Een schietpartij. Een overleden persoon wordt aangetroffen in een woning. Door de hele woning zijn bloedsporen aanwezig. In zulke situaties is het aan forensisch onderzoekers om vast te stellen wat bloedsporen kunnen vertellen over wat zich kan hebben afgespeeld op de plaats delict. Tot voor kort was bloedspoorpatroonanalyse (BPA) nog niet als vakgebied opgenomen in het Nederlands Register van Gerechtelijk Deskundigen (NRGD). Inmiddels is het vakgebied aan het register toegevoegd en zijn Josita Limborgh en Mikle van der Scheer van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) als eerste bloedspoorpatroondeskundigen binnen dit vakgebied ingeschreven.

Het NRGD is een onafhankelijke kwaliteitsorganisatie voor de rechtspraak in Nederland. Forensisch deskundigen die in het register zijn opgenomen, voldoen aantoonbaar aan (inter)nationale eisen op het gebied van vakinhoudelijke kennis, methodologie, rapportage en integriteit. Rechtbanken en hoven vertrouwen op deze toetsing en verlangen daarom geen afzonderlijk curriculum vitae meer van geregistreerde deskundigen.

Team Bloedspoorpatroonanalyse, van links naar rechts: Paul van den Hoven, Josita Limborgh, Leon Meijrink en Mikle van der Scheer

Registratie eerder niet mogelijk

Voor bloedspoorpatroonanalyse bestond tot voor kort nog geen formeel beoordelingskader binnen het NRGD. Daardoor was registratie van BPA-deskundigen niet mogelijk. Eind 2024 keurde het NRGD het beoordelingskader voor bloedspoorpatroonanalyse goed. Limborgh en Van der Scheer zijn vervolgens als eersten volgens dit nieuwe kader getoetst.

Zware toetsing

Voor toelating tot het register moesten Limborgh en Van der Scheer een uitgebreid dossier indienen. Dit dossier bevatte onder andere eerder uitgebrachte rapportages in strafzaken en een overzicht van hun opleiding en werkervaring. Want hoewel bloedspoorpatroonanalyse als NRGD-discipline relatief nieuw is, beschikken beide deskundigen over decennialange ervaring in dit vakgebied. Zij zijn sinds de jaren negentig werkzaam bij het NFI en hebben zich in de loop der jaren gespecialiseerd in BPA-onderzoek.

Een officier van justitie en twee externe, buitenlandse BPA-deskundigen beoordeelden de dossiers. Zij brachten een positief advies uit. De registratie van Limborgh en Van der Scheer onderstreept dat hun expertise voldoet aan de eisen die internationaal aan gerechtelijk deskundigen worden gesteld.

Wat is bloedspoorpatroonanalyse?

Bloedspoorpatroonanalyse bestaat uit drie fasen: documentatie, bloedspoorclassificatie en evaluatie. In de evaluatiefase beoordelen deskundigen bloedsporen op zogenoemd activiteitsniveau. Daarbij onderzoeken zij welk bloedsporenbeeld het best past bij de gegeven scenario’s, afkomstig van het Openbaar Ministerie en de verdediging. Denk bijvoorbeeld aan een scenario waarin een slachtoffer is geslagen, tegenover een scenario waarin sprake was van reanimatie. De conclusies worden gerapporteerd in termen van bewijskracht.

Het NFI onderzoekt bloedsporen zowel op de plaats delict als in het laboratorium, bijvoorbeeld op voorwerpen die door de politie zijn veiliggesteld. Ook kan BPA-onderzoek worden uitgevoerd op basis van foto’s die door de forensische opsporing zijn gemaakt.

Sneller en efficiënter strafproces

Met de opname van Limborgh en Van der Scheer in het register is een belangrijke stap gezet in de verdere professionalisering en kwaliteitsborging van BPA-onderzoek. Hun registratie draagt bij aan een sneller en efficiënter verloop van strafzaken. Waar eerder een benoeming door een rechter-commissaris nodig was om een deskundigenrapport te mogen ondertekenen, volstaat nu een benoeming door een officier van justitie.

Toetsers

Limborgh en Van der Scheer zullen in de toekomst als toetsers betrokken worden bij de beoordeling van BPA-deskundigen buiten het NFI. De twee andere BPA-deskundigen van het NFI, Paul van den Hoven en Leon Meijrink, zullen naar verwachting binnenkort hun registratieaanvraag bij het NRGD indienen.