Het excuus ‘ik ben automonteur, dus dat verklaart de aanwezigheid van schotresten’ werkt niet langer

Verdachten van geweldsmisdrijven met vuurwapens komen tijdens rechtszaken met verklaringen om de aanwezigheid van schotresten op hun kleding en lichaam te duiden. Zo zou het veelvuldig werken met airbags en remblokken volgens hen vergelijkbare sporen kunnen opleveren. Of de sporen zouden zijn veroorzaakt, omdat de agent die hen arresteerde ook een vuurwapen had. Hij zou de sporen vanaf zijn vuurwapen op de verdachte hebben overgedragen. Maar uit nieuw onderzoek blijkt dat deze verklaringen niet meer op gaan. 

Beeld: NFI
Onderzoek aan een revolver

Uit een groots opgezette Europese studie van het European Network Forensic Science (ENFSI) blijkt dat schotresten namelijk van nature niet voorkomen in de leef- en werkomgeving van mensen. Automonteurs hebben dus niet méér kans op sporen die niet van schotresten te onderscheiden zijn, dan mensen met andere beroepen. Alleen mensen die vaker een vuurwapen gebruiken hebben een verhoogde kans op aanwezigheid van schotresten. De politie werkt in Nederland met name met onderscheidende schotresten, indien er overdracht van deze schotresten bij een arrestatie voorkomt, kunnen NFI’ ers dat herkennen.

Samenwerking 32 forensische instituten

Voor het onderzoek werden monsters bij meer dan 1300 proefpersonen genomen. Maar liefst 32 forensische instituten uit Europa, Singapore, Rusland en de Verenigde Staten werkten aan het onderzoek mee. De resultaten zijn afgelopen week gepubliceerd in Forensic Chemistry.

Belangrijk voor bewijsvoering

Amalia Brouwer-Stamouli van het NFI zat de internationale werkgroep voor en ze is tevreden met het resultaat: “Dit is belangrijk voor het NFI, politie en Openbaar Ministerie voor de bewijsvoering in strafzaken.” Ze vond het inspirerend om met haar vakgenoten uit de hele wereld te kunnen sparren over issues. Ze komen een keer per jaar bijeen: “Het is zo fijn dat door de samenwerking de lijnen zo kort zijn.” Ze werd ook wel verrast: “Ik wist niet dat er zo veel variaties zijn om onderzoeksresultaten in excellsheets weer te geven. Veel landen deden het op een andere manier. Zo zie je, dat veel cultureel bepaald is. Het was nog een hele slag om alle resultaten op dezelfde manier weer te geven. Maar het resultaat mag er zijn. ”