Jaarbericht: NFI investeert in complexe zaken en voortschrijdende automatisering

Er kan steeds meer met minder sporenmateriaal en de vraag naar forensisch onderzoek groeit. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is een (inter)nationaal toonaangevend kennis- en expertisecentrum op het gebied van forensisch onderzoek. Afgelopen jaar was zwaar voor het NFI vanwege een tekort aan financiële middelen. Hierdoor kon het NFI minder bijdragen leveren aan onderzoeken van politie en het Openbaar Ministerie (OM). Voor dit jaar zijn er extra financiële middelen toegezegd, zodat het NFI – naast de nodige investeringen in de ICT- tegemoet kan komen aan de groeiende vraag naar (complex) forensisch zaakwerk én toekomstbestendig kan blijven. Hiertoe investeren we in (inter)nationale samenwerking, diverse innovaties, verdergaande automatisering, digitalisering en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. 

Het NFI adviseert politie en OM over het verzamelen van sporen op een plaats delict, doet forensisch-technisch onderzoek aan de sporen en rapporteert hierover aan politie, OM en de Rechtspraak. Daarnaast deelt het NFI haar kennis met de politie, het OM en de Rechtspraak, bijvoorbeeld via onderwijs en doet het onderzoek en innovaties (R&D) om klaar te staan voor de forensische vraag van morgen. Het instituut zorgt ervoor dat onderzoek richtinggevend is in de opsporing en bewijswaardig in de vervolging. Het forensisch onderzoek wordt met meer duiding, hogere snelheid en in grotere volumes effectiever en efficiënter uitgevoerd. Met name automatisering en digitalisering bieden daartoe volop kansen. Daarnaast investeert het NFI in het beantwoorden van steeds complexere vragen van politie en OM. We halen door continue innovaties steeds meer informatie uit steeds minder sporenmateriaal. Naast de onderzoeken voor de Rechtspraak, het OM en de politie voert het NFI ook (internationale) opdrachten uit voor bijvoorbeeld de IND, Justid en de Verenigde Naties (VN).

Om in de toenemende vraag naar forensisch onderzoek te voorzien, zal het NFI volgens de visie op forensische opsporing de komende jaren meer (eenvoudig) forensisch onderzoek gaan overdragen aan de politie en aan verschillende marktpartijen. Toch zal het NFI voor alle relevante forensische expertisegebieden zelf een basisproductie behouden. Dat is van belang om de kennis op deze gebieden te borgen, om een basisproductie voor OM en politie te allen tijde te kunnen garanderen, om de accreditatie te behouden en om op de betreffende deskundigheidsgebieden door te ontwikkelen, te automatiseren en te innoveren.

Terugblik

Het afgelopen jaar moest het NFI de broekriem aanhalen. Een aantal investeringen in de ICT en laboratoriumapparatuur kon het instituut niet langer uitstellen. Het gevolg daarvan was dat het NFI het afgelopen jaar iets minder capaciteit kon leveren voor bijdrages aan onderzoeken voor de Rechtspraak, de politie en het OM. Ook de uren die het NFI kon besteden aan Research en Development  (R&D) en het geven van onderwijs liepen naar rato iets terug. Deze afspraken worden vastgelegd in het Service Level Agreement (SLA). Door het tijdig signaleren en bijsturen, is het ‘t NFI gelukt om niet in de rode financiële cijfers te belanden.

De keerzijde is dat door de afname in capaciteit, de werkvoorraden juist iets toenamen. Het aantal zaken dat het NFI op de afgesproken tijd aan politie en OM leverde, nam iets af, naar 88 procent van de zaken. “Dat doet pijn”, zegt Algemeen Directeur Marc Elsensohn. “De snelle beschikbaarheid van betrouwbare forensische onderzoeksresultaten is van groot belang voor de opsporing. We zien dat percentage natuurlijk het liefst op 100 procent.” Ondanks de financiële tegenvallers, heeft het NFI afgelopen jaar op de ‘3-D’s’, de hoofdgebieden DNA, digitaal en drugs (Verdovende Middelen) samen met politie en OM toch belangrijke stappen kunnen zetten.

DNA

Het NFI heeft dit jaar met DNA-onderzoek een bijdrage geleverd aan meer dan 50.000 strafrechtelijke onderzoeken. Er zijn bij de afdeling Biologische Sporenmeer dan 100.000 sporen onderzocht. Door te investeren in automatisering van de eenvoudigere processen, kon het NFI meer complexe DNA-onderzoeken uitvoeren dan in 2020. Naast de toename van het reguliere complexe onderzoek, verdubbelde in 2021 het aantal ingewikkelde onderzoeken met relatief nieuwe methodes zoals MPS en RNA. De (door)ontwikkeling van de software DNAxs kunnen inmiddels grote hoeveelheden DNA-gegevens tussen zaken vergeleken worden en dus zaken met elkaar in verband worden gebracht. Daarmee kunnen op verzoek van het OM en politie criminele netwerken inzichtelijker worden gemaakt.

Het NFI heeft daarnaast het afgelopen jaar als eerste forensisch instituut ter wereld het DNA-proces van begin tot eind geautomatiseerd. Dit proces wordt nu in een pilot met de politie beproefd en kan na opschaling van de pilot, jaarlijks voor tienduizenden sporen binnen drie dagen een rapport opleveren voor bij de politie en het OM, tegen lage kosten. Dit past in de visie van het NFI dat structurele en groeiende versnelling en capaciteitstoename het best bereikt kan worden door automatisering en digitalisering. De visitatiecommissie noemde deze Rotterdamse proeftuin met de naam ‘Snelle identificatie-lijn’ (Snelle ID-lijn) in haar derde en laatste rapportveelbelovend’. Ze benadrukte dat de capaciteit van de snelle ID-lijn in Rotterdam zodanig is, dat verdere opschaling landelijk snel mogelijk is. Komend jaar wordt gekeken of deze pilot bij politie en OM uitgebreid kan worden.

OM, politie en het NFI werken daarnaast met een marktpartij samen in de proeftuin ‘de snelle DNA-straat’ in Limburg. Daar kijken de partijen hoe ze het forensisch onderzoek kunnen versnellen door het vereenvoudigen van het logistieke en administratieve proces bij de politie door het inzetten van forensisch onderzoek door een marktpartij in de regio.

In samenwerking met private laboratoria heeft het NFI daarnaast het DNA-portaal ontwikkeld, dat een veilige, geautomatiseerde manier biedt om DNA-profielen van private labs snel in de DNA-databank van het NFI op te nemen.

Digitaal

Het NFI voerde afgelopen jaar ook belangrijke innovaties door bij het digitaal forensisch onderzoek. Van het openbreken van telefoons, tot het toepassen van Artificial Intelligence (AI) bij analyses van in beslag genomen materiaal zoals chatberichten, foto’s, video’s en geluidopnames. Het is het NFI bovendien als eerste gelukt om de gecodeerde rijgegevens die het automerk Tesla opslaat in haar auto’s, uit te lezen, te vertalen én te publiceren, zodat analisten van verkeersongevallen overal ter wereld ook van die informatie kunnen profiteren. Dit helpt de waarheidsvinding na ongevallen, maar in voorkomende gevallen, ook in (andere) strafzaken.

Het voorbeeld van Tesla geeft aan dat de samenleving steeds verder digitaliseert: auto’s zijn steeds meer computers op wielen. Het NFI bouwde een computermodel, dat ‘live’ chatberichten kan doorzoeken op drugstransporten of op handen zijnde liquidaties. Hiermee zijn moorden en mishandelingen voorkomen en drugstransporten onderschept. Successen zoals Encrochat en SkyECC, die de onderlinge communicatie van criminele groepen inzichtelijk maakten, leveren ook veel meer werk op door extra analyses. Maar ook door de toenemende vraag aan verstrekkingen en inzage door de advocatuur.

De digitale zoekmachine Hansken van het NFI is een onmisbaar instrument geworden om grote hoeveelheden in beslag genomen data te analyseren. De toepassing wordt inmiddels internationaal door steeds meer opsporingsinstanties gebruikt. Internationaal wordt er samengewerkt om Hansken verder te ontwikkelen, in de zogenoemde de Hansken community. De community faciliteert ook alle gebruikers met opleidingsmateriaal om de digitale vaardigheden op peil te houden, in de Hansken Academy. In dat kader gebruikt de Hogeschool Leiden Hansken ook om studenten op te leiden voor het grootschalig analyseren van digitaal materiaal.

Drugs en wapens

De politie en het NFI hebben in 2021 geïnvesteerd in de noodzakelijke vernieuwing en uitbreiding van het ballistisch systeem (IBIS). Hierdoor kunnen politie en NFI meer en sneller onderzoek doen naar vuurwapens. Het systeem identificeert en vergelijkt hulzen en kogels. Dit maakt het mogelijk om te achterhalen of een vuurwapen betrokken was bij een (eerder) schietincident. Het NFI heeft in samenwerking met de politie en het OM het drugs analyse systeem NFiDENT zo aangepast dat het in de regio nog meer verschillende soorten drugs automatisch kan identificeren. De politie ontvangt met NFiDENT al binnen 24-uur het deskundigenrapport van het NFI. Het is een succesvol voorbeeld van remote forensics, dankzij gebruiksvriendelijker analyseapparatuur. Hiermee worden onderzoeksmethoden die voorheen alleen binnen zeer geavanceerde laboratoria beschikbaar waren, ook daarbuiten toegankelijk. De drugs hoeven niet naar het NFI te worden gebracht. Dit bespaart tijd en geld. 

Medisch

In de zoektocht naar vermoorde, vermiste personen die vermoedelijk ergens onder de grond begraven zijn, is het afgelopen jaar een nieuw specialistisch team en kenniscentrum opgericht: het Landelijk Team Opsporen, Bergen en Identificeren (LTOBI). Binnen dit team werken diverse expertises van de Dienst Specialistische Operaties (DSO) van de Landelijke Eenheid (LE) samen met de deskundigen van het NFI. Iedere zoekspecialist kijkt vanuit de eigen kennis en ervaring naar (oude) vermissingzaken.

Het team van forensisch pathologen is sinds dit jaar weer op volledige sterkte. Er is wel een tekort aan forensisch artsen in Nederland en ook het NFI heeft hier helaas mee te maken. Het NFI beschikt over slechts de helft van het aantal benodigde forensisch artsen. Hierdoor zijn de wachttijden in complexe kindermishandelingszaken opgelopen. Ook het doen van acute zedenonderzoeken bij minderjarigen staat hierdoor onder druk. Met behulp van een marktpartij zal deze problematiek in 2022 worden aangepakt.

“Al jaren is er een stijgende lijn in het aantal acute zedenzaken met minderjarigen. Het NFI voerde afgelopen jaar circa 200 onderzoeken uit, een verdubbeling vergeleken met vijf jaar geleden,” vertelt Elsensohn. De onderzoeken vinden altijd plaats in één van de zestien Centra Seksueel Geweld (CSG), zodat slachtoffers van zedenzaken in de eigen regio kunnen blijven. “Dat is in het belang van de slachtoffers. Het is daarnaast voor de kwaliteit van het sporenonderzoek belangrijk dat de onderzoeken zo snel mogelijk plaatsvinden,” legt Elsensohn uit. “Met veel inspanning is jarenlang door een klein team de landelijke dekking gegarandeerd. De geneeskundigen waren zeven dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar om het hele land door te rijden om slachtoffers te onderzoeken. Door het vertrek van enkele forensische artsen is dat niet langer op deze manier mogelijk. De artsen van het NFI zullen zich concentreren op kindermishandelingszaken, terwijl voor de acute zedenzaken bij minderjarigen ondersteuning is gevonden van een marktpartij. Het NFI zal daarmee minder zedenzaken zelf gaan doen en de externe partij met advies bij staan.

IV

Het NFI wil de IV (informatievoorziening) in vier jaar tijd structureel toekomstbestendig gaan maken. Het vervangen van functionaliteiten van het zaakregistratiesysteem Promis is begonnen en de infrastructuur wordt stapsgewijs vormgegeven. Ook is gestart met de realisatiefase van het ‘programma Effectieve IV-keten FO’ voor het versnellen en toekomstbestendig maken van de informatievoorziening (IV) binnen de forensische keten.

Daarnaast wordt gewerkt aan het duurzaam informatie sneller en slimmer uit te wisselen met politie en OM. In 2022 wordt doorgewerkt aan het toekomstbestendig maken van de IV. De IV-vernieuwing ondersteunt het multidisciplinaire forensische onderzoek en zorgt ervoor dat de forensische data en informatie snel en uitgebreider uitgewisseld kunnen gaan worden met politie en OM. Door in te zetten op het digitaal, vertrouwd en beveiligd ontsluiten van relevante data, wordt een mooie stap gezet in de richting van ‘ketenbrede forensic intelligence’. De beschikbaarheid van onderzoekdata en het gebruik van artificial intelligence spelen een steeds belangrijkere rol in het forensisch onderzoek.

Vooruitblik

Elsensohn is opgelucht dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid het NFI eind 2021 heeft laten weten dat de financiële middelen vanaf 2022 worden aangevuld om de productie te herstellen tot het niveau van 2020. Om deze productie te realiseren, is het NFI nieuwe krachten aan het werven en opleiden op de benodigde deskundigheidsgebieden. Daarnaast komt er in 2022 elf miljoen euro extra beschikbaar voor de forensische keten uit ondermijningsgelden. In de toekomst loopt dit op tot 30 miljoen. Voor dit jaar ontvangt het NFI uit deze elf miljoen ruim anderhalf miljoen voor meer digitaal onderzoek en het doorontwikkelen van het DNA-portal, waarmee DNA-profielen van private laboratoria bij de DNA-databank kunnen komen. 

Innovatie

Innovatie is geen doel op zich maar een noodzakelijk middel om relevant te blijven en bij te dragen aan een veiliger samenleving. Zoals bijvoorbeeld het herkennen van deepfakes en het ontsleutelen van de nieuwste cryptotelefoons. Innovaties zijn belangrijk om te zorgen dat de keten nu en in de toekomst kan blijven beschikken over onderzoek op het gewenste en vereiste niveau. Het NFI vindt het belangrijk om met politie en OM ook gezamenlijk in te zetten op innovatie, naast het meer op de praktijk gerichte onderzoek in de pilotprojecten (proeftuinen) die nu al lopen. In 2022 wil het NFI samen met OM en politie een Strategische Kennis en Innovatie Agenda van de keten (SKIA) opstellen, die de komende jaren richting zal geven aan de gezamenlijke innovatie activiteiten, waardoor innovaties van politie, OM en NFI beter op elkaar aansluiten en elkaar gaan versterken.

Intensiveren Multidisciplinaire Samenwerking

Het NFI pakt steeds meer zaken op waarin verschillende forensische deskundigheidsgebieden samenwerken. Het NFI heeft meer dan dertig verschillende disciplines onder één dak. Door de verschillende deskundigheidsgebieden nauwer samen te laten werken kan niet alleen meer relevante informatie uit een spoor worden gehaald, maar kan ook doelmatiger en sneller tot resultaten worden gekomen. Het resultaat is bij multidisciplinair onderzoek dus meer dan de som der delen. Het draagt onder andere bij aan een snelle en grondige aanpak van het toenemende aantal steekincidenten en bedreigingen. Om aan deze multidisciplinaire aanpak een verdere kwaliteits- en snelheidsimpuls te geven, zullen bestaande laboratoria bij het NFI aangepast worden tot multidisciplinaire laboratoria. Hierdoor kan een voorwerp, zoals een mes of kledingstuk, nagenoeg tegelijkertijd door meerdere disciplines van het NFI onderzocht worden. Voor het Strategisch Forensisch Onderzoeksprogramma (SFON) zoekt het NFI samenwerking met andere forensische instituten en universiteiten in binnen- en buitenland, zoals bijvoorbeeld met de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam (UvA). Het NFI en de UvA hebben de handen ineengeslagen om gezamenlijk onderzoek te doen naar de toepassing van Artificial Intelligence in forensische bewijsvoering. Het NFI neemt met TNO en de UvA ook deel aan het Europese project INHERIT (INHibitors, Explosives and pRecursors InvesTigation), waarbij veertien partners uit negen verschillende landen de handen ineen slaan in de strijd tegen terroristische aanslagen met bommen.

Aanpak ondermijning

Het NFI moet meegroeien en zich aanpassen om -naast het reguliere forensische onderzoek- een structurele en grotere bijdrage te kunnen leveren aan de versterking van de bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

Het NFI kan als (inter)nationaal erkend forensisch topinstituut en kenniscentrum een bijdrage leveren door sporenonderzoek, de data die hierbij wordt verzameld, de ervaring, kennis en het internationale netwerk waarin het NFI zich begeeft. Maar zeker ook door de ervaring met grote programma's zoals de digitale zoekmachine Hansken, Chemische- Biologische, Radiologisch en Nucleaire (CBRN) aanslagmiddelen en het beheren van kennissystemen als ballistisch onderzoek systeem IBIS voor vuurwapenonderzoek, het Bomdatasysteem en NFiDENT. Ook de ontwikkeling van de software DNAxs is relevant voor sneller, geautomatiseerd DNA onderzoek.

“Het NFI focust op de ontwikkeling van innovatieve technologieën en forensic intelligence,” vertelt directeur Wetenschap en Technologie van het NFI, Annemieke de Vries. Forensic intelligence is behalve het gericht inzetten van forensische kennis, ook het kwantitatief en kwalitatief analyseren van data om betekenisvolle patronen van een criminele organisatie te identificeren.”Het NFI verbetert en versnelt daarnaast door slim gebruik van technologie nu het eigen forensische onderzoek. Neem bijvoorbeeld het automatiseren van het DNA-proces van A tot Z, en de inzet van AI technologie voor vergelijkend spraak- en beeldonderzoek. In de toekomst wil het NFI samen met opsporingsdiensten, Politie, het OM en de Rechtspraak meer investeren in forensic intelligence.” Forensic Intelligence kan worden ingezet bij opsporing en vervolging, maar ook bij het verstoren van criminaliteit en het voorkomen van criminaliteit, aldus De Vries. ‘Zoals het model dat het NFI bouwde om levensbedreigende berichten uit grote hoeveelheden data te filteren. Ondersteund door computers en AI kan het NFI met data een belangrijke bijdrage leveren aan de gezamenlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit.”

Het NFI is voor de uitvoering van de plannen afhankelijk van de toekenning van de extra financiële middelen die hiervoor door het kabinet beschikbaar zijn gesteld.

Robuuste organisatie

De visitatiecommissie concludeerde in haar laatste rapport dat het NFI op het gebied van bedrijfscultuur weer een gezonde organisatie is. Er is echter ook nog werk aan de winkel -zoals in elke organisatie- maar het NFI heeft de lijn naar boven te pakken. Veel aanbevelingen zijn inmiddels volledig opgevolgd. Een aantal aanbevelingen moet nog verdere opvolging krijgen door het NFI of door het departement, politie en OM.

Het NFI kampt nog met onzekerheden richting de toekomst. Eén onzekerheid is het meerjarige budgettaire kader. De visitatiecommissie signaleerde dat die belemmerend voor de verdere verbeteropgave van het NFI kan zijn. Het NFI werkt in 2022 aan de implementatie van nieuwe wet- en regelgeving. Dit betreft onder meer de implementatie van de Algemene Verordening Gegegenbescherming (AVG), Wet open overheid (Woo) en Werk Aan Uitvoering (WAU). Het NFI streeft ernaar eind 2022 compliant te zijn voor wat betreft de AVG, met uitzondering van Bewaren & Vernietigen, waarvoor dat op die termijn nog niet mogelijk is. Het NFI heeft geen formele bewaarfunctie en is voor informatie over welke sporen bewaard moeten worden of vernietigd, afhankelijk van beslissingen door politie en OM. Voor de implementatie en uitvoering van de Woo wordt gezocht naar financiële middelen.

Ketensamenwerking en het uitbesteden van onderzoek

De vraag naar forensisch onderzoek is al jaren groter dan het aanbod. De onzekerheden rondom het meerjarige budgettaire kader in relatie tot de gewenste taakuitvoering hebben hun weerslag gehad op de samenwerking tussen NFI, politie en OM, signaleerde de visitatiecommissie. De commissie vraagt aandacht voor het verbeteren van die samenwerking. Dat doet zij bij alle partners, want samenwerken is iets tussen meerdere partijen en dat kan je niet alleen. Het NFI zet daar vol op in.

Het is daarnaast belangrijk dat het NFI, de politie en het OM gezamenlijk de visie op forensisch onderzoek gaan invullen, waarvan de kern is:

  • De visie gaat uit van het NFI als topinstituut en het (kennis)centrum van het forensisch onderzoek.
  • Het aanbod en de snelheid van forensisch onderzoek worden vergroot.
  • Veel voorkomend onderzoek waarvan de uitvoering door de politie een positief effect heeft op de keten, kan door het NFI worden overgedragen aan politielaboratoria.
  • Er komt een apart budget voor forensisch onderzoek door (semi-) private aanbieders, waar deze een andere combinatie bieden van snelheid, prijs en diepgang dan het NFI.
  • Op expertisegebieden waar onderzoek wordt uitbesteed behoudt het NFI in ieder geval een vaste basisproductie.
  • De capaciteit die vrijkomt bij het NFI door de overdracht wordt ingezet op intensivering van het (complexe) onderzoek dat bij het NFI blijft, zodat het NFI op de gebieden kan blijven excelleren.
  • Processen, budgetten en IT-systemen worden in de keten op elkaar aangepast om tot grotere effectiviteit te komen.

Het NFI ziet mogelijkheden voor verbetering van de intake van forensisch onderzoek en opleiding. Dit krijgt vorm in de ontwikkeling van het ‘Voorportaal’, de centrale plaats waar vraag en aanbod van forensisch onderzoek en opleiding samenkomen. De bedoeling is dat het Voorportaal straks het primaire contactpunt wordt voor politie en OM voor het aanvragen van onderzoek, het krijgen van het advies of voor het volgen van een opleiding. Het NFI investeert daarmee actief in een betere relatie met de politie en het OM. Het NFI investeert in robuustheid, het toekomstbestendig maken van het instituut, zodat Nederland kan blijven beschikken over de beste forensische onderzoeken voor een veiliger samenleving.