Bij het schieten met een vuurwapen komen schotresten vrij. Deze kunnen terecht komen op de schutter, het slachtoffer en andere personen in de buurt. De schotrestenonderzoeker van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoekt de aanwezigheid, verspreiding en samenstelling van schotresten om het schietincident te kunnen reconstrueren.

Een voorbeeld: ijskoude liquidatie?

Na een anoniem telefoontje treft de politie een slachtoffer aan van een misdrijf dat lijkt op een schietincident. De buren hebben eerder die avond een rode auto zien wegrijden. Twee uur later houdt de politie de eigenaar van de auto en zijn broer aan. De politie bemonstert hun handen en neemt de kleding van de mannen in beslag.

In de nabije omgeving van de woning van het slachtoffer vindt de politie een revolver met daarin vier verschoten hulzen. De kleding van het slachtoffer met daarin beschadigingen wordt in beslag genomen voor nader onderzoek. Tijdens de sectie vindt de patholoog van het NFI twee kogels in het lichaam van het slachtoffer.

De deskundige bekijkt met een operatiemicroscoop de beschadigingen in de kleding van het slachtoffer en bemonstert deze voor een vergelijkend onderzoek van schotresten.

Welke vragen heeft de politie?

  • Zijn er aanwijzingen dat de verdachten betrokken zijn geweest bij het schietincident?
  • Is het slachtoffer van voren of van achter beschoten?
  • Wat was de schootsafstand?

Minuscule deeltjes

Met elektronenmicroscopie (SEM) in combinatie met energie dispersieve röntgenspectroscopie (EDS) worden de bemonsteringen van de handen en de kleding van de verdachten onderzocht. Met deze techniek worden de minuscule deeltjes op de bemonsteringen in kaart gebracht en de elementsamenstellingen van deze deeltjes bepaald.

De deskundige bekijkt met een operatiemicroscoop de beschadigingen in de kleding van het slachtoffer en bemonstert deze voor een vergelijkend onderzoek van schotresten. Het gebruik van kleurreagentia en microchemische testreacties zorgt voor verkleuringen waardoor sporenbeelden zichtbaar worden. Deze sporenbeelden kan hij vergelijken met de NFI-database of met een proefschotenserie van een wapen dat is gevonden.

Korte schootsafstand

Uit het onderzoek blijkt dat de broer schotresten op zijn handen heeft. Deze lijken sterk op de schotresten die zijn aangetroffen in de hulzen én op de kleding van het slachtoffer. Er komen nog meer aanwijzingen voor zijn betrokkenheid, door de resultaten van DNA-, en wapen- en munitieonderzoek.

Uiteindelijk verklaart de broer het slachtoffer vanaf enkele meters in de tuin te hebben neergeschoten. Het blijkt echter dat de resultaten van het onderzoek aan de kleding van het slachtoffer het beste bij een schootsafstand van minder dan 10 centimeter passen. Nieuwe tactische informatie wijst op een ijskoude liquidatie. Een scenario dat op basis van aanvullend reconstructieonderzoek aan andere schotbeschadigingen in de woning bevestigd lijkt te worden.

Schotresten neutraal totaal