Een computer hacken, een lichaam verslepen en tegelijkertijd de wetenschap vooruithelpen. Dat kan deze zomer op Lowlands tijdens de Forensische Spelen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Van 21 tot en met 23 augustus voeren festivalbezoekers op een fictieve plaats delict in de Flevopolder verschillende handelingen uit die data en kennis opleveren over het ontstaan en het gedrag van sporen. Met hun deelname aan het nauwkeurig uitgezette parcours dragen festivalgangers bij aan innovatief forensisch onderzoek. Onderzoekers Peter Zoon, Robin Geitenbeek, Jan Peter van Zandwijk en Romke van Dijk gebruiken de data die dit oplevert in hun lopende sporenonderzoeken.
Sporen zijn belangrijk bij het oplossen van misdrijven. Ze kunnen heel verschillend zijn: van een glasdeeltje onder een schoen tot bewegingsgegevens die zijn opgeslagen op een smartwatch. Tijdens de Forensische Spelen verzamelen de onderzoekers van het NFI en HvA gegevens voor verschillende lopende onderzoekssamenwerkingen. Het NFI en de HvA werkten al eens eerder samen tijdens publieksonderzoeken op Lowlands. Bovendien is Jan Peter van Zandwijk inmiddels ook bijzonder lector aan de HvA, wat de wetenschappelijke banden nog meer versterkt. De leidende vraag op Lowlands is dit jaar: hoeveel sporen laten mensen achter na bepaalde handelingen en hoelang blijven die sporen aanwezig? Om die vraag te beantwoorden, richten de onderzoekers zich op vier verschillende soorten sporen: glas- en vezelsporen, wachtwoordherkenning en gegevens uit smartwatches.
Parcours
Het publieksonderzoek bestaat uit een parcours dat festivalgangers moeten afleggen, waarbij alle vier de onderzoeken aan bod komen. Op het fictieve plaats delict stappen zij in de schoenen van een verdachte die door het glas van een ingetikt ruitje loopt, vervolgens de bewoner schopt en slaat en dan ook nog eens probeert een computer te hacken. Elk onderdeel van het parcours levert informatie op over een specifiek type spoor.
Vezels en glas als stille getuigen
Vóór de start krijgen deelnemers een lange broek aan en een smartwatch om de pols. Eerst schoppen en slaan ze tegen een grote (kermis)boksbal. Vervolgens lopen ze door een bak met glasdeeltjes en leggen ze een kleine afstand af. Door voor en na het parcours foto's te maken van de schoenen en broek, kunnen de onderzoekers meten hoeveel vezels er achterblijven op kleding na een fysieke confrontatie en hoeveel glasdeeltjes op de schoenzool blijven zitten bij het lopen. Dit wordt ook wel ‘onderzoek op activiteitenniveau’ genoemd.
“Onderzoek op activiteitenniveau zorgt ervoor dat we niet alleen iets kunnen zeggen over welk glasdeeltje uit welke ruit komt, maar ook over wanneer dat glasdeeltje daar terechtgekomen is en hoe dat past binnen een bepaald scenario,” vertelt Peter Zoon. “Voor zulk onderzoek hebben we heel veel informatie – en dus heel veel mensen – nodig. Daarom is Lowlands voor ons zo’n mooie gelegenheid, omdat we in één keer een paar honderd man dit kunnen laten doen!”
Wat vertelt een smartwatch?
Activitytrackers zoals een smartwatch zijn populair. Maar wat verraadt zo’n sportief apparaat over je handelingen? Registreert het dat jij iemand een klap geeft of een lichaam verplaatst? Tijdens het hele parcours dragen alle deelnemers een smartwatch die de verschillende bewegingsgegevens registreert. De digitale onderzoekers willen weten of en hoe activiteiten zoals slaan, schoppen of het verslepen van een lichaam (dummypop) achteraf zijn terug te zien in die gegevens.
Jan Peter van Zandwijk: “We weten al uit eerder onderzoek dat mobiele telefoons en smartwatches veel waardevolle informatie over fysieke activiteiten kunnen bevatten, bijvoorbeeld of iemand naar boven- of beneden gelopen is en of er gelopen of gerend is. We weten nu nog niet goed of je sporen van slaan, schoppen en slepen kunt vinden, dus ik ben heel benieuwd naar de resultaten van Lowlands. Dit onderzoek gaat ons helpen om zulke sporen in strafzaken te interpreteren.”
Wachtwoorden herkennen
In een wereld die steeds sneller digitaliseert is cyberveiligheid een onderwerp dat iedereen aangaat. Daarom mag een onderzoek naar digitale veiligheid ook zeker niet ontbreken op de Forensische Spelen. Deelnemers krijgen op een laptopscherm een lijst met woorden te zien en moeten (op tijd!) bepalen welke daarvan waarschijnlijk als wachtwoord worden gebruikt. De resultaten helpen de onderzoekers beter te begrijpen hoe mensen wachtwoorden herkennen: Welke woorden vinden zij eruitzien als wachtwoorden? Welke kenmerken spelen daarbij een rol? Kan die informatie gebruikt worden om een AI-model te trainen?
Romke van Dijk: “Strafzaken omvatten steeds meer data. Dat ene specifieke wachtwoord vinden dat een onderzoek verder kan helpen, is als zoeken naar een speld in een hooiberg. Daarom is het belangrijk om te begrijpen hoe wij als mensen wachtwoorden vormen en herkennen. Met die kennis kunnen we hopelijk een AI-model trainen en dit proces sneller en slimmer maken.”
Lowlands Science
De Forensische Spelen zijn onderdeel van Lowlands Science. Voor de allerbeste “criminelen” vallen er dan ook geen medailles te winnen, maar wel een uniek inkijkje in forensisch onderzoek én een nr. 1 notering op het dagelijkse leaderboard.
Voor de onderzoekers is Lowlands een unieke plek. Met zijn duizenden bezoekers biedt het festival een grote groep proefpersonen met verschillende leeftijden en achtergronden. Daardoor kunnen de onderzoekers in korte tijd grote hoeveelheden representatieve data verzamelen die een realistisch beeld geven van menselijk gedrag en de sporen die daarbij ontstaan.
De festivalgangers stappen dus even in een fictieve forensische wereld, maar de kennis die dat oplevert is heel echt. Met hun gegevens uit de Forensische Spelen geven zij de onderzoekers meer inzicht in het gedrag van sporen en daarmee leveren ze een serieuze bijdrage aan het forensisch onderzoek van morgen.