komen met de verf uit de rib van het slachtoffer. Dat hebben we snel teruggekoppeld aan de Zweden." 

Metaalstukjes

Maar daar stopt het NFI-onderzoek niet. In het bot van het slachtoffer hadden de deskundigen naast de verf, namelijk ook metaaldeeltjes gevonden die ze met elektronenmicroscopie kunnen onderzoeken. Dat is een techniek die overigens niet heel onderscheidend is: de deskundige ziet aan de samenstelling dat er bijvoorbeeld roestvaststaal in zit, maar veel verder dan dat komt hij niet. Daarop hebben Zoon en zijn collega’s met een klein, keramisch cirkelzaagje de rib aan de achterkant ingezaagd en opengebroken om goed te kunnen zien wat er nou precies in de steekbeschadiging zat. In het botje vonden ze uitzonderlijk grote deeltjes metaal van 1,5 mm.

“Daar lagen kansen”, vertelt de deskundige. “We konden op die grotere metaalstukjes een nauwkeurigere analyse inzetten. Daardoor kon ik niet alleen zeggen dat het roestvaststaal is, maar kon ik óók bepalen wélke spoorelementen erin zitten.” En ook die kwamen overeen met het mes: op maar liefst zes elementen uit het staal. Uiteindelijk heeft Zoon voor de verf- en staalsporen een gecombineerde bewijskracht gerapporteerd van tienduizend of meer. “Een hoge bewijskracht”, benadrukt hij. “Dat betekent dat de resultaten van het onderzoek zeer veel waarschijnlijker passen bij dat dit mes het moordwapen is, dan dat een willekeurig ander rood mes dat is.”

Vergroot afbeelding
Peter onderzoekt een mes (foto ter illustratie)

Meerwaarde NFI

Zoon is in april 2023 opgeroepen om als getuige zijn rapport voor de Zweedse rechtbank toe te lichten. In Zweden kennen ze dit soort onderzoekstechnieken namelijk niet. “In deze zaak komt de meerwaarde van het NFI sterk naar voren”, meent Zoon. “We hebben bij het NFI veel verschillende disciplines onder één dak die gezamenlijk onderzoek kunnen doen en elkaar aanvullen, zoals ook in deze zaak gebeurde. Dat is onze kracht.”

Uit het uitgevoerde onderzoek is volgens de Zweedse rechtbank gebleken dat de verwondingen zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt door het mes dat werd gevonden in de keukenla van de verdachte of uit een mes dat in dezelfde productierun was gemaakt. De vraag die de rechters zich dan kunnen stellen is hoeveel messen er in dezelfde batch zijn geproduceerd als het mes in de keukenla. In het vonnis staat dat duidelijk is geworden dat het mes van de verdachte niet veel voorkomt en in maar weinig winkels in Zweden is verkocht. Het aantal messen dat mogelijk bij de moord is gebruikt, is mede beperkt door het feit dat ze in dezelfde productieronde moeten zijn geproduceerd. Met dat in het achterhoofd, is de Zweedse rechtbank van oordeel dat het er zeer sterk voor pleit dat het mes in de keukenla het mes is dat is gebruikt bij de moord op de vrouw. “Het mes spreekt boekdelen”, oordeelt de rechtbank. “De verdachte is afgezien van de jonge kinderen de enige die toegang had tot dit mes." 

Doorslaggevend bewijs

De Zweedse officier van justitie is de Nederlandse deskundigen dankbaar voor hun werk. Zeker omdat er verder vooral indirect bewijs was tegen de verdachte. Hij noemt het werk van het NFI ‘het belangrijkste onderdeel van het bewijs in deze zaak.’ Zoon vindt het mooi dat hij een bijdrage heeft geleverd aan de waarheidsvinding. “We kwamen na een aantal messen die het duidelijk niet waren, toch bij het rode keukenmes uit. Mét een sterke conclusie. Zonder dit bewijs was deze zaak waarschijnlijk niet opgelost.”

De verdachte is onlangs veroordeeld tot 16 jaar celstraf.

Vergroot afbeelding
Keukenmessen, niet uit echte zaak.