Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Skip to main content

This page is not yet available in English.

This page is currently only available in its original language. You can continue here, or head to the English homepage.

News article

Pilot gebruik genealogische DNA-databanken succesvol: nieuw opsporingsmiddel in cold cases

28 October 2026

Genealogische DNA-databanken

De pilot waarbij het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gebruikmaken van genealogische DNA-databanken om een doorbraak te realiseren in cold cases, is afgerond. Dankzij de opgedane ervaringen is in samenwerking met de coldcaseteams van de politie een voor Nederland volledig nieuw opsporingsmiddel ontwikkeld dat kan worden ingezet in ernstige strafzaken. Ook leverde de pilot bruikbare aanknopingspunten op in twee van de zes geselecteerde zaken.

Het is nu mogelijk om DNA-profielen van sporen op de plaats delict te vergelijken met de DNA-profielen van personen in genealogische DNA-databanken die daarvoor toestemming hebben gegeven. Op deze manier zijn ook (verre) verwanten van een potentiële verdachte of onbekende slachtoffers te achterhalen. Vervolgens kan worden geprobeerd die persoon via uitgebreid stamboomonderzoek op het spoor te komen. 

NFI-onderzoeker Kris van der Gaag

Geselecteerde zaken

De pilot startte in 2023 met twee Limburgse cold cases, de zogenoemde Heuvelmoord en de zaak van een onbekende overleden vrouw wier lichaam werd aangetroffen ter hoogte van de Pietersplas in Maastricht. Later dat jaar gaf de rechter-commissaris groen licht voor het gebruik van genealogische DNA-databanken in deze strafzaken. 

Daarna werd ook een moordzaak uit Zeeland-West-Brabant toegevoegd aan de pilot, evenals drie zaken van parket Amsterdam met onbekende doden die vermoedelijk door een misdrijf om het leven kwamen. In de Amsterdamse zaken gaat het om het stoffelijk overschot van een vrouw in een sloot bij Uilenstede in 1995, dat van een overleden man in 1998 in het Flevopark, en lichaamsdelen van een vrouw die in 1992 op diverse plekken in Amsterdam werden aangetroffen.

Resultaten

In de zaak rondom de Heuvelmoord zijn in een van de geselecteerde DNA-databanken twee mogelijke verwanten gevonden van de dader. Om dat spoor verder te kunnen onderzoeken via stamboomonderzoek loopt inmiddels een rechtshulpverzoek aan de Verenigde Staten, omdat deze personen daar wonen. 

Ook in de cold case van parket Zeeland-West-Brabant leverde de nieuwe werkwijze een aanknopingspunt op richting een mogelijke dader. In het belang van dit lopende onderzoek kan op dit moment nog niet worden gemeld om welke zaak het gaat. In de zaken waar werd gezocht naar onbekende doden die vermoedelijk door een misdrijf om het leven kwamen, leverde een vergelijking met de geselecteerde DNA-databanken helaas geen nieuwe informatie op.

Nieuw voor Nederland

Mirjam Warnaar, landelijk officier van justitie forensische opsporing: “We hebben dankzij de pilot een voor Nederland volkomen nieuwe forensische onderzoeksmethode ontwikkeld. We hadden voor de start van de pilot na uitvoerig onderzoek geconcludeerd dat deze methode onder de wettelijke bepalingen valt. In de pilotzaken heeft de rechter-commissaris deze juridische grondslag - artikel 151da van het Wetboek van Strafvordering - bevestigd. Daarnaast zijn de privacykaders helder geworden, en heeft het NFI veel geleerd over de technische aspecten. Er zijn nu goede deskundigen beschikbaar die weten hoe een complex stamboomonderzoek moet worden uitgevoerd. Het is mooi dat we in twee zaken nieuwe aanwijzingen hebben gevonden dankzij deze werkwijze.”

“Ik zie de pilot daarom als een groot succes, en heb er vertrouwen in dat we in de toekomst dankzij deze methode zaken gaan oplossen. Het is voor slachtoffers en nabestaanden vreselijk als zij niet weten wie de dader is. Op deze manier hopen we hen vaker duidelijkheid te kunnen geven.”

“Er wordt nu hard gewerkt aan een intern kader waarin verder wordt vastgelegd in welke zaken dit middel ingezet kan worden. Dat zal uitsluitend gaan om moordzaken en andere zeer ernstige strafzaken, zoals bijvoorbeeld een onderzoek naar een serieverkrachter. Het zorgvuldig omgaan met de privacy van betrokkenen krijgt in dit kader net als in de pilot prioriteit’, aldus Warnaar.”

Het laden van de DNA-sequencer

Krachtige onderzoeksmethode

Ook DNA-deskundige Lex Meulenbroek, betrokken bij de pilot vanuit het NFI, is blij met deze mijlpaal: “Met deze nieuwe vorm van DNA-verwantschapsonderzoek wordt de reikwijdte van DNA-onderzoek verder vergroot. Niet alleen nauwe, maar ook verre genetische verwanten van de onbekende vermoedelijke dader en de onbekende overledene kunnen hierdoor worden gevonden. In diverse landen heeft dit, via aanvullend stamboomonderzoek, geleid tot doorbraken in vastgelopen zeer ernstige zaken.” 

“De kracht van deze opsporingsmethode is de bundeling van specialistische kennis en samenwerking met onze (keten)partners. Tijdens de pilot hebben wij ons de technologie eigen gemaakt om de benodigde speciale DNA-profielen te vervaardigen. Daardoor kunnen nu zelfs sporen met weinig en/of deels afgebroken DNA voor deze methode in aanmerking komen. Dat biedt hoop voor slachtoffers, nabestaanden en achterblijvers van cold casezaken waarbij wel DNA is veiliggesteld, maar nog geen doorbraak is verkregen.”

Vervolg

In ernstige strafzaken waarin veel andere opsporingsmogelijkheden uitgeput zijn, kan verwantschapsonderzoek met behulp van genealogische DNA-databanken een manier zijn om het onderzoek toch verder te brengen. Het OM wil deze methode daarom ook in de toekomst blijven inzetten, en hiervoor per zaak toestemming blijven vragen aan de rechter-commissaris. Voor de methode is al een juridische basis in de wet, maar wat het OM betreft is het wenselijk dat de stap naar de rechter-commissaris ook wettelijk wordt vastgelegd, zodat duidelijk is dat uiteindelijk altijd de rechter beslist over de inzet.

Meer weten over de DNA-innovatie achter de FiGG-pilot? Lees ook ons dubbelinterview met DNA-deskundige Lex Meulenbroek en DNA-onderzoeker Kris van der Gaag.

Of raadpleeg onze Q&A.