Om de identiteit van een onbekende dode (NN'er, of nomen nescio) die op een begraafplaats is begraven, te kunnen achterhalen, kan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) verschillende onderzoeken uitvoeren. Het opgraven van een stoffelijk overschot door een forensisch archeoloog, het onderzoeken daarvan door een forensisch antropoloog, het bepalen van een DNA-profiel voor opname in de DNA-databank voor vermiste personen, en isotopenonderzoek. 

De identificatie vindt plaats in opdracht van de burgemeester van de gemeente waar de onbekende dode is begraven. In overleg met de Landelijke Eenheid (voorheen het Korps Landelijke Politiediensten, KLPD), wordt er bepaald welke onderzoeken moeten worden uitgevoerd.

De identificatie vindt plaats in opdracht van de burgemeester van de gemeente waar de onbekende dode is begraven.

Een voorbeeld: een onbekende dode op een begraafplaats

Op een begraafplaats wordt het graf geruimd waarin ooit een onbekende drenkeling is begraven. De politie opent in samenwerking met het NFI het graf. Een forensisch archeoloog assisteert bij de opgraving, een forensisch antropoloog onderzoekt in een mobiele sectiekamer de stoffelijke resten en legt bijzondere kenmerken (zoals bijvoorbeeld tatoeages), geslacht en lengte vast. Ook wordt er DNA-materiaal veiliggesteld uit een dijbeen en het gebit, en materiaal voor een isotopenonderzoek.

Wat levert het onderzoek op?

Het onderzoek levert een 'biologisch profiel' op, waarin lengte en leeftijd van de onbekende dode zijn vastgelegd. Daarnaast worden alle bijzonderheden die tijdens het onderzoek van het stoffelijk overschot zijn gevonden, gedocumenteerd. Aan de hand van isotopenonderzoek kan meer duidelijk worden over de geografische herkomst van de overledene. Er wordt een DNA-profiel gemaakt, dat wordt vergeleken met DNA-profielen in de DNA-databank voor vermiste personen.

Op deze manier is de kans groter dat de onbekende dode kan worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld doordat iemand met deze kenmerken ooit als vermist is opgegeven, of doordat het DNA-profiel van de onbekende dode matcht met het profiel van (een familielid van) een vermiste persoon in de DNA-databank voor vermiste personen.