Is iemand een natuurlijke dood gestorven of is iemand vergiftigd? Soms rijzen de vermoedens van een mogelijk misdrijf pas ver na het overlijden, of wordt een overledene pas weken later gevonden. Wat kun je dan nog terugvinden in het bloed? NFI-toxicoloog Rogier van der Hulst deed de afgelopen jaren onderzoek naar de verdeling van morfine in het menselijk lichaam na overlijden. Van der Hulst: “Deze onderzoeksresultaten kunnen helpen bij het oplossen van moordzaken waarbij morfine of morfine-achtige pijnstillers een rol spelen. Maar ze geven ook inzicht in de factoren die invloed hebben op andere stoffen in het lichaam na overlijden.”
Beeld: NFI
Onderzoekslocatie ARISTA
Het promotieonderzoek vond plaats op een bijzondere plek: op een begraafplaats naast de kliniek van Amsterdam UMC waar wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt naar ontbinding. Het gaat om de tafonomische onderzoekslocatie ARISTA, wat staat voor Amsterdam Research Initiative for Sub-Surface Taphonomy and Anthropology. Hier worden mensen begraven die hun lichaam na overlijden beschikbaar hebben gesteld voor wetenschappelijk onderzoek. Van der Hulst: “Het is heel bijzonder dat er mensen zijn die ik mocht onderzoeken na hun dood. Dat is niet niks. We zijn dan ook heel respectvol en zorgvuldig te werk gegaan. Het klinkt misschien als een vrij luguber onderzoek, maar we doen het uiteindelijk voor mogelijke slachtoffers van een misdrijf: wij vertellen het verhaal dat zij zelf niet meer kunnen vertellen.”
Uniek onderzoek
De wetenschappelijke post-mortem toxicologische onderzoeken die tot nu toe zijn gedaan in mensen, vonden meestal plaats binnen een week na overlijden. In het onderzoek van Van der Hulst werden monsters genomen 24 uur, 48 uur en 13 weken na het overlijden. Van der Hulst: “Dat is niet eerder gedaan. Het volgen van een stof over meerdere tijdstippen in één persoon is uniek en geeft waardevolle informatie in zaken waarbij overleden personen laat worden ontdekt, zoals bijvoorbeeld mensen die lang in huis of buiten hebben gelegen, of bij opgravingen”. Van der Hulst: “De resultaten van het onderzoek zijn verrassend: zo blijkt bijvoorbeeld dat spierweefsel en hersenweefsel dertien weken na overlijden een goed alternatief vormen voor bloed bij toxicologische onderzoek.”
Morfine
De toxicologische processen na overlijden zijn complex en er is nog veel onbekend. De vijf overleden personen die zijn onderzocht, hadden vanwege pijnbestrijding morfine op recept gebruikt voorafgaand aan hun overlijden. Andere pijnstillers, zoals oxycodon, lijken op morfine qua structuur. Van der Hulst: “Door de concentratie van morfine in deze personen over langere tijd te volgen op meerdere plekken in het lichaam, kregen we beter inzicht in de postmortale verdeling: wat gebeurt er in het lichaam met dit soort stoffen en hoe veranderen de concentraties in de loop van de tijd? Stijgen deze, dalen deze of blijven ze stabiel? Als je de concentratie ten tijde van overlijden beter kunt inschatten, kun je ook met grotere zekerheid bepalen of er tijdens het overlijden sprake was van vergiftiging.”
Multidisciplinaire aanpak
Vijf jaar geleden startte van der Hulst dit onderzoek samen met Roelof-Jan Oostra, oprichter en directeur van ARISTA en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), en Daan Touw, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bij het onderzoek waren meerdere kennisgebieden van het NFI betrokken. Forensisch archeologen hielpen om de lichamen goed te begraven en een forensisch patholoog verrichtte de secties en zorgde voor de uitname van monsters van veel verschillende lichaamsweefsels, waaronder bloed, spierweefsel en glasvocht (oogvocht). Ook collega’s van team Niet-humane Biologische Sporen (NHBS) deden onderzoek, naar bacteriegroei in het lichaam en de bodem.
Beeld: NFI
Van der Hulst labelt uitgenomen monsters
Toxicologisch vervolgonderzoek bij het NFI
Team Toxicologie van het NFI doet onderzoek in opdracht van de politie of het Openbaar Ministerie (OM). In de meeste gevallen gaat het om de vraag: welke stoffen zitten er in dit bloed en wat heeft dat voor effect gehad op die persoon? Van der Hulst: “Het doen van state-of-the-art onderzoek en het uitbreiden van de mogelijkheden van de forensische toxicologie: dat is mijn drijfveer en dat van ons hele team.” Dit onderzoek krijgt dan ook nog een vervolg. “We starten volgend jaar met een vervolgonderzoek om de resultaten van dit onderzoek te valideren en uit te breiden. Dan zullen we ons met een groot multidisciplinair team ook richten op andere stoffen en andere processen in het lichaam na het overlijden, waarbij we nog meer monsters op verschillende tijdstippen nemen. Er is nog zoveel dat we willen weten.”
Lees hier de wetenschappelijke publicatie over dit onderzoek: The influence of 13 weeks of burial on morphine and metabolite distribution in human remains - Hulst - Journal of Forensic Sciences - Wiley Online Library