Video: NFI ontwikkelt met Europese partners methode voor automatisch scannen van sporen

Sporenonderzoek kan zeer arbeidsintensief en tijdrovend zijn. Daarom werkt het NFI met Europese partners aan de zogenoemde ‘SHUTTLE toolkit’. Deze toolkit kan snel en geautomatiseerd een overzicht maken van allerlei sporen – zoals bloed, vezels of glas- op bijvoorbeeld een kledingstuk dat is aangetroffen op een plaats delict (PD).

‘Steeds sneller en grotere volumes’

De toolkit voorziet in een behoefte, want de opsporing wil steeds snellere resultaten, om sneller potentiele verdachten in beeld te krijgen. Het handmatig onderzoeken op sporen kan soms uren of dagen in beslag nemen. De toolkit werkt automatisch en kan 24 uur per dag, 7 dagen in de week doorgaan zonder moe te worden.

Snellere keuze welke sporen relevant

Op een PD kunnen duizenden sporen aanwezig zijn, waarvan er misschien maar een aantal relevant zijn voor een zaak. Het is de kunst die te vinden. Dat kan monnikenwerk zijn, met altijd het gevaar dat sporen gemist worden. Dat is de reden dat het Europese samenwerkingsverband drie bedrijven laat werken aan dit project. Hart van de toolkit is een microscoop met camera om de sporen vast te leggen. Er wordt ook software ontwikkeld en een database om snel te doorzoeken. Het apparaat kan een automatisch gegenereerd overzicht geven van alle gevonden sporen in verschillende forensische disciplines. De software kan zich steeds verder door ontwikkelen, zodat steeds meer sporen herkend zullen worden. Met het overzicht kan je beslissen welke sporen relevant zijn voor het vervolgonderzoek. Als het apparaat een bloedspoor detecteert, dan is DNA onderzoek nodig. Indien bijzondere vezels of glas gevonden worden, dan kan daar vervolgonderzoek naar worden gedaan.

Prototypes

In het voorjaar worden de eerste prototypes verwacht. Uiteindelijk blijven twee aanbieders over die elk toolkits zullen leveren aan de deelnemende laboratoria. Vervolgens zullen de laboratoria die uitgebreid testen, evalueren en valideren. De verwachting is dat volgend jaar een geschikte techniek op de markt is waar de Europese laboratoria gebruik van kunnen maken.