Onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoeken bij vergelijkend chemisch materiaalonderzoek of er een verband is tussen materialen (zoals tape, glas, papier of kogels) die bijvoorbeeld op de plaats van een misdrijf zijn gevonden, en materialen die bij een verdachte in beslag zijn genomen. Dat doen ze door de materialen tot in de kleinste chemische details met elkaar te vergelijken.

Een voorbeeld: geknevelde bewoners

Bij een overval op een woning worden de bewoners in hun huiskamer gekneveld met duct-tape. In de huiskamer vinden rechercheurs een papieren zakdoekje. Korte tijd later houdt de politie een verdachte aan. De politie vindt in zijn woning een rol duct-tape en in zijn broekzak een pakje zakdoeken. De rol tape en het pakje zakdoeken worden naar het NFI gestuurd voor een vergelijkend chemisch onderzoek.

Dat doen de NFI-onderzoekers door de materialen tot in de kleinste chemische details met elkaar te vergelijken.

Welke vragen kan de onderzoeker onder andere beantwoorden?

  • Kan het duct-tape waarmee het slachtoffer is gekneveld afkomstig zijn van de rol duct-tape die is aangetroffen bij de verdachte?
  • Kan het papieren zakdoekje in de huiskamer afkomstig zijn uit het pakje zakdoekjes van de verdachte?

Geavanceerde methodes

Voor het chemisch vergelijkend onderzoek beschikken de NFI-onderzoekers over geavanceerde instrumenten en methodes waarmee de chemische eigenschappen van een materiaal tot in de kleinste details kunnen worden gemeten. Dit gebeurt met LA-ICPMS (laser ablatie-inductief gekoppeld plasmamassaspectrometrie) en IRMS (isotoopratio massaspectrometrie). Deze combinatie van analysetechnieken is slechts bij enkele forensische laboratoria in de wereld aanwezig.

Met deze technieken meten de onderzoekers chemische eigenschappen van materialen die worden veroorzaakt door kleine variaties in grondstoffen en het productieproces. Op deze manier wordt bepaald of materialen uit eenzelfde productieserie afkomstig kunnen zijn.

Wat zijn mogelijke uitkomsten van het onderzoek?

Wanneer materialen duidelijk verschillen in de chemische eigenschappen, kan een gemeenschappelijke bron van de materialen (zoals bijvoorbeeld één rol duct-tape) worden uitgesloten.

Wanneer er een overeenkomst wordt gevonden in chemische eigenschappen van de materialen, dan is dat een indicatie voor een mogelijk verband. Tijdens het politieonderzoek kan deze uitkomst belangrijke informatie zijn om het onderzoek in een bepaalde richting voort te zetten.

Als de overeenkomst tijdens een rechtszaak als bewijs wordt gebruikt, moet de sterkte van de overeenkomst nader worden bepaald. Dit gebeurt door de gevonden overeenkomst te vergelijken met overeenkomsten en verschillen in een verzameling van soortgelijke materialen. Dit levert dan een bewijswaarde op.