‘Een Nationale Forensische Onderzoeksagenda om te verbinden, inspireren en realiseren’

Wat is de komende jaren de behoefte aan forensische onderzoek? Hoe verandert de criminaliteit de komende jaren? En welke technologische ontwikkelingen gaan ons verder vooruit helpen? Wetenschappers vanuit het gehele Nederlandse forensische onderzoeksveld, politiedeskundigen en juridische professionals hebben de krachten gebundeld om met elkaar te bepalen wat er voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek nodig is om het forensisch onderzoeksveld komende jaren relevant te houden. Alles wordt vastgelegd in de Nationale Forensische Onderzoeksagenda (NFOA), die dit voorjaar verschijnt. De agenda geeft in het komende decennium richting aan het forensisch wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

De NFOA is een initiatief van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Co van Ledden Hulsebosch Centrum (CLHC). In de agenda staat straks bijvoorbeeld wat opsporingsdiensten nodig hebben om op een plaats delict zelf meer sporen te analyseren, waardoor minder sporen opgestuurd hoeven te worden naar het lab. Welke kennis en technieken moeten daarvoor ontwikkeld worden? Een ander thema is kunstmatige intelligentie. Welke toepassingen zijn er voor AI in het forensisch onderzoeksveld? Maar ook: hoe kan forensische expertise bijdragen aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit? En welke kennis ontbreekt nog om dit straks in praktijk te brengen?

Eerste ter wereld

Nederland is straks het eerste land met een nationale onderzoeksagenda voor het gehele forensisch veld, zegt Annemieke de Vries, directeur wetenschap en technologie bij het NFI en een van de initiatiefnemers van de nationale onderzoeksagenda. “ENFSI, het Europese netwerk voor forensisch onderzoek heeft een overzicht met prioriteiten voor forensische Research & Development. Maar een strategische agenda waarin we jaren vooruitblikken met het wetenschappelijke veld voor alle forensische onderzoeksgebieden is er niet.” Mede-initiatiefnemer van de onderzoeksagenda Arian van Asten –professor aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en een van de directeuren van het CLHC- vindt dat opmerkelijk: “We zijn altijd goed in signaleren waarin we tekortschieten, maar het is beter om gezamenlijk kansen te identificeren. Waar moeten we verbeteren? Kunnen we nieuwe methoden ontwikkelen? Waarmee gaan we het verschil in de toekomst maken?” Maurice Aalders, net als Van Asten directeur van het CLHC en daarnaast professor bij het Amsterdam UMC, hoopt met de agenda andere landen te inspireren. “De verkenning voor de NFOA gaat over wetenschappelijke disciplines heen. Ook sterrenkunde was bijvoorbeeld aangesloten. Met elkaar kunnen we meer bereiken dan alleen.”

Unieke positie

Nederland heeft een bijzondere positie in de forensische wereld met de vergaande samenwerking tussen praktijk en wetenschap. In Europa zie je dat forensisch onderzoek vaak is georganiseerd dicht tegen de politie aan. “Deze laboratoria zijn bijna altijd alleen uitvoerend. Universiteiten zijn juist weer vooral gericht op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek,” vertelt de Vries. “Nederland heeft een goede mix van beide werelden. De wetenschappelijke onderbouwing is essentieel voor onafhankelijk forensisch onderzoek. Het uitgevoerde forensisch onderzoek moet in de zittingszaal navolgbaar en controleerbaar zijn. Het NFI heeft daarnaast innoveren als een van haar drie kerntaken.” Nederland staat internationaal in het forensisch onderzoeksveld hoog aangeschreven, aldus Aalders. De Vries vult hem aan: “Neem recent het DNA-onderzoek in de zaak waarin een jongeman overleed nadat hij zou zijn geschopt op het Spaanse eiland Mallorca. Het gaat om hoog specialistisch onderzoek, met complexe sporen. Die onderzoeken hadden we niet kunnen doen wanneer we niet jaren geleden hadden geanticipeerd op wetenschappelijke ontwikkelingen. De verbinding tussen wetenschap en praktijk is een vliegwiel voor innovaties. Maar we zullen altijd keuzes moeten maken welke innovaties we ontwikkelen. De NFOA gaat hopen we organisaties in de strafrechtketen inspireren maar ook helpen om zelf richting te geven aan innovatie activiteiten.”

Verbinden van forensisch onderzoeksveld

De Vries ziet de agenda als instrument om de wetenschappers en alle betrokken partijen in het forenisch veld met elkaar te verbinden. “Toen ik vier jaar geleden bij het NFI begon, was er geen strategisch document in mijn lade dat richting gaf aan waar we komende jaren op in moeten zetten. Daarnaast zag ik dat er nog best wel wat te winnen was in de samenwerking met alle organisaties in de strafrechtketen en universiteiten en hogescholen. Het idee voor een nationale onderzoeksagenda ontstond en de samenwerking met het CLHC maakte deze ideeën concreet.” Van Asten vat het waarom van de agenda samen: “We willen met de NFOA het forensisch veld verbinden, inspireren en we willen ook realiseren.”

Inspiratiebron

Voor dat realiseren is financiering nodig. De NFOA omvat alle forensische wetenschappelijke disciplines, uitgezonderd de forensische medische expertise gebieden, waarvoor recent al een onderzoeksagenda is opgesteld. “De Medische onderzoeksagenda was een inspiratiebron voor ons,” zegt Aalders:  “Je ziet dat de subsidies die zijn toegekend voor forensisch medisch onderzoek ook geïnspireerd zijn door die agenda. Het zou mooi zijn als dat voor forensisch onderzoek op andere gebieden straks gebeurt op basis van onze agenda.” Van Asten vult hem aan: “We moeten bij het regelen van financiering voor onze onderzoeksprojecten concurreren met gevestigde onderzoeksgebieden in de bekende natuurwetenschappen zoals fysica, scheikunde en biologie. Forensische wetenschap is een toegepaste wetenschap en we leggen het al snel af tegen de meer fundamentele wetenschap als het om financiering gaat.” De verwachting is dat de agenda in het voorjaar van 2023 zal worden gepresenteerd. “Als deze onderzoeksagenda klaar is, kan deze gebruikt worden om gericht financiering voor de forensische wetenschap in Nederland vorm te geven, nieuwe samenwerkingen te stimuleren en bij te dragen aan het realiseren van een landelijk forensisch netwerk,” aldus van Asten.

Voor een veiliger Nederland

De forensische onderzoeksagenda is zeker geen agenda voor binnen de NFI-muren, zegt De Vries. Voor het maken van de agenda organiseerden het CLHC en het NFI workshops, met hulp van het Lorentz Center, een speciaal workshop centrum voor de wetenschap. De workshops startten vanuit de academische disciplines, zoals Forensische Chemie, Fysica, Biologie. Die werden verbonden met thema’s zoals cybercrime, ondermijning en data science. De opkomst was groot. Van Asten vond het geweldig om te zien hoe de praktijk en de wetenschap in de workshops samen kwamen. “Ik was bij een workshop over mobiele technieken en hoe die de opsporing kunnen helpen. We waren met zijn allen erg gefocust op wat we willen doen, en hoe. We hadden het over technische details. Een politieagent vertelde over hoe hij een echtpaar ontredderd aantrof na een woninginbraak en hoe graag hij de mensen wilde helpen. Het inhoudelijke en technische debat over ‘sneller, beter en meer’ kreeg ineens een heel menselijke maat. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen in ons land. Dat is uiteindelijk wel waar we het met zijn allen voor doen.”