In grote zaken zijn vaak meerdere disciplines van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) betrokken bij het forensisch onderzoek. De resultaten van al deze verschillende onderzoeken worden doorgaans apart gerapporteerd. Hierdoor is een mogelijke samenhang die tussen deze resultaten bestaat niet inzichtelijk gemaakt en is het voor het onderzoeksteam en de rechter lastig om de forensische puzzel zelf te leggen. Deskundigen op het gebied van interdisciplinair forensisch onderzoek (IDFO) kunnen hierbij helpen door in een overkoepelend rapport de samenhang en gecombineerde bewijskracht inzichtelijk te maken. Voorwaarden voor een IDFO-onderzoek zijn de beschikbaarheid van ten minste twee verschillende scenario’s en bijdragen van meerdere forensische disciplines.

Welke verzoeken krijgt de IDFO-deskundige?

  • Een consult: zijn er in deze zaak mogelijkheden voor het combineren van forensische resultaten van de afzonderlijke onderzoeken?
  • Een interdisciplinaire rapportage: past het totale forensische sporenbeeld beter bij het delictscenario van het Openbaar Ministerie of bij het alternatieve scenario van de verdediging en hoeveel beter dan?

IDFO-deskundigen zorgen dat de aanvrager van het onderzoek een totaalbeeld krijgt van de verschillende onderzoeksresultaten.

Een voorbeeld

Een bejaarde man is in zijn woning overvallen en met duct-tape vastgebonden. De man is met een schaar die in de woning aanwezig was gestoken en aan de gevolgen daarvan overleden. Er is uitgebreid sporenonderzoek gedaan in de woning. Op de plaats delict is onder andere een bebloede schaar aangetroffen. Gegevens van de bankrekening van het slachtoffer tonen aan dat er vlak na het delict gepind is met zijn bankpas. Twee dagen later houdt de politie een verdachte aan. Tijdens een huiszoeking is uit zijn schuur een paar schoenen en een rol duct-tape in beslag genomen.

Forensisch onderzoek aan deze materialen heeft het volgende opgeleverd:

  • Uit een bemonstering van bloed op de bladen van de schaar is een enkelvoudig DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer.
  • Uit een bemonstering (geen bloed) van het handvat van de schaar is een DNA-mengprofiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer en met de verdachte.
  • Er is een overeenkomst gevonden in de samenstelling tussen de rol tape uit de schuur van de verdachte en de tape waarmee het slachtoffer was vastgebonden.
  • Er zijn bloedspatten op de schoenen uit de schuur van de verdachte aangetroffen waarvan het DNA matcht met dat van het slachtoffer.
  • Vergelijkend onderzoek tussen foto’s van het gezicht van de verdachte en de videobeelden van de pinautomaat laat gelijkenissen zien.

Scenario's

Er zijn twee scenario’s aangeleverd voor wat er kan zijn gebeurd:

Scenario OM

De verdachte bond het slachtoffer vast met de rol duct-tape en dwong deze om zijn pincode af te geven. De verdachte stak het slachtoffer vervolgens met de schaar waardoor er bloed op zijn schoenen terecht is gekomen. De verdachte nam de bankpas van het slachtoffer mee en gebruikte dat om geld van de rekening van het slachtoffer te pinnen.

Scenario van de verdediging van de verdachte

Cliënt heeft niets met de overval op de man te maken. Een week geleden was het slachtoffer vlak voor zijn huis op straat gevallen en daardoor gewond geraakt aan zijn knie. Cliënt heeft toen de man zijn woning binnengebracht en zijn knie verbonden. Met de schaar heeft hij het verband geknipt. Waarschijnlijk is tijdens deze eerste hulp bloed van de man op de schoenen van cliënt gevallen. De overeenkomst tussen de stukken tape en mijn rol duct-tape moet op zuiver toeval berusten. Datzelfde geldt voor de gelijkenis met de videobeelden van de pinautomaat. Hij is daar op dat tijdstip niet in de buurt geweest.

De evaluatie

In dergelijke scenario’s worden delictshandelingen en alternatieve handelingen geschetst. Om na te gaan hoe goed de onderzoeksresultaten onderscheid maken tussen deze scenario’s moeten deze op ‘activiteitniveau’ (handelingsniveau) worden geëvalueerd door deskundigen. Bijvoorbeeld op het gebied van biologische sporen en bloedsporen, tapeonderzoek en gezichtsvergelijking. Dat houdt in dat de deskundige niet alleen kijkt naar waar het spoor van afkomstig is, maar ook hoe het spoor ergens terecht kan zijn gekomen. De IDFO-deskundige coördineert dit onderzoek en brengt de afzonderlijke rapportages uiteindelijk onder in één rapport. Hij bespreekt daarin de onderlinge samenhang, de afhankelijkheden en komt uiteindelijk tot één conclusie over de gecombineerde resultaten in het licht van beide scenario’s.

Schematische weergave van de relaties tussen de verdachte en de handelingen in het delictsscenario. De zwarte lijnen zijn verbanden op basis van informatie in de zaak, de blauwe lijnen op basis van forensisch onderzoek. De dikte van de lijnen is een maat voor de door de deskundigen gerapporteerde bewijskracht op het activiteitniveau.

De IDFO conclusie in deze zaak zou als volgt kunnen luiden:

De combinatie van alle forensische onderzoeksresultaten is zeer veel waarschijnlijker wanneer het scenario van het OM waar is, dan wanneer het scenario van de verdediging waar is.

Wat levert interdisciplinair forensisch onderzoek op?

  • Een gecoördineerde interdisciplinaire evaluatie op het activiteitniveau
  • Inzicht in de bewijskracht van de afzonderlijke onderzoeksresultaten op het activiteitniveau
  • Inzicht in de samenhang tussen de verschillende forensische onderzoeksresultaten
  • Inzicht in de mogelijke afhankelijkheden tussen de verschillende forensische onderzoeksresultaten
  • Een interdisciplinaire conclusie waarin de resultaten van de verschillende onderzoeken waar mogelijk worden gecombineerd

Voor meer informatie over IDFO verwijs ik u naar onze vakbijlage of kunt u contact opnemen met Jan de Koeijer (06-48131866).