Forensisch antropologen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoeken de identiteit van een persoon aan de hand van lichaamsdelen en botten, en analyseren beschadigingen aan botten.

Biologisch profiel

In de antropologie staat het achterhalen van de identiteit van een levend of overleden persoon centraal. De forensisch antropoloog onderzoekt op verzoek van politie of Openbaar Ministerie lichaamsdelen en (gecremeerde) botten. Aan de hand daarvan stelt hij een biologisch profiel op dat informatie bevat over onder andere het geslacht en de geschatte leeftijd bij overlijden. Ook doet hij onderzoek naar sporen en beschadigingen op botten.

Een voorbeeld: botten in het bos

Een wandelaar belt de politie: hij heeft botten in het bos gevonden. De onderzoekers van de politie gaan naar de plek die de man beschrijft en vragen de forensisch antropoloog van het NFI om ondersteuning. Deze bepaalt het geslacht en schat de leeftijd en lichaamslengte van de persoon van wie de aangetroffen botten zijn. Ook ziet hij beschadigingen op de botten, die naar het NFI gaan voor vervolgonderzoek. Bij het schoonmaken van de botten blijken er ook beschadigingen op de schedel te zitten.

In de antropologie staat het achterhalen van de identiteit van een levend of overleden persoon centraal.

Wat onderzoekt de forensisch antropoloog?

  • Gaat het om menselijke botten?
  • Gaat het om botten van één persoon of van meerdere personen?
  • Gaat het om een man of een vrouw?
  • Wat was de leeftijd en lengte van de persoon bij overlijden?
  • Welke beschadigingen zitten er op de botten en hoe kunnen deze ontstaan zijn?

Om een biologisch profiel op te stellen en om onderzoek te doen naar sporen en beschadigingen op botten gebruikt de forensisch antropoloog in de eerste plaats zijn waarneming. Vorm en grootte van de botten, met name die van het bekken en de schedel, zeggen veel over het geslacht. Beschadigingen bevatten belangrijke aanwijzingen over de mogelijke toedracht van het overlijden.

Om te bepalen of het om een kind of om een volwassene gaat, kijkt de forensisch antropoloog naar de mate van groei en ontwikkeling van het skelet. Een andere methode voor het schatten van de leeftijd is het gebruik van microscopische coupes: flinterdunne schijfjes van bijvoorbeeld een bot die onder de microscoop bekeken kunnen worden. De wortel van een tand bevat bijvoorbeeld een soort jaarringen die vrij nauwkeurig de leeftijd aangeven.

Wat levert het onderzoek op?

  • Het biologisch profiel. Bijvoorbeeld: de in het bos aangetroffen botten zijn van een jongvolwassen man in de leeftijd van 18 tot 22 jaar met een lengte tussen de 1,72 en 1,80 meter.
  • De mogelijke toedracht van de beschadigingen. Bijvoorbeeld: de beschadigingen op de schedel passen bij de verklaring van de verdachte dat hij het slachtoffer met een stomp voorwerp op het hoofd heeft geslagen.