Een forensisch brandonderzoeker onderzoekt de oorzaak van een brand. Die kan technisch van aard zijn, bijvoorbeeld een kapot apparaat, maar een brand kan ook het gevolg zijn van menselijk handelen, zoals het gooien van een molotovcocktail. Chemisch brandonderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) speelt een belangrijke rol bij het verzamelen van bewijs voor brandstichting.

De technisch brandonderzoekers van de politie doen het onderzoek op de plaats van de brand. Ze verzamelen brandresten wanneer ze vermoeden dat de brand is aangestoken en sturen die brandresten naar het NFI voor chemisch brandonderzoek.

Brandversnellend middel

De chemici die het onderzoek uitvoeren, zoeken in de brandresten naar een ontbrandbare vloeistof die als brandversnellend middel de brand kan hebben veroorzaakt of verhevigd. Voorbeelden van brandversnellende middelen zijn spiritus, benzine, terpentine, diesel en petroleum.

Ontbrandbare vloeistoffen bestaan soms wel uit 100 verschillende vluchtige stoffen.

Een voorbeeld: brand in huis

Een gezin wordt ’s nachts wakker door hevige rook. De gang staat in brand; de brand verspreidt zich snel. Ze ontkomen ternauwernood en alarmeren de buren, die de brandweer bellen. Nadat de brand is geblust, zien de brandonderzoekers van de politie dat de brand achter de voordeur het hevigst is geweest. Misschien is er iets door de brievenbus gegooid? De deels verbrande reclamefolders en een op de mat gevonden flesje gaan naar het NFI voor chemisch brandonderzoek.

Welke vragen kan de onderzoeker beantwoorden?

  • Bevatten de brandresten een ontbrandbare vloeistof?
  • Om wat voor vloeistof gaat het?
  • Heeft de vloeistof een zelfde samenstelling als de vloeistof die in het flesje zit?

Brandresten verwarmen

De chemicus maakt gebruik van de eigenschap dat ontbrandbare vloeistoffen bij een bepaalde temperatuur verdampen. Hij verwarmt de brandresten met verpakking en al, en onderzoekt vervolgens met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS) de ontstane damp op vluchtige stoffen. Daarna kijkt hij of er vluchtige stoffen tussen zitten die van een ontbrandbare vloeistof afkomstig zijn.

Vluchtige stoffen

Ontbrandbare vloeistoffen bestaan soms wel uit 100 verschillende vluchtige stoffen. De chemicus zoekt naar alle mogelijke samenstellingen die hij kent, tussen de vluchtige stoffen die uit het verbrandende materiaal zelf zijn vrijgekomen. Hij houdt er bovendien rekening mee dat een deel van de relevante stoffen door de brand verloren is gegaan. Het onderzoek kan een overtuigend ‘ja’ of ‘nee’ als antwoord op de onderzoeksvraag opleveren, maar niet altijd.