De forensisch onderzoeker van biologische sporen en DNA doet onderzoek naar de aanwezigheid van menselijk celmateriaal. Het celmateriaal kan zich bevinden op voorwerpen of personen die mogelijk betrokken zijn bij een misdrijf. Naast het achterhalen van het soort celmateriaal, richt het onderzoek zich op de vraag van wie het afkomstig kan zijn.

Voorbeeld: aangifte van verkrachting

Een vrouw doet aangifte van verkrachting waarop de politie een onderzoek instelt. Om te kunnen onderzoeken of er celmateriaal van de dader of belager is achtergebleven, neemt een arts monsters van het lichaam van de vrouw. Vervolgens onderzoekt het NFI de monsters op biologische sporen. Ook voert het NFI een DNA-onderzoek uit, om de mogelijke donor van de sporen vast te stellen.

Welke vragen kan de onderzoeker beantwoorden?

  • Is er sperma aanwezig in de monsters van het lichaam van het slachtoffer?
  • Is er bloed aanwezig in de monsters van de nagels van het slachtoffer?
  • Van wie kan het aangetroffen sperma en bloed afkomstig zijn?

Welke onderzoeksmethoden gebruikt de onderzoeker?

De onderzoeker maakt in eerste instantie gebruik van het blote oog en forensische lichtbronnen om te kijken of er menselijk celmateriaal aanwezig is.

Door microscopie, biochemische, immunologische tests of RNA-onderzoek, kan hij sporen nader onderzoeken op de aanwezigheid van bijvoorbeeld bloed, sperma of speeksel.

Via DNA-onderzoek stelt hij vast van wie het aangetroffen celmateriaal afkomstig kan zijn. Hij vergelijkt hiertoe de DNA-profielen van de sporen met de DNA-profielen van de slachtoffers en/of verdachten. Ook kan hij met de DNA-profielen zoeken in de DNA-databank.

Wat zijn mogelijke uitkomsten van het onderzoek?

  • Met microscopie zijn spermacellen aangetroffen in de monsters van het lichaam van de vrouw.
  • Een biochemische test toont aan dat één van de monsters van de nagels van de vrouw bloed bevat.
  • DNA-onderzoek wijst uit dat de spermacellen en het bloed afkomstig kunnen zijn van dezelfde man.
  • Het DNA-profiel van de man wordt vergeleken met de DNA-profielen in de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken. Er wordt een ‘match’ gevonden.
  • De aangetroffen spermacellen en het bloed kunnen afkomstig zijn van deze persoon in de DNA-databank.