Bij botsing met grote kracht tussen een textiel en een kunststof oppervlak, kunnen vezels van bijvoorbeeld kleding versmelten met dit oppervlak. De ontstane Fiber-Plastic Fusion (FPF)-sporen komen vaak voor bij een aanrijding. De sporendeskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoekt de aanwezigheid van deze sporen om te achterhalen of een voertuig betrokken kan zijn geweest.

Een voorbeeld: aanrijding tussen auto en voetganger

Er vindt een aanrijding plaats tussen een personenauto met vier passagiers en een voetganger. De personenauto rijdt door en wordt een dag later aangetroffen bij de verdachte thuis. Die ontkent iets met de aanrijding te maken te hebben. De personenauto gaat naar het NFI voor onderzoek naar de aanwezigheid van FPF-sporen aan de kunststofdelen zoals de bumpers en het dashboard. De NFI-onderzoeker treft FPF-sporen aan en neemt monsters van vezels en van de bumper voor vergelijkend vezelonderzoek.

Welke vragen beantwoordt de onderzoeker?

  • Is het voertuig betrokken geweest bij de aanrijding?
  • Waar heeft het voertuig het slachtoffer geraakt?
  • Wie heeft de personenauto tijdens de aanrijding bestuurd?

Bij botsing met grote kracht tussen een textiel en een kunststof oppervlak, kunnen vezels van bijvoorbeeld kleding versmelten met dit oppervlak.

Stereomicroscoop

In eerste instantie maakt de sporenonderzoeker gebruik van zijn waarneming om FPF-sporen op de buitenzijde of het interieur van een voertuig te achterhalen. Ook gebruikt hij een stereomicroscoop. Met een forensische lichtbron kan de onderzoeker fluorescerende vezelsporen zichtbaar maken. Hij maakt foto´s en beschrijvingen van de FPF-sporen die hij aantreft. Ook neemt hij monsters van de sporen voor vergelijkend vezelonderzoek.

Wat zijn mogelijke uitkomsten van het onderzoek?

  • Sterke aanwijzingen dat de personenauto betrokken is geweest bij de aanrijding.
  • De positie van de inzittenden ten tijde van de aanrijding.