Jonge wetenschappers op ‘NFI Science Fair’ beloond voor bijdrage forensisch onderzoek

Het nog beter herkennen van mishandeling bij jonge kinderen, het versnellen van onderzoek aan gevonden botten en het ontdekken van deepfakes. Het zijn drie van de vele tientallen onderzoeken waar jonge wetenschappers mee bezig zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Tijdens de NFI Science Fair kregen zij het podium om hun onderzoek te presenteren. Drie studenten ontvingen een oorkonde voor beste pitch uit handen van Annemieke de Vries, directeur Wetenschap en Techniek bij het NFI. 

Beeld: Foto: NFI
De winnaars Meike Kombrink, Veronique Konijn en Maurice Dunne (v.l.n.r.) met hun oorkonde.

Het NFI behoort tot één van de meest toonaangevende forensisch instituten ter wereld. “Om dat te blijven, is wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk, want criminelen zitten ook niet stil. Er zijn steeds nieuwe technieken en ontwikkelingen die de forensisch onderzoekers kunnen gebruiken,” legt Annemieke de Vries uit. Onderzoeken van studenten en promotieonderzoekers zijn daarbij erg nuttig. Elk jaar begeleidt het NFI tientallen stagiaires en promovendi die met hun onderzoek van waarde zijn voor het NFI en bijdragen aan de innovatie van het forensisch onderzoek. Om deze onderzoekers in het zonnetje te zetten, heeft het NFI de Science Fair bedacht. Maar liefst vijftig studenten en promovendi presenteerden daar hun onderzoeken aan NFI collega’s en (keten)partners zoals politie en universiteiten.

Drie winnaars

“Toen het idee voor de Science Fair ontstond, leek het mij mooi om alle studenten in de grote hal van het NFI over hun onderzoek te laten vertellen, waar NFI collega’s en (keten)partners dan naar konden komen luisteren”, zegt directeur Wetenschap en Technologie Annemieke de Vries. Dat was vanwege corona helaas niet mogelijk. “Maar dat maakte deze digitale sessies absoluut niet minder interessant en waardevol. Ik heb veel mooie en inspirerende pitches over onderzoeken gehoord. Iedereen heeft het vanwege corona moeilijk met het vele thuiswerken, maar ik vind het met name voor studenten lastig om zo je eerste onderzoekservaring op te doen. Het was echt goed om te zien dat ze desondanks zo gemotiveerd zijn!”

De drie winnaars van de eerste NFI Science Fair zijn: Maurice Dunne, Meike Kombrink en Veronique Konijn. Alle drie zijn zij studenten van master Forensic Science aan de UvA. 

Onderzoek aan gevonden botten 

Op basis van data in een database vaststellen of gevonden botmateriaal wel of niet forensisch interessant is, daar draait het om bij het onderzoek van Maurice Dunne (Determining prior odds in forensic archaeology using spatial statistics and radiocarbon dating ). “In de database staat informatie over waar een bot gevonden is, in welke gemeente of in welke provincie. Maar ook in welke grond, wat voor soort botmateriaal het is en hoeveel er gevonden is”, legt Maurice uit. 

Op basis van Koolstof-14-datering kan je de leeftijd bepalen en daarmee of iets forensisch relevant is. Wanneer een botfragment zeer oud is, van voor de Eerste Wereldoorlog, vindt er geen forensisch onderzoek plaats. Dit omdat er geen directe nabestaanden meer leven. “Koolstof-14-datering kost tijd. Met dit onderzoek probeer ik of je dankzij de data uit de database, sneller een uitspraak kan doen of een nieuw gevonden bot forensisch relevant is of niet. De snelheid is belangrijk wanneer je nog in de opsporingsfase zit”, licht hij toe. Wanneer een bot te oud is, is voor de politie duidelijk dat het dus niet om een recente dode gaat en is er geen forensisch vervolgonderzoek nodig.

Botbreuken bij kinderen

Veronique Konijn (A comparison of postmortem total body computed tomography and skeletal survey for the detection of fractures in (suspected) child abuse) vergelijkt in haar onderzoek de fracturen die je ziet op röntgenfoto’s van het skelet, een zogeheten skeletstatus, en een volledig lichamelijke CT-scan bij overleden kinderen. “Er is al onderzoek gedaan naar of je met de CT-scan ribfracturen bij deze kinderen duidelijker ziet, vergeleken met conventionele radiografie. Maar wij willen weten of je met een CT-scan ook de breuken op het hele lichaam beter ziet”, legt ze uit. 

Ze kijkt voor haar onderzoek naar tachtig kinderen onder de vijf jaar die de afgelopen jaren een autopsie hebben gehad bij het NFI. Bij deze kinderen is zowel een volledig lichamelijke CT-scan als een skeletstatus gedaan. “Het lijkt alsof de schedel- en ribfracturen inderdaad beter te zien zijn met CT”, vertelt ze. Toch zijn er ook specifieke fracturen die duidelijker zichtbaar zijn met de skeletstatus. “Als een kindje door een ouder of verzorger hardhandig heen en weer is geschud, dan kan dat leiden tot kleine breuken in bijvoorbeeld armen en benen. Deze fracturen zijn beter terug te zien op de skeletstatus”, legt Veronique uit.

Is de video echt of nep

De derde en laatste winnende presentatie was van Meike Kombrink. Haar onderzoek gaat over de invloed van het verkleinen van videobestanden op de detectie van deepfakes (The influence of compression on the detection of deepfake videos). “Dit onderzoek is belangrijk omdat deepfakes overal kunnen zijn. Met deepfake kan je van identiteit wisselen in een video. Als dat onopgemerkt blijft en we niet weten of iets een deepfake is, dan heb je kans dat een daadwerkelijke verdachte niet in beeld komt”, legt ze uit. Het is volgens haar van belang dat we te allen tijde weten of een video echt of nep is. “Als je video als bewijs gebruikt en je weet niet dat het nep is, dan gebruik je vals bewijs. Daarnaast is het andersom ook waar: je zou niet moeten kunnen zeggen dat iets nep is, terwijl de video wél echt is. Pas als je weet of een video echt of nep is, kan je het gebruiken”, zegt ze.

Tijd speelde een beperkende rol in haar onderzoek. “Mijn onderzoek is op basis van kunstmatige intelligentie en daar heb ik extreem veel data voor nodig en dat kost heel veel tijd”, vertelt ze. Ze had haar netwerken nog beter willen trainen, maar ze loopt tegen de grenzen van haar tijdslimiet aan. “Ik ben hier inmiddels aan gewend, zo werkt kunstmatige intelligentie: je traint iets en dan is het wachten tot het klaar is. Dat is soms een paar dagen wachten. Ik heb ermee leren omgaan.” 

Trots

De Vries is trots op de winnaars, maar zeker ook op alle deelnemers van deze eerste NFI Science Fair. “Als hiermee de toon is gezet, dan staat ons volgend jaar een prachtige tweede editie te wachten. Hopelijk is deze dan wel in de hal van het NFI en kunnen we elkaar in het echt ontmoeten.”